Longlist

Longlist


Er werden 90 bundels ingezonden voor De Grote Poëzieprijs 2022. Daarvan werd 37,8% geschreven door een vrouwelijke auteur en 62,3% door een mannelijke auteur. Ongeveer een kwart van de dichters woont in Vlaanderen, bijna driekwart in Nederland en enkele dichters daarbuiten. Voor het vierde jaar op rij was De Grote Poëzieprijs opengesteld voor dichtbundels die in eigen beheer zijn uitgegeven; 13% van de ingezonden bundels verscheen in eigen beheer.


Longlist van De Grote Poëzieprijs 2022 (op alfabetische volgorde):

Het Drogsyndicaat van Mischa Andriessen (Querido)

Vesper van Anne Broeksma (Atlas Contact)

Ontbinding van Piet Gerbrandy (Atlas Contact)

Virgula van Sasja Janssen (Querido)

In mijn mand van Lieke Marsman (Uitgeverij Pluim)

Sirius van Hanz Mirck (Uitgeverij de Meent)

Dankbaar lichaam van Thomas Möhlmann (Uitgeverij Prometheus)

Dagen in huis van Roelof ten Napel (Hollands Diep)

Vervoersbewijzen van Tijl Nuyts (Uitgeverij Wereldbibliotheek)

Aarduitwrijvingen van Charlotte Van den Broeck (De Arbeiderspers)

2050 van Peter Verhelst (De Bezige Bij)

Eindig de dag nooit met een vraag van Dorien de Wit (De Arbeiderspers)


De jury over de inzendingen:

“Met 90 ingezonden bundels hebben wij dit jaar mogen genieten van zeer gevarieerde teksten vol taalvirtuositeit en engagement. Er werd een heel palet aan maatschappelijke kwesties aan de orde gesteld, van het inhuizige leven ten tijde van corona tot verontrusting over de staat van ons klimaat en de meer dan benarde situaties die mensen soms moeten ontvluchten.

Het genre poëzie werd bijzonder breed geïnterpreteerd door alle dichters, de rijkdom in taal was groot: van toegankelijke tot hele complexe poëzie. De grenzen tussen proza en poëzie werden opgerekt. We merkten op dat veel dichters hun bundels als één geheel presenteren: zo zagen we veel conceptuele bundels. 

Dat er ongelofelijk veel geschreven wordt is duidelijk, dat niet alle poëzie even nauwkeurig wordt afgewerkt, kon ons niet altijd behagen. We lazen bundels met kleine en soms grote fouten. We raakten teleurgesteld als waanzinnig goede gedichten afgewisseld werden door mindere. Dat er tijd en aandacht nodig is voor het samenstellen van een bundel, werd voor ons bevestigd en daarmee ook het belang van zorgvuldige redactie. 

Bovenal hebben we plezier beleefd aan bundels die ons lang lieten nagenieten van de taal en de opgeroepen beelden. Of dat nu kwam door de presentatie van een nieuw, fris perspectief, een hint naar humor of doordat we simpelweg gegrepen werden – en voor even niet meer losgelaten. Na een weloverwogen vergadering, zijn we uitgekomen op een lijst van twaalf titels.”