Winnaar 2022

Laudatio De Grote Poëzieprijs

 

Het werk van al de genomineerde dichters – Piet Gerbrandy, Sasja Janssen, Roelof ten Napel, Tijl Nuyts en Charlotte Van den Broeck – is sterk, authentiek en sprekend. Ze hebben elk een heel eigen stem.
De jury was zeer onder de indruk van de vijf bundels, al werd er uiteraard wel gediscussieerd over de selectie, op basis van onze eigen voorkeur en smaak. Hierdoor bleef het tot op het laatste moment spannend wiens poëzie we zouden bekronen. We kozen uiteindelijk voor de bundel die ons allemaal zo raakte dat we hem aan al onze vrienden cadeau willen doen. De gedichten in deze bundel zijn lyrisch maar helder, tijdloos én actueel en daarnaast zowel meditatief als speels. Samen vormen de gedichten in deze bundel een harmonieus en prikkelend geheel. 

De Grote Poëzieprijs 2022 gaat naar:
Dagen in huis van Roelof ten Napel (uitgeverij Hollands Diep)

Deze jonge dichter heeft een bundel geschreven die opvalt door de manier waarop nauwkeurige analyses hand in hand lijken te gaan met een sensitief en intuïtief bewustzijn. Zijn waarnemingen en observaties zijn steeds het vertrekpunt voor een nauwegezet poëtisch onderzoek. Dat tastende heeft niet alleen iets kalmerends en geruststellends, maar wekt ook bewondering op: de diepte die overal in schuilt; achter handen en ramen, aan tafels, in hoeken, in de regen, de wolken of in namen.

Als lezer treed je binnen in een wereld die je herkent, maar die tegelijkertijd ook nieuw voor je is. Deze poëzie is sereen en reflexief zonder dat ze ook maar ergens saai wordt. Zowel de bruikbaarheid als onbruikbaarheid van vergelijkingen wordt gethematiseerd:

‘Wat ermee te vergelijken valt/ valt te begrijpen.’

En:

‘geen vergelijking/ vindt vaste grond – als een brug/ tussen twee banken mist!’

Ten Napel is een dichter die tegelijkertijd ook schilder, beeldhouwer, fotograaf is. Hij schrijft vanuit een bezield perspectief, waardoor zijn observaties nergens afstand scheppen, maar vaak juist iets tactiels en soms zelfs intiems hebben. Het huis uit de titel bijvoorbeeld, is ook op te vatten als ons lichaam, of dat van een ander: ‘Als we ons medeleven verbeelden als verplaatsen-in,/ hebben we dan van de ander geen huis gemaakt?’ 

Het ‘in huis zijn’ wordt letterlijk vergeleken met ‘in leven zijn’ wat tegen de achtergrond van een pandemie onnadrukkelijk maar onoverkomelijk nog eens aan betekenis wint. Wij vieren de bundel Dagen in huis van Roelof ten Napel – en prijzen de poëzie die weer eens bewijst een huis te kunnen zijn, met ruime, lichte kamers, voor al wie er onderdak zoekt.

Elke Brems, Vicky Francken, John Jansen van Galen, Maarten Moll, Xavier Roelens