<<Terug
  • Juryrapport Gedichtenwedstrijd

    6 februari 2014
     

    Bijna tienduizend gedichten. Dat was dit jaar de oogst van de Turing Gedichtenwedstrijd. Het is dan ook een unieke wedstrijd met een voor poëzie zeer hoog prijzengeld.

     

    Wie weet zijn er mensen die alleen al vanwege dat bedrag een gokje wagen, maar nee: dat zovelen met woorden, zinnen, klanken, ritme en betekenissen bezig waren, is een positief signaal voor de poëzie, zeker in deze tijd die voor de dichtkunst niet bepaald makkelijk is. Grote uitgevers laten manuscripten soms lang op de plank liggen of publiceren minder bundels. Diverse kleine uitgevers lijken momenteel meer aan te durven. Bij veel boekhandelaars is de poëzievoorraad schaars, wat een ode rechtvaardigt aan hen die wel een verrassende hoeveelheid bundels in huis hebben, die -sterker nog, want het bestaat- hun voorraad goed zichtbaar vooraan in de winkel plaatsen. Tijdens het juryberaad maakten we ons de bedenking dat het de poëzie ten goede zou komen als elke deelnemer elk jaar minstens drie dichtbundels zou kopen.

     

     

     

    De juryleden – Rob Schouten, Jannah Loontjens,  David Troch, Pieter Geelen en voorzitter Joke van Leeuwen – hebben zich over een selectie van honderd gedichten gebogen. Omdat ze anoniem werden voorgelegd, was er geen enkele informatie over wie erachter zat. Of het iemand  was die al eerder had gepubliceerd of niet. Of het een adolescent was of een bejaarde. We zagen alleen de tekst die voor onze neus lag.

     

    Een gedichtenwedstrijd is geen sportwedstrijd. De juryleden hebben, behalve hun professionele ervaring, ook uiteenlopende denkbeelden en voorkeuren. Wat voor de een favoriet was, bleek dat niet vanzelfsprekend voor de andere vier te zijn. Waar de een bezwaren uitte, konden de anderen positieve elementen aandragen. Zo is er gewikt en gewogen en staat de jury nu gezamenlijk achter de top twintig en de top drie.

     

     

     

    Het ingezonden werk overziend valt het op dat er veel toegankelijke, transparante gedichten zijn geschreven. Dit sluit aan bij een overheersende tendens in de huidige Nederlandse en Vlaamse dichtkunst. Overheersend, want daarnaast blijft er een minderheid van eigenzinnige, experimentele dichters opstaan. Soms, maar zeker niet altijd, kan dat communicatieve tot eenduidigheid leiden, waardoor je bij een tweede lezing geen nieuwe verrassingen meer aantreft. Er was maar af en toe iets van dwarsheid of weerbarstigheid te bespeuren. Ook de humor was dun gezaaid. Humor is niet eenvoudig, die kan snel tot flauwheid of woordspelerigheid leiden. Maar wat meer goed gedoseerde humor had van de jury wel gemogen. Het evenwicht tussen humor en ernst, banaliteit en diepgang, blijft intrigerend.

     

     

     

    Er was niet één gedicht dat zonder meer ver boven de andere uitstak. De beste inzendingen ontlopen elkaar niet veel in kwaliteit. De geselecteerde honderd gedichten zijn overigens allemaal van een goed niveau. Veel werk zat hecht in elkaar, met verborgen klankrijm en net genoeg alliteratie, een goed werkende woordvolgorde, een compacte formulering, een sterke slotregel die bleef hangen, een originele metafoor, spanning die zich niet zomaar prijs gaf, een brede gedachte weerspiegeld in een herkenbaar detail, een verrassend perspectief of een intrigerende nuchterheid. Maar soms zouden we willen zeggen: haal die ene zin weg, die is te uitleggerig – wat jammer van die eindregel, die ontkracht het hele gedicht – u schrijft mooi eigenzinnig, maar werk er nog wat langer aan, het resultaat is niet evenwichtig genoeg –  u blijft te veel hangen in een eerste idee, kan dat niet wat gelaagder worden uitgewerkt – u lijkt te veel te denken dat poëzie hoogdravend moet klinken - dat woord daar is een stoplap ter wille van het ritme….

     

    Ach ja.

     

     

     

    Vanavond gaat het om wat er mooi en sterk was en is. We vieren uw deelname. We vieren uw gedichten. En we zetten de laureaten voor het voetlicht. Lees deze honderd gedichten en laat uw eigen gedachten erover gaan.

     

    Maar eerst hoort u het oordeel van de jury.

     

     


    Dit zijn de drie prijswinnende gedichten:

     

     

     

    Op de derde plaats eindigt een hechte compositie die zich niet meteen prijsgeeft, een gedicht dat tegelijkertijd spreekt en zwijgt. Het letterlijk naar binnen gekeerde, in een onbestemd ergens, wordt intrigerend. De slotregels zijn sterk, want in deze gesloten ruimte ‘zijn dingen zoals ik ze met mezelf heb afgesproken’. Nergens staat een komma of punt, alsof er toch iets wordt opengelaten en we als lezers mogen binnenkomen.

     

    De derde prijs is voor gedicht 8881, ‘Stenenkamer’.

     

     

     

    Op de tweede plaats staat een gedicht waar vormelijk eveneens niets op aan te merken valt. Het zit strak in zijn vel en ontwikkelt op een meerduidige, niet van humor gespeende manier een fraaie parallellie tussen alledaags ongemak en uitwaaierend denken, tussen de vermogens van zeehonden en de beperkingen van mensen.

     

    De tweede prijs is voor gedicht 2336, ‘Sisyphus’.

     

     

     

    Ook in het winnende gedicht is sprake van een evenwichtsoefening tussen het kleinere en het bredere. Het is aarzelender. Het durft woorden te gebruiken waar we in de dichtkunst voorzichtig mee om willen gaan, maar de herhaling en de context maken die tot een mengeling van litanische ernst en dubbelzinnig zelfinzicht. De toon oogt parlando, maar tegelijkertijd verraden enjambementen, klank- en binnenrijm een hechte structuur. De lezer wordt als door een golf meegevoerd.

     

    De jury heeft ja gezegd tegen gedicht 3302 dat ‘Nee’ heet.