Shortlist

Met 90 ingezonden bundels hebben wij dit jaar mogen genieten van zeer gevarieerde teksten vol taalvirtuositeit en engagement. Er werd een breed palet aan maatschappelijke kwesties aan de orde gesteld, van het inhuizige leven ten tijde van corona tot verontrusting over de staat van ons klimaat en de meer dan benarde situaties die mensen soms moeten ontvluchten.

Het genre poëzie werd breed geïnterpreteerd door alle dichters en de rijkdom in taal was groot: van toegankelijke tot heel complexe poëzie. De grenzen tussen proza en poëzie werden opgerekt. We merkten op dat veel dichters hun bundels als één geheel presenteren: zo zagen we veel conceptuele bundels. 

Bovenal hebben we plezier beleefd aan bundels die ons lang lieten nagenieten van de taal en de opgeroepen beelden. Of dat nu kwam door de presentatie van een nieuw, fris perspectief, een hint naar humor of doordat we simpelweg gegrepen werden en voor even niet meer losgelaten. 

Na lezen, herlezen, terugbladeren, dichtslaan, weer openslaan en overleggen zijn we tot deze shortlist gekomen met daarop vijf genomineerden, die onderling erg verschillend zijn: Piet Gerbrandy, Sasja Janssen, Roelof ten Napel, Tijl Nuyts en Charlotte Van den Broeck. De uitreiking van De Grote Poëzieprijs vindt plaats op 13 mei om 19.00 uur bij Opium op NPO Radio 4", aldus de jury.

            

Ontbinding van Piet Gerbrandy (Atlas Contact)

Dit is een bundel die zich tussen vertellen, een groter geheel willen brengen en lyriek in bevindt. Een boek zonder genreaanduiding, een spel tussen proza en poëzie. Een doordachte bundel waarin veelzijdigheid vooropstaat en die spannend van vorm is. Soms is de poëzie plat en rauw, soms lyrisch, maar altijd is het ritme stuwend en onontkoombaar. De bundel vertelt het verhaal van een man die zichzelf afpelt, uitkleedt, ontbindt. Het is een metamorfose, een reis naar vervulling, naar eindeloze rust en misschien wel naar de bron van hergeboorte. Gedrenkt in en vermengd met beelden uit de klassieke oudheid en het hedendaagse. Gerbrandy beschrijft de wereld van vandaag: met fijnstof.

Virgula van Sasja Janssen (Querido)

Een zwierige, beeldrijke en stilistisch prachtige bundel waarin we wel kunnen blijven lezen, want zoals de dichter zelf zegt: ‘ik schrijf je omdat je niet van stilstand houdt, net als ik’. De taal krijgt vaart en buitelt in enthousiasme vaak over zichzelf heen, maar tegelijkertijd is het menens. De manier waarop met de spanning tussen het vertellende en het abstracte wordt omgegaan getuigt van vakmanschap. Niet alleen Virgula wordt aangeroepen, maar ook de lezer voelt zich aangesproken. De taal is schuimend, bruisend en net zo oneindig als de golfslag van de zee: het gulpt eruit nu het duister uitdunt en ‘de ene gebeurtenis/ de andere vooruitschopt als tuimelkruid’.

Dagen in huis van Roelof ten Napel (Hollands Diep)

Deze bundel hadden we wel willen lezen tijdens de lockdowns in de pandemie, toen de onzekerheid en de vertwijfeling op zijn grootst waren: ‘In hoeveel dagen leef je tegelijk?’ De bundel is een geheel dat troost en houvast biedt. Zonder dat het woord corona ook maar één keer valt, worden de laatste twee jaar erin gevat. Als lezer treden we binnen in een wereld die we herkennen, maar ook voortdurend opnieuw moeten verkennen. Alledaagse dingen bieden ineens een onalledaagse aanblik. Deze poëzie is constant, charmant en uitmuntend. Dit levert een geheel op vol aantrekkelijke gedichten waarvan wij denken dat ze veel lezers zullen bevallen.

Vervoersbewijzen van Tijl Nuyts (Uitgeverij Wereldbibliotheek)

In deze bundel worden we in beweging en vervoering gebracht met levendige poëtische vertellingen. De gedichten nemen ons mee op een reis die zowel anekdotisch en filosofisch als herkenbaar en vervreemdend is. Deze bundel is het vervoersbewijs voor ons als pendelaar én als pelgrim, met als bestemming zowel Gare du Nord in Brussel als Santiago de Compostella. Een roadmovie waarin God de tram neemt en pakjesbezorgers profeten zijn. Nuyts schakelt werkelijkheid en bovenwerkelijkheid gelijk en creëert zo een surrealisme dat soms grappig is, maar ook tot nadenken stemt over de werkelijkheid waarin we dagelijks bewegen. Op zijn manier is Nuyts de pakjesbezorger: wanneer zijn levering ‘zinderend op de keukentafel rust/ staat alles in een ander licht.’

Aarduitwrijvingen van Charlotte Van den Broeck (De Arbeiderspers)

Deze bundel nam ons mee op een drievoudige reis: een fysieke, een gevoelsgeladen en een talige. Beginnend in de woestijn, via rotsige omgevingen naar westerse en exotische landschappen, eindigend in de zee. De landschappen werken als metaforen die man-vrouwverhoudingen blootleggen. Godinnen en andere vrouwelijke krachten worden uit de geschiedenis opgevist als alternatief voor het patriarchaat, om uit te komen bij een hedendaags ecofeminisme. Van den Broeck doet dat in een biodiversiteit aan stijlen en dichtvormen, waarbij we vaak aan andere dichters moesten denken, maar altijd met een grote vloeiendheid en klankrijkdom. We zijn uitgedaagd opnieuw te kijken naar de mens, of meer nog: naar de vrouw, en haar omgeving.