Winnaars Editie 13

1e prijs

Ruth Lasters 

(ingediend onder pseudoniem: Paul Bellemans) 

foto: Simon Bequoye

Een gedicht zo kwetsbaar als een abrikoos. De laatste zin is de mooiste die we sinds lang in een gedicht lazen. Alleen al daarom verdient deze dichter de eerste prijs voor een gedicht zo fris en speels dat het kippenvel geeft. Het bevat zoveel prachtige beelden, zoveel om op te kauwen. Met behulp van gelatineblaadjes kadert het haarscherp wat er niet van kwam: oude dromen, een dochter, vergeten abrikozen. Hoe vaker je het leest, hoe meer er is wat niet te stollen valt in één betekenis. Het gaat over kleine dingen (iets met abrikozen maken) én grote dingen (leven) en de dichter weet die zo haarfijn in elkaar te sluiten. Wie doorncicades weer ten gehore brengt en de poëzie ziet van hortend heimwee en sudoku als een aandoening, weet de taal te vangen. ‘Alles kan niet meer’, maar in dit gedicht toch wel, zij het niet per se met opzet. Wie is toch dochter Frederike? Onbedroefd én vreugdeloos, mysterieus en speels met zacht abrikooskleurig licht omgeven trekt dit gedicht je innerlijke koelkast open. Deze dichter is het zelf: een ballenraper, een weergaloze vanger van het onbedoelde.

Abrikozen


Gelatinevellen, gekocht voor bij het abrikozenbeslag
dat ik nooit bereidde. Hoe het opeens
raampjes zijn

waardoor ik ook het overige dat er niet van kwam
haarscherp durf te zien: een minnaar van
middernachtmails en een soort stomend, hortend

heimwee. Een apothekersjas en eigen tijmsiroop
voor een heer met hoest, eigen reumazalf voor een dame

met sudoku. En bovenal een dochter Frederike, naar mijn oma
die na twintig halfdove jaren opnieuw de doorncicades horen kon
op batterijtjes met

alkaline. Alles kan niet meer, Frederike
en dat voelt eindelijk extreem indringend onbedroefd én

vreugdeloos: neutraal in glansdruk. Onmat als deze
gelatineblaadjes. Het is een van die prachtdagen

dat men zijn frigo vol vlekkerige, harig geworden abrikozen
aanzien kan voor een kast vol door- en doorversleten

tennisballen voor de training van
de ballenrapers, die weergaloze vangers van
het onbedoelde.



2e prijs

Lieke Gorter

Foto: Maarten Boswijk
 

Deze titel in hoofdletters kan een nogal beladen woord zijn: ‘HUIS’. Hoevelen zijn niet zonder, of leven in geïmproviseerde huizen, in tenten of misschien wel dozen. Maar anno 2022 denk je als lezer ook aan huisjesmelkers, woningnood, of een huis dat niet als een thuis wordt ervaren door zoiets als huiselijk geweld. De associaties bij dit woord zijn er vele en daarmee is het nogal gewaagd om met juist dit woord een gedicht te beginnen. Maar dan volgt zo’n doeltreffende uitwerking. De eerste strofe neemt je al meteen mee: ‘Een voor een kwamen we uit de grond gekropen, stapelden/ gedachten tot een huis en namen plaats/ aan de gedekte tafel.’ Dit gedicht geeft een prachtig en subtiel ontwikkeld beeld van een huis als een veilige en tegelijkertijd onveilige plek, een gedekte tafel waaraan het ooit goed toeven was. De kamers ‘die ooit roken naar vanille en pijptabak’ kunnen letterlijke, bestaande kamers uit het verleden van de dichter zijn. Maar je kunt ze tegelijkertijd ook lezen als metaforen voor een wereld die nog betrekkelijk veilig was. Zo wordt er steeds op twee niveaus geredeneerd: het kleine, persoonlijke leven en de niet te omvatten buitenwereld vol dreigingen vormen elkaars spiegel. Sterke formuleringen stuwen het gedicht voort, zoals: ‘De muren hingen vol mensen/ met zonnekleppen en smeltend ijs rond hun gedrapeerde/ monden’. Dit kunnen net zo goed apocalyptische beelden, als een reeks zomerfoto’s zijn. De rijkdom aan associaties die de woorden ‘huis’ en ‘tafel’ oproepen: van een wereld, een opwarmende aarde, tot een familie in haar nadagen is weergaloos. Deze maken het gedicht van het begin tot het eind enerverend en getuigend van vakmanschap. Uit dit gedicht klinkt een grote empathie voor ons, menselijke soort: ‘ook achter losse plinten kan je schuilen’. Een prachtig slotakkoord.

 

HUIS

Een voor een kwamen we uit de grond gekropen, stapelden
gedachten tot een huis en namen plaats
 
aan de gedekte tafel die zo lang, zo breed en nog verder
kon worden uitgeschoven. De muren hingen vol mensen
 
met zonnekleppen en smeltend ijs rond hun gedrapeerde
monden, lachten, glommen onszelf toe
 
als gekuiste badkamertegels. Iedereen was welkom
dacht ik toen. Ik telde de gezichten, bestudeerde de gebaren
 
vier gelijkende en een schim. Zag toen pas het gemis
onder onze nagels en de dreiging van een te grote tafel
 
of iemand stiekem zijn vingers had gekruist toen we
beloofden hier te blijven. De waarde van het huis sijpelde

weg in hiaten, verliet de kamers die ooit roken naar vanille
en pijptabak. En wij zoekend met onze vingers in de kieren
 
of daar nog wat groeide voor herinnering, ook een stofnest
is een nest, ook achter losse plinten kan je schuilen.


3e prijs

August Tholen

Foto: Sanne Peper

Eindelijk aandacht voor niets! Hoewel er inderdaad niets gebeurt, gebeurt er wel iets wanneer je dit gedicht leest. Een knappe vertelling met onvergetelijke details die spot met onze sensatiegeilheid. ‘Ik weet nog precies waar ik was’, een clichématige openingszin die ijzersterk blijkt. Een zin die we allemaal in de mond nemen om vervolgens het leven een soort tweedehands invulling te geven. Er volgt een opsomming van niet-gebeurde rampen, of niet-uitgekomen dreigingen en deze opsomming is precies lang genoeg om de spanning vast te houden. Ineens worden we geconfronteerd met een schijnbaar futiel feit: ‘Ik droeg die grijze broek (of was het/ die geruite?)’ waardoor het verhaal een persoonlijk accent krijgt: de ‘ik’ van de openingszin wordt nu een reëel persoon. We leven mee alsof wij die ‘ik’ zijn. En dan komt de moeder van de ‘ik’ in beeld, ‘Heb je het ook gezien’, vraagt ze. De lezer is weer terug bij de figuur met de grijze- of geruite- broek op de bank. Die perspectiefwisselingen werken goed in combinatie met een heerlijk ritme. Het niets in dit gedicht overstijgt het dagelijkse. Het menselijk tekortschieten samen met een absurditeit draait elke verwachting om. Alles culminerend in die laatste strofe.    


De dag dat er niets gebeurde

Ik weet nog precies waar ik was,
die dag dat er niets gebeurde.
De dag toen er niets doorbrak, uitbrak,
ontstak of buiten zijn oevers trad.
Niets dat scheurde, spleet, vrijkwam,
losschoot of zich in iets anders boorde.

Er was de brief die niet arriveerde,
de intentie die niet werd uitgesproken,
de angst die niemand bekroop,

de schreeuw die nooit de keel verliet,
de razende windhoos die alles op zijn
pad ongemoeid liet, het scheepswrak
in de Zuidzee dat onontdekt bleef, het
hoofd dat op de hals bleef, de soldaat
die van een koude oorlog thuiskwam,
de brand die het bos tot aan de grond
toe spaarde.

Ik droeg die grijze broek (of was het
die geruite?) en zat de hele dag aan de
buis gekluisterd waar steeds hetzelfde
fragment herhaald werd van de minister
president die op klaarlichte dag en voor
het oog van de camera's zei dat hij zich
niet kon herinneren iets over iets gezegd
te hebben.

Daarna kwam er een historicus die
sprak van 'een historische dag als alle
andere' en een orkest dat een met
kussens gedempte symfonie speelde.

Niet veel later belde mijn moeder.
Heb je het ook gezien, vroeg ze.

Ik kon naar waarheid antwoorden
dat mij niets, maar dan ook
helemaal niets was ontgaan. 

Top 100 2021

  • Nr.
    Titel
    Auteur
    Tekst
  • 1
    4086

    *

    Morgen zullen ze het lichaam vinden, maar vandaag leven de kreeften nog
    in het aquarium onder de paarse ledstrippen van chin. ind. spec. rest. Happy Garden,
    vandaag weet je nog niets over degenslikken, vandaag mag je nog oefenen, laat je je vader
    nog de splinters uit je vingers halen, durf je nog bij je moeder in de auto in slaap te vallen,
    vandaag vraag je niet naar de achterkant van de maan, doe je mee aan een flessenpostwedstrijd,
    vandaag geloof je er nog in, vandaag eindigt alles in de zee, vandaag laat je je tot vlinder schminken
    in het hoekje van het winkelcentrum, vandaag verzinnen we verhalen over wat er in de kipnuggets van de McDonalds zit,
    vandaag weet je nog niets dat je niet wil weten, bestaat een konijn alleen uit zijn vacht, meen je een band te hebben
    met de Guatemalaanse stekelstaartleguaan in het reptielenhuis, vandaag heb je een solo
    in de afscheidsmusical van groep acht, vandaag vergeet je de messen te slijpen, en morgen,
    morgen begint het overwoekeren.
  • 2
    1363

    *

    Yasmin Veenman
    herken je hang naar destructie in de manier waarop
    een kind de noppen van het bubbeltjesplastic een voor 

    een laat knappen. ooit heb je iemand horen zeggen
    dat als je alle mensen naast elkaar zet, jij hen 

    allemaal bent. en inderdaad, als je over je kin strijkt
    voel je hoe de stoppels van de man tegenover je 

    zich al aandienen. maar je wilt niet iedereen zijn,
    je wilt dat mensen jou herkennen in de wijze waarop

    je ene ooglid zich afrolt als je kauwt. in de kamer 
    ontvouwt een kamerplant opzichtig haar nieuwe 

    blad. steeds vaker draag je rode truien.
  • 3
    2899

    later

    Caroline Hanken
    later was mijn huis
    mijn huis
    niet meer
    mijn land bleek ook niet echt mijn land
    en mijn vader
    was niet wie ik dacht
    mijn herinneringen zijn bevolkt geraakt door vreemden
    een ander slaapt nu in de kamer die
    ik
    ooit heb gehad
    en de taal die ik ooit sprak, ooit dacht
    was nu die van die ander die ik niet langer ken
    de kinderen van mijn vader
    wie zijn dat eigenlijk?

    alsof ik dwaalde door het poppenhuis
    van een onbestaanbaar kind.
  • 4
    6461

    12

    Francesca Birlogeanu
    Okselzweetplekken en spaghettisausvlekken en fopspenen voor hele grote bekken.
    De mond, niet de botten.
    De mond, niet de botten.

    Juwelendoosjes gaan open, ballerina’s bloeien open op snoeproze spitsen.
    Spitsneuzen naar de maan gericht.
    Infantiliteit gezien door een driewielerventiel -vervormd- het was ooit pueriel 
    Nu even mooi want mannen mogen hun stoutmoedigheid behouden.
    Als kinderknuffels in een kist op zolder die naar onder gehaald worden bij
    De eerste donder. Meisjes staan tegen de muur en
    Mama trekt een streepje, turft de dagen tot ze
    Haar moet leren om angst te voelen en te herkennen.
    Instinct, vrouwelijke intuïtie, op je twaalfde krijg je zout in de keel en
    Slik je je adamsappel in.

    Vanaf wanneer wordt schattig onvolwassen? Prikt schaamhaar door
    Zeeman onderbroekjes met
    Witte strikjes en is wat we doen ongepast voor onze
    Grotemeisjesleeftijd.
    Moet ik een bh aan, want er zijn mannen in het huis.
    Leer ik het woord schaamte, maak ik het vast aan lichaamsdelen.
    Mijn tong.
    Mijn borsten, die mijn hartsvriendin vergeleek met soepborden.
    Mijn benen, ik had gegoogeld wat bultjes waren, in mijn bed
    Spel ik het uit: Ce lu lie ties. Mijn neus, daar valt niets aan te doen, op
    Twaalf ben je te jong voor seksfilms en zeker te jong voor het ziekenhuis.

    Tienerjongens zweten te veel, vandaar de plekken.
    Zijn te gulzig voor oma’s spaghetti, vandaar de vlekken.
    Praat ik over dingen waar ik niets van weet, vandaar de fopspeen.
    Moet ik leren wat angst is voordat ik er oog in oog mee sta, vandaar dat
    Papa me ervan laat proeven.
    Het groeihormoon wordt in mijn knieën gespoten. Mama trekt een streepje.

  • 5
    2292

    Abrikozen

    Paul Bellemans

    Gelatinevellen, gekocht voor bij het abrikozenbeslag
    dat ik nooit bereidde. Hoe het opeens
    raampjes zijn
     
    waardoor ik ook het overige dat er niet van kwam
    haarscherp durf te zien: een minnaar van
    middernachtmails en een soort stomend, hortend
     
    heimwee. Een apothekersjas en eigen tijmsiroop
    voor een heer met hoest, eigen reumazalf voor een dame
     
    met sudoku. En bovenal een dochter Frederike, naar mijn oma
    die na twintig halfdove jaren opnieuw de doorncicades horen kon
    op batterijtjes met
     
    alkaline. Alles kan niet meer, Frederike
    en dat voelt eindelijk extreem indringend onbedroefd én
     
    vreugdeloos: neutraal in glansdruk. Onmat als deze
    gelatineblaadjes. Het is een van die prachtdagen
     
    dat men zijn frigo vol vlekkerige, harig geworden abrikozen
    aanzien kan voor een kast vol door- en doorversleten
     
    tennisballen voor de training van
    de ballenrapers, die weergaloze vangers van
    het onbedoelde.
  • 6
    2602

    Alles mijn lichaam

    Patrizia Vespa
    Een zonovergoten huis en hoe dit door anderen werd beschreven.
    In de meeste kamers kwam een lichaam voor, mijn lichaam. Het gisten
    en kolken was begonnen, maar ik liet mij niet vangen.
    Ik trok langs verzonken kerken en door net gevallen sneeuw.
    Voorbij een open plek daalde de temperatuur
    en werd ik het kind dat een ruzie probeerde te sussen.
    Neerstortende vogels, vissen die massaal het land opzwommen.
    Ik keek op vanuit mijn allerkleinste ogen. Had ik iets te vrezen?
    Ik kroop verder de bergen onderdoor tot mijn schutkleur
    gereed en mijn voorouders mij niet langer herkenden. Ik ontbrak
    nog voordat ik geboren was.
  • 7
    337

    Als het klaar is kom ik het brengen

    als het rond is kom ik het brengen
    ik heb een deel opnieuw geleefd 
    alles is al uitgetekend
    we doen alsof er niets gebeurd is 

    als het glad is kom ik het brengen
    heb het allemaal opnieuw gestreken 
    folie zonder harde vouwen
    we vergeten nu hoe toen het leven voelde

    als het af is leg ik het voorzichtig neer 
    dan kijken we er samen van een afstand naar 
    buiten twijfelen ze wat het is, toch 
    hier binnen weten wij het zeker

    als het goed is spoelen we 't weg met zoete drank
    drinken we door voorbij de schaduw van onze huig 
    tot de spijt spartelt in het nieuwe zuur 
    wij hebben het ergste nu gehad
  • 8
    7256

    alsof het casual moet zijn om eenmalig te gebeuren

    ik heb het idee dat ik alle            pleisters van
    mensen aftrek tot er geen              pijn over is
    om bedekt te blijven onder        hun huid huilt
    om de blootstelling                           op bloto’s
    volgens mij is hij afgetakeld              sinds mij 
    toegetakeld door mij en mijn      korte nagels
    als een te dure postzegel            een ongeluk
    een incident het zal niet         meer gebeuren
    verkeerd blijven plakken              bouw af ons                      
    erotisch kapitaal                       failliet verdriet
    ik heb                                    over je gedroomd
    het idee dat ik ruineer        de rekening graag
    dat ik openscheur                             achteloos
    verveling is een niveau van stress     wat niet
    het ging te snel om echt te zijn          voor wie
    ik zei sorry                     daar krijg je niks voor
    je hebt het nog niet gezegd      levende lijven
    mis jij mij                                      mis ik jou dan
    iedereen haalt hier zo diep adem          wauw
    ben ik toch nog ergens jaloers op        dieper
    Als ik dit minder serieus neem wordt het oo...
    dieper ademhalen                     zonder regels
    je liegt zoveel            deed ik dat vroeger ook
    je kan niet van iets houden    als je niets mist
    een paar schroeven           dat is niet genoeg
    blijf bieden                    ze doet haar ringen af
    hij ruikt naar een handdoek     enkel gebruikt
  • 9
    2834

    Balts

    Ik verbeeld me weleens dat de slaap
    ook op mij wacht. Al is hij wellicht
    te trots om dat toe te geven

    zoals we om elkaar heen dansen
    in een nachtelijk ballet
    kraanvogels op vrijersvoeten
    zwanenmeer op stelten.

    Ergens droomt een man van de dag
    dat hij me ontmoet op het strand
    van zo'n zuiderse bestemming die draait
    op prostitutie, kinderarbeid en toerisme.

    Later stockeren we plastic kerstbomen
    op een zolderkamer, sparen zegeltjes
    voor braadpannen waar we naar kijken
    wanneer we afhaalmaaltijden eten.

    Zo iemand die nog niet weet
    hoe ik eruitzie, zijn hand die de weg
    naar mijn huid niet vindt, mijn naam
    al op het puntje van zijn tong.
  • 10
    3282

    blauwdruk

    Kris De Lameillieure
    gegeven:
    je staat gearchiveerd, op thermisch papier
    je naam, niet geregistreerd
    je bent latent

    vraag:
    wie strekt de hand over mijn zee?

    onder het maaiveld is de grond doorwoeld,
    fundament voor mijn credo:
    1. in dit huis staat nog je kamer, onafgewerkt
    2. het kader in mijn hoofd is pruisisch blauw,
        geen afdruk met witte lijnen
    3. sluit zintuigen en poriën hermetisch af

    besluit:
    ik hou je
    in mijn schoot
  • 11
    2994

    Brillantine & Eau de Cologne    

    Het is zomer en de zon schijnt
    meer dan anders, er vallen doden.
     
    Iedereen schreeuwt om alle goden alle goud,
    daarna volgt het applaus.
     
    Regent het dan nooit, vraag ik aan de zonnebaders.
    Ze horen me niet, ze gebaren.
     
    De dag erna wordt de weerman vermoord,
    de kranten vertellen maar wat.
     
    Het is een schilderij met een brandend huis, in een bos.
    Het vuur kan je nadien moeilijk omschrijven.   
     
    Je weent om wie bleef, om je verbeten nachten,
    je ruikt de vacht van het beest in de kooi.
     
    Je schrikt niet meer op, ze zijn overal.
    ‘Niet bewegen!’
     
    Wanneer de sirenes verdwijnen, word je wakker,
    voor het raam projecteert een drone je dromen.
  • 12
    1774

    Buurman

    Hoe is het met je moeder, vraagt mijnheer Y.
    Ze is overleden, zeg ik, nu bijna drie jaar geleden.
     
    De verbazing van een bijna honderdjarige.
    Zijn handen omklemmen het hek tussen ons.
     
    De tijd gaat snel, vergoelijk ik.
    Voor jou ook? vraagt hij.
     
    Aan zijn vingers glanst bloed in de najaarszon.
     
    Bent u aan het slachten? vraag ik.
    Duifjes, zegt hij, we hebben er te veel.
     
    Hij haast zich moeizaam naar het tuinhuis
    komt terug met lichtjes in de ogen.
     
    Uit beleefdheid neem ik het lauwe lijfje aan.
    Het past precies in mijn hand.
  • 13
    833

    Charlotte Salomon

    Hans Rothuizen
    Boterbloemen horen niet zo hel
    te zijn, te flirten met een meisjeshand,
    mijn blos te spiegelen of er iets brandt.
    Maar ze doen het, uitdagend en fel -

    willen hun korte levens met hoogstandjes
    wapenen. Mijn god, weten ze wel
    dat ze hun kop riskeren. Het maaiveld
    duldt geen heilig vuur, geen scherpe kanten.

    Ik moet duiken in dit voorportaal
    waar zonnen kriebelen en bijen zoemen
    onder een blauwe lucht die ik herhaal.

    Naast een zekere dichtbije doem
    wachten we totdat de hemel daalt.
    Het schilderij, ik en de boterbloem.
  • 14
    3536

    check check dubbelcheck

    de oerknal vindt meestal plaats in
    het engels

    sinds de oerknal bestaat taal uit
    losse stukjes geluid

    stukjes geluid verwijderen zich van elkaar met de snelheid van
    woorden waartussen stukjes stilte

    losse stukjes werk heten caseload tussen twee caseloads zit
    geen stukje stilte

    we spreken sneller in de workflow 

    ook de kleinste deeltjes moeten versnellen hun 
    deadline de onze

    een deadline bestaat uit de laatste seconde de eerste seconde
    ligt pal naast de big bang

    daartussen nieuwe caseload steeds
    nieuwe caseload

    check

  • 15
    3142

    De dag dat er niets gebeurde

    Ik weet nog precies waar ik was,
    die dag dat er niets gebeurde.
    De dag toen er niets doorbrak, uitbrak,
    ontstak of buiten zijn oevers trad.
    Niets dat scheurde, spleet, vrijkwam,
    losschoot of zich in iets anders boorde.

    Er was de brief die niet arriveerde,
    de intentie die niet werd uitgesproken,
    de angst die niemand bekroop,

    de schreeuw die nooit de keel verliet,
    de razende windhoos die alles op zijn
    pad ongemoeid liet, het scheepswrak
    in de Zuidzee dat onontdekt bleef, het
    hoofd dat op de hals bleef, de soldaat
    die van een koude oorlog thuiskwam,
    de brand die het bos tot aan de grond
    toe spaarde.

    Ik droeg die grijze broek (of was het
    die geruite?) en zat de hele dag aan de
    buis gekluisterd waar steeds hetzelfde
    fragment herhaald werd van de minister
    president die op klaarlichte dag en voor
    het oog van de camera's zei dat hij zich
    niet kon herinneren iets over iets gezegd
    te hebben.

    Daarna kwam er een historicus die
    sprak van 'een historische dag als alle
    andere' en een orkest dat een met
    kussens gedempte symfonie speelde.

    Niet veel later belde mijn moeder.
    Heb je het ook gezien, vroeg ze.

    Ik kon naar waarheid antwoorden
    dat mij niets, maar dan ook
    helemaal niets was ontgaan.
  • 16
    1881

    De innesteling

    Ergens halverwege november heeft zich een gevaarlijke donkerte
    in mij genesteld. Het begon subtiel, onzichtbaar bijna, helemaal
    onderaan bij mijn teennagels. Ik vergat dat groei
     
    soms ingetoomd moet worden om niet in scherpe krullen bij zichzelf
    terug te komen. Daarna begon ik te huilen. Om spelende honden, om
    de geur van jouw trui. Om de honing uit
     
    Griekenland die naar plastic was gaan smaken omdat we hem te lang
    als een smaakloos souvenir in de kast hadden laten staan. En tot slot
    wist ik niet meer hoe te slapen. 
     
    De innesteling moet toen al vrij zichtbaar zijn geweest. Ik ontdekte
    de aantrekkingskracht van een donker strand en beoordeelde welke
    tinten van de nacht het mooiste mengden

    met het wit van mijn blote benen. Steeds duidelijker werd dat te lang
    moeten zoeken naar een kloppend kleurverloop voor het lichaam ook 
    zonder slaap doet dromen van donkerblauwe engelen.
  • 17
    3759

    De piano drinkt

    Natalie De Man
    Een paard drinkt nooit gepland
    zo van ik ga straks langdurig galopperen
    dus moet ik nu al drinken
    zo denkt een paard niet
     
    Een paard drinkt
    wanneer het dorst heeft
     
    Een bloem drinkt
    voortdurend
    wat er uit de grond te drinken valt
    behalve 's nachts - misschien
     
    Dan slaapt een bloem - toch
    of iets in die aard
     
    Zou een bloem wijn kunnen drinken?
    en dan dronken worden?
    en vlinders versieren?
    en verlangen naar meer?
     
    Een paard kan wijn drinken
    dat lijkt wel zeker
    en het wordt dan dronken
    op een verrassende manier
     
    Sterren drinken niet
    ze zijn wel dronken
    van hun net geen eeuwigheid
     
    Maar hoor
    de piano drinkt
    nee geen wijn
     
    Wel de passie
    van een mens
  • 18
    2672

    de veerman

    Hans Depelchin
    molens kappen de stalen lucht in stukken
    en kerken lijken kleiner dan de eeuwen
    gestroopt, of de vogels

    vallen loodrecht naar beneden, snavels eerst
    de proporties omgekeerd: boren hun enorme lijven
    in een minuscule vijver, vooruit
    aan de overkant is het gras langer
    en de meisjes moorddadiger dan gisteren
     
    waar drijven kruisbogen en ribgewelven en motoren
    zich in het schaduwdiepe slib, waar varen boten
    onbeweeglijk door droesem, is het stilstand
    of bewegen de wolken wezenloos boven de vlakte

    ze trilt in haar overdaad aan herfstregens, nevel
    en de schapen zitten de wolven op de hielen
    nooit meer achterom
    waar ik niet ben
     
    staan de beuken maanden te vroeg in bloei
    klinken stemmen als pompelmoezen, vooruit
     
    mijn onderkomen gaat nergens naartoe
    de dakpannen verweerd van het op en neer
    ben ik, sediment per sediment
    verbrokkeld met elk debiet

    de kubieke meters gaan nooit zomaar tegen de stroming in
    blazen altijd eender de bladeren van jonge populieren
    over het oppervlak
     
    mijn handen over het touw rafelen
    begin, midden en einde uiteen
    tot steeds dezelfde weg terug
  • 19
    6725

    dieren redden

    Amber-Helena Reisig
    het begon met kromme komkommers, gele bloemkool –
    buitenbeentjes, zoals jij en ik, later viel er een meeuw
    uit de lucht, in het grauwe kantoorpark reflecteerden
    de onvolgroeide vleugels schitterend en duizendmaal

    op tv noemde een man zijn geliefde zijn project, 
    ik keek om me heen en telde: 

    een asielkat zonder tanden, een kitten zonder sociale
    vaardigheden, een verfomfaaide parkiet, een gerafelde
    dwergpapegaai, een verdwaalde eekhoorn, en onlangs:
    de gebroken vlinder die ik niet dood durfde te maken

    mijn zoektermen die dag: “groeien vlindervleugels weer
    aan?”, “eten vlinders bananen?” “vlindervleugel repareren
    met vogelveren” en tenslotte: “vlinder-euthanasie”

    voor sommige dieren hangen er geen verregende 
    briefjes in plastic insteekhoezen aan lantaarnpalen, 
    geen hanenpoten in de supermarkt, geen telefoon- 
    nummers aan rafelrandjes, geen hand die je aanklampt

    jij zegt dat ik mezelf moet helpen voordat ik anderen -
    ik denk aan hoe ik vroeger graag gered wilde worden
    en nu: een Messiascomplex

    ik zeg: ik houd gewoon van dingen 
    die een beetje stuk zijn 
    en jij zegt dat ik daarom 
    van jou houd
  • 20
    3011

    DIT IS EEN MUUR


     
    ergens in dit huis hoor ik
    het roestig slaan van buizen
     
    ik hoor het kraken van de vloer
    een voetstap verdwaald in de tijd
     
    ik neem de kleinste geluiden waar maar als ik schreeuw
    kaatst het onhoorbaar tussen de muren
     
    in het diepst van de kamer
    bewoon ik mijn lichaam
     
    mijn gedachten slaan neer op de wand
    zodat het nachtoog ze kan zien
     
    ik praat mijn eigen zinnen na
    duid zo de wereld voor mezelf
     
    dit is een muur, zeg ik, dit is een muur
    vier letters zekerheid
     
    zorgvuldig in mijn hoofd gemetseld
    tot iemand er een deur in opent
     
    wanhopig maai ik woorden van me af
    dit is een muur, herhaal ik, dit is een muur
     
  • 21
    44

    DIT IS WINTER

    Margreet Schouwenaar

    Ik wil wel vragen hoe het moet, of waar de goede
    kant, of het tekort, of waarom een leugen zo
    vaak nieuw lijkt, hoop biedt op verse oogst, tot
    schillen onmogelijk. De kost knapt, het mes beurzig
    zakt. Geen wonder dat de stilte knarst. Dit is winter.
     
    Geen uitleg nodig. Sneeuw wordt steeds vaker van
    watten gemaakt, ijzel geeft geen kraak, adem dampt
    niet meer zo vaak, zelfs niet bij paarden. Ik wil wel,
    maar het heeft geen zin. Kou raakt nooit omzichtig.
    Toch ben ik er opnieuw ingetrapt, dit is weer een dag
     
    waar gezichten, namen, levens. Onder de grond
    praten bomen, trillen minieme signalen. In de lucht
    zweven moleculen, ik adem Napoleon. Zet me
    schrap. Wie niet wil, krijgt straf. Ik kniel en hoor het
    bedaren. Een winter moet begraven in de hoop op
     
    voorjaar en blad. Zoveel overdoen laat niets intact.
    Dus laat me maar vragen naar verhalen of kijken
    hoe een tak met de wind lacht.
     
  • 22
    169

    Dromen uit Majaland

    vannacht werd ik in het bijzijn van de imker tot kleverige
    handtastelijkheden gedwongen om voor een incestueuze, bijna
    gefermenteerde geitenwollensok zijn lever aan de brandgans te voederen
     
    uit het raam hing deel drie van het verzamelde imperium
    van mijn grootmoe: daaronder de zak kattenbakvulling uit
    haar favoriete supermarkt én het okergele van incontinentie
    dat in het verlengde van schraal maanlicht achter tussenwerpsels verdween
     
    de (ai) suppoost uit het spinnenmuseum, die (oei) voor de deur
    het tijdslot aan het winteruur onderwierp, hield mijn poreuze
    namaak ninja Turtle Donatello uit Firenze onder zijn camouflagetent
    wijl de arachnofobe vluchteling met behulp van twee macrobiotische
    Albanese worstelaars aan zijn schranspartij begonnen was
     
    zonder overdrijven: ranzige foie gras laat sporen na in een kinderkamer
    waar oud roze geverfde muren hun in Rorschach getransformeerde
    schimmelvlekken verdoezelen. bv. een tot pulp geplet lieveheersbeestje
    of een ovulerende witwanggibbon... uitgedroogd zwart Afrika tegen het plafond
     
    ook de uit China afkomstige polymerische E.T. met zijn necrotische vinger
    kwam uit zijn ufo: alles wees wederom in de richting van intrafamiliaal
    woelwater waarmee ik iedere avond de snor van Salvador Dali in een bord
    geronnen bloed tekende, of hoe het zilte van vervlogen kermiskramen,
    zoals ik die inademde tijdens het eendjesvissen, blijft achtervolgen
    telkens er pasta met tonijn op het menu staat; er met verroeste haakjes
    naar mijn jeugdherinneringen wordt gevist…
     
    ík ben de Barbapapa, de gemuteerde suikerspin gevangen onder een stolp,
    het door elkaar geschudde sneeuwlandschap dat achter bewasemd glas
    neerdwarrelt: een rariteitenkabinet waar de in wodka geweekte krenten,
    afkomstig van café ‘de Dulle Griet’ aan de overkant van een leeggelopen
    straat, in worden verdronken
     
    op Bol.com hoef je maar te klikken om het monopoly
    van iemands onschuld te bestellen, 
    maar op de kanskaart
    van het leven staan de keuzemogelijkheden 
    niet gestapeld
    in kasten vol fluweelzachte honingraten


    af en toe moet je steken durven laten,
    vallen om tot koningin te worden uitgeloot
  • 23
    6642

    een dag naar het strand

    Merit Vessies
    mijn broers stampen het zand over mijn lichaam aan
    we lachen wanneer ik niet meer kan bewegen
    vochtig plakt het strand aan mijn opengeschuurde huid
    tot mijn tanden klapperen als de luiken van een leegstaand huis
    waar eerder een lichaam lag opgebaard

    met tape plak ik daar de wanden vol
    de vormen van lichamen over de plafonds, onder de vloerplanken
    benen over de plinten getrokken, hoofden in iedere deuropening
    zoveel mogelijk lichamen krijgen een plek toegewezen
    tot ik kan zien waar het ongeval heeft plaatsgevonden

    is het een huis of de lucht waarin het spookt
    als witte ruis van een radio
    vergane stemmen al dan niet een echo

    (een moeder roept ‘het eten is klaar’
    waarop de kinderen naar de keuken komen
    en ontdekken dat de tafel nog gedekt moet worden)

    ik draai een glaasje over de rondingen van een lichaam
    als over de letters van een alfabet, ja, nee
    nooit zeker wetend of het werkt

    in de klep van de oven plak ik een lijst met woorden
    als condoleance, gepaste gezichtsuitdrukkingen
    uitgetekend op hetzelfde papier
    waarop ik iedere handeling bijhoud:
    huis schoongemaakt, lichaam verbrand
    tape opgebaard, een dag naar het strand -
    ik moet zoveel mogelijk onthouden, wellicht moet ik ooit
    een toespraak geven, afscheid nemen, iemand onthouden, vergeten
  • 24
    863

    Een paar graden boven eenzaamheid

    Dichterbij komen is afstand nemen van de ruimte, het ademen van
    de zee, het helmgras van winderige duinen, je kruipt terug, het
    binnenland in, de beschutting van een huis, een kamer, de open
    haard, opgestookt tot een paar graden boven eenzaamheid, leg je

    je winterkleed af. Het leven laat zich niet vangen, niet in gedachten,
    tweekoppig duikt ze op waar je haar hebt achtergelaten, natuurlijk,
    er is een midden, een balanceeract tussen uitersten, een dun touw
    tussen wolkenkrabbers, niet omlaag kijken, anders val je, je reikt naar

    de overkant, het touw is slap en wiebelig, het broeit in je hoofd, je verliest
    controle, je wilt terug. Angst is de staat van ontbinding zodra je niet kiest,
    de wereld glijdt weg onder je voeten, je valt zo lang je geen lasso hebt
    om ergens aan te haken, roepen heeft geen zin, je sterft in schoonheid.

    Geboren worden is een gevaarlijke keuze, je nadert, de warmte
    schroeit, doet pijn tot in je botten, je verdraagt het, ten slotte slaan
    je gedachten op de vlucht wanneer je ze bij kop en kont vast wilt 
    pakken, bang als ze zijn om aards te worden, achter een strijdkar 

    over de vlakte voortgetrokken, de haren door de modder, als in de tijd 
    toen schoonheid nog uit het blauw tevoorschijn kwam. Teer als engelen
    zijn ze al te voorzichtig om met jou verweven te raken, komen af en
    toe langs, tikken je aan, is er een kamer vrij, kan ik die reserveren,

    ben zo weer weg, op doorreis voor zaken, heb het druk tegenwoordig,
    see you soon. Hou er een vast, dat je een keer vlugger bent dan de flits
    in je dakpanhoofd, ligt ie op tafel te spartelen onder jouw aandacht, 
    smekend om losgelaten te worden, raak je hem aan, zie je hem

    huiveren, in elkaar duiken, verschrompelen tot een zielig hoopje as
    waar elk vuur uit gedoofd is, de ruimte verstoord, de lucht droef en grijs.
  • 25
    5224

    epos

    mag dit alles weer noteren, het oorlogsverhaal
    de berichten van het front en dan gaat het naar

    de jongens: lees maar, de ellende van jullie eigen
    moeder, het drama, het heldenverhaal, het epos
    je bent nu al wereldberoemd, niet alleen vanwege
     
    de vermelding in diverse medische geschriften
    maar ook en vooral vanwege de bijzondere
    kracht en levensmoed die je hebt getoond
    en ik wacht nu schrijvend, schrijf nu wachtend
    op het grote plein van de hemelse vrede op mo
     
    geen tanks, geen rode leger, maar toch een
    beetje oorlog - mo meldt mij via de nokia
    dat hij op station duivendrecht net in de
    metro is gestapt, hij weet nog van niks, net
    zoals pj ergens in het verre, zonnige mexico
  • 26
    1773

    Fietsen in de stad

    Hoe is het met je vader?
    roept Rita vanaf de overkant.
     
    Voor haar springt het licht
    op rood, voor mij op groen.
     
    Hij is dood, roep ik terug
    en trap zo hard ik kan.
  • 27
    275

    fotosynthese

    Carla Rus
    je wílt wel recht in de aarde groeien, het is de storm
    die je scheef trok dat je van slachtoffer pleger raakt,
    je slachtoffer dit herhaalt tot in het derde geslacht.
    ook ligt het niet aan je takken, die willen naar het licht,
    je zult dus na snoeien altijd terugslaan met knoesten,
    je bent een volk van tand om tand. jij kunt niet diep
    wortelen, dat ligt aan de grond die toegeeft aan exoten.
    het is niet jouw schuld dat honger drie generaties klein
    houdt, jij weet niets van je druk op droogte in hun land.
    je laat de pijn vertakken in je genen, huizen, steden
    in het patroon van stormen, waait geheel buiten je om.
    je rouwt om aangevreten bladeren door motten uit het
    zuiden dat je geen vruchten geven kan, maar geniet
    blind van zingende vogels op kale takken in warme
     
    winters. na jou de vloed van ijs dat scheurt en smelt.
     
    je mond puilt uit van vrij. maar vrij zijn is fotosynthese:
    jezelf zien, je blik op andere bomen, de ander
    is je spiegel, jij bent de ander. dan kunnen jaarringen
    en wortels aan scheve zijde wassen dat je recht komt
    staan, je rechtvaardigheid rijst. tijd, ruimte, ogen, oren
    wij zijn niet gescheiden in een golf van bladeren
    die dichten op de wind. zo doven pijnen in drie
    generaties, word je een mens, een familie, een volk
    uit goed hout.
  • 28
    6510

    Geode

    Pieter Van de Walle
    de jaren krijgen korsten, laagje na laagje
    het is moeilijk er niet aan te krabben
    ik probeer te denken
    aan de huid bij de neusvleugels van een paard
    ik ga naar buiten
    en de maan is een slangenei
     
    ganglia van zwarte haren
    tekenen een beet in mijn schaamstreek
    ik ben vreemd geworden, de laatste tijd
    heb mijn handpalm bovenop dode dingen gelegd
    en gewacht tot ze gingen bewegen

    ik kon niet slapen door de hitte en liep naar buiten
    tanzanieten vonken uit een lasstaaf
    regenden op de autostrade
    ik ademde de verbrande lucht
    ze deden iets met de signalisatie
    maakten het makkelijker om deze plek te verlaten
     
    toen ik de laatste korst van het ei pelde
    en de driehoekige kop van de adder zag
    maakte ik me klaar om te vertrekken
    ik ben nog jong
    en ik heb geen idee hoe gewelddadig mijn rol zal zijn
  • 29
    5515

    Gezelligheid

    Rita Van Hauwermeiren
    Zoals de leegte gaat liggen op
    de plek die ik vulde zo vult de leegte
    het bed en ik het raam

    zo ben ik vol raam en ligt het bed vol leegte

    en de ochtend vult het raam en ik ben vol ochtend

    maar ik wil het nog niet weten zo'n bed vol leegte
    er is al genoeg gemis buiten dit raam

    en zo vullen we samen gezellig het bed:
    de ochtend de leegte, ik en het raam.
  • 30
    3577

    Gunst

    Kris De Lameillieure
    Vader is geen meervoud. Wij hebben er één
    gehad. Knoopte zichzelf los en kwam vast
    te zitten in spinsel van het taaie soort.

    We stripten het huis, lasten beelden aaneen,
    ontrafelden de auto. Verbonden met splitpennen
    de leden tot een trekpop.

    Handen losten greep,
    voeten verloren bodem,
    huid vol gerimpelde kilte.

    Als kolen gloeiden de ogen.

    Een laatste gunst verleende hij:
    ging uitgestrekt liggen.
    Op het gezicht boetseerde iemand rust
    voor ons.
  • 31
    6485

    Het is al bijna lente in de metaverse

    Merel van Slobbe
    Ik werd verliefd op de cybercrimineel
    die mijn data wilde stelen, nergens ben ik zo naakt 
    als in mijn zoekgeschiedenis, trek de kleren uit
    van mijn online persona 

    begin een OnlyFans account
    en word onaanraakbaar

    blijf ongedeerd als een hert dat bevroren in de koplampen
    van een auto op de digital highway staart

    droom dat je een man van tegenstellingen bent
    schrijf: I contain multitudes op de muren
    van de wc en blijf ongedeerd
    als de ster van een gescripte reality show

    duw je tong voorzichtig in de mond
    van een virtuele vreemde en blijf ongedeerd

    ik heb lang gezocht, maar niets was zo zacht
    als de huid van een avatar 

    en het is al bijna lente in de metaverse

    en er bestaat een universum waarin bijna alles
    binnen handbereik is

    en er bestaat een universum waarin je van bijna alles
    gered wordt
  • 32
    5096

    HET NUT VAN DE POËZIE

    casper de jong
    Jij weet wel hoe het moet met stille trom 
    vertrekken, deur achter je dicht,
    geen adressen achterlaten. 
    Het helpt natuurlijk niet 

    om elkaar weer terug te zien. 
    Wat je verder doet om jouw dagen 
    door te komen in de stilte die je koos, 
    is helemaal aan jou, ervaring genoeg, 

    al die jaren die je daar versleet. 
    Geen land lag ooit zo afgelegen.
    Maar je hebt nu wel gemerkt 
    dat iemand in een uithoek 

    van deze onverschillige planeet 
    een vorm van magisch denken 
    ontwikkeld heeft die jou met
    veiligheid omringt. 

    Dat als jij nu in gevaar belandt 
    een geoefende hand jou voor 
    de rand behoedt en net op tijd 
    voor het naderend metaal van trein 

    of bus weet weg te trekken. 
    Als het daglicht hapert en duisternis 
    je longen vult, een wandelaar 
    je vindt, een mond je lippen, 

    tot jij weer naar het leven 
    springt en adem haalt. Een stem 
    die fluistert in je oor: het komt goed, 
    je bent nog hier, het gaat nog door.
  • 33
    1513

    Hoe ik mij voorbereid

    M. Godfroy
    Ik haal de velden leeg, de bedden af.
    Leg carbonpapier tussen de gesprekken,
    zodat de afdruk van jouw woorden
    de graanschuur vult. Ik vreet me vol en
    rek behendig mijn geduld.

    In de holte van mijn hand kan ik
    ruimschoots voorraden verbergen
    van knipogen en van wat je nog vergat
    te vragen: wie wat bewaart, heeft wat?

    (Niet vergeten onze laatste ruzie
    in de achterdeur te krassen.)

    Ik zet me schrap en ondertussen
    -ingepakt en opgewassen- 
    druk ik je in een stempelkussen.
    Versier met jouw contour de muren.

    Misschien telt een gewaarschuwd mens 
    twee keer zo snel de uren af.
    Een leeg huis zwijgt in alle talen.
    Toen jij al lang vertrokken was,
    bleef ik je maar herhalen.
  • 34
    46

    HOE WANKEL ZIJ OP DRIE POTEN

    Margreet Schouwenaar
    Mijn hond valt zonder aanzien uit naar vreemden
    en bekenden. Onrust houdt haar gaande, ook
    de bomen weten dat, kennen haar tandeloze
    aanslag, hoe wankel zij op drie poten, maar
    zwijgen beleefd. ’s Avonds in mijn armen laat
    zij los, verhuld haar taai skelet in wollig leed
    dat schuilen wil.
     
    Iets jaagt ook mij op, spant huid over angst, ziet
    troost voor zegen aan, prijst de vluchtroutes van
    verhuisberichten. Ook ik heb een hok en
    uitzicht op bomen en grom me door de dagen.
    Verdriet is de tuin waar ik geen poot mag tillen,
    waar groei ongezien woedt en namen staan
    met zand erover.
     
    Het beste is de stilte te laten vallen, uit scherven
    op te staan, mijn tandeloze bek tot pistool
    te vormen en zo te grauwen dat zelfs de doggen
    deinzen. Alles bestaat uit flanken en uit vrees. En
    bijten. Bijten door het grote gelijk. Mijn leed kent
    geen wet, zelfs geen vrije wil. En als ik schuilen
    wil, zet ik mij schrap
     
    in verhalen, zoek ik een woord dat mij recht
    in de ogen kijkt, een honds woord dat zelfs
    tandeloos nooit wijkt.
  • 35
    3539

    huis

    zochten lang naar waar en waterpas
    bij torenhoog en vallend blad als dak
    hadden we wat (kast, servies, boek)
    liet het los

    bedachten we muren van vurig papier
    gedroogde mest van het vee
    fundamenten, voetbreed, zitvlak
    uitwerpselgat    

    kalfde alles af, brokkelig tot in de nok
    weerkaatste nergens geluk of geluid
    gekte desnoods, geen
    echo voorradig

    vonden we een vuurplaats in de borst
    vaderzaad, moedermelk, kouwe kleren
    kompas onder de zolen, vertrekpunt
    om in te wonen
  • 36
    984

    HUIS

    Een voor een kwamen we uit de grond gekropen, stapelden
    gedachten tot een huis en namen plaats
     
    aan de gedekte tafel die zo lang, zo breed en nog verder
    kon worden uitgeschoven. De muren hingen vol mensen
     
    met zonnekleppen en smeltend ijs rond hun gedrapeerde
    monden, lachten, glommen onszelf toe
     
    als gekuiste badkamertegels. Iedereen was welkom
    dacht ik toen. Ik telde de gezichten, bestudeerde de gebaren
     
    vier gelijkende en een schim. Zag toen pas het gemis
    onder onze nagels en de dreiging van een te grote tafel
     
    of iemand stiekem zijn vingers had gekruist toen we
    beloofden hier te blijven. De waarde van het huis sijpelde

    weg in hiaten, verliet de kamers die ooit roken naar vanille
    en pijptabak. En wij zoekend met onze vingers in de kieren
     
    of daar nog wat groeide voor herinnering, ook een stofnest
    is een nest, ook achter losse plinten kan je schuilen
  • 37
    6775

    ik heb een parasociale relatie met mijn hacker

    Aaricia Kayzer
    voor mijn hacker was ik niemand ik weet nog hoe ik elke dag uit
    elkaar viel en weer in elkaar
     
    mijn hacker heeft krullen en ambitie hij kijkt mee via mijn laptop 
    als ik niet kan slapen staar ik naar het witte lichtje van mijn webcam
    een poolster met dichtgeknepen ogen
    mijn spiegelbeeld dat terugkijkt en nog iemand
    mijn arm is zijn arm is de grote beer die ik aanwijs

    hij raadt me filmpjes aan over moederschap en preventieve facelifts 
    op valentijnsdag koopt hij dure versies van iets goedkoops en een huis
    met genoeg kamers om mijn onvrede in te bewaren

    als ik ’s nachts wakker word herken ik de kleur
    van mijn eigen haar niet meer er zou hier ongemerkt
    iemand kunnen wonen
  • 38
    1186

    illusie van inspraak

    Nelson Morus
    1. Adem jij altijd zo luid?:
        o ja
        o nee
     
    2. Wie denk je eigenlijk dat je bent?:
        A. een naam
        B. een beroep
        C. voorvader van nageslacht
        D. ik weet het niet 

    3. ............................................ ?:  Ik wil niet met jou op vakantie.

    4. Ik ga een tijdje naar mijn moeder en ik neem mee:
        A. het jongste kind
        B. het middelste kind
        C. het oudste kind
        D. alle voorgaande antwoorden zijn juist

    5. Ik ga een tijdje naar mijn moeder en ik neem de kinderen mee.
        A. oké
        B. oké
        C. oké
        D. oké
     
    6. En ik dan?:  haha

    7. Hoe moet het nu verder met ons?:
        A. week om week (7/7)
        B. om de twee weken een weekend (12/2)
        C. een uitgebreid weekend op twee, en elke week een halve week (5/5/2/2)
        D. ik weet het niet
     

                                            Alles wissen.                   Bewaren.
  • 39
    136

    in alle waters vluchtend kind

    To write poetry after Auschwitz is barbaric
     (Theodor W. Adorno)

       in de geur van haar frêle handen ligt de Walvisman ingebed
        een jonge huid die elk spoor absorbeert biedt geen weerstand
         onder rubberzolen kraakt het geharde kruis in witte vlagen
          van de resistente letterzetter die feilloos het sparrenbos verminkt,
           kronkelt een meander doorheen een verloren stad
            met ijzer onder roestige wagons, die elkaar geen adem gunnen, splitst
             ijle lucht de naamlozen tot bloedens toe
              een schaduwschim snijdt het schrale schild van de wereld aan stukken
               achter blok 10 landt met de precisie van een V-2 raket vlinder 63542
                op de papieren wereld van het binnenplein
                 waar anders haalde zij haar tinctuur vandaan?
                  alleen de herder weet in welke richting het doodseskader is gemarcheerd
                   hij blaft driemaal kort om de bestemming 'niemandsland' vrij te geven
                    flesje wilde liguster om haar leest, vleugje hamamelis achter het oor,
                     muskus op de dijen omwille van ratten in de barak -
                      om vluchtpogingen te maskeren kleven er donsharen als klimplant tegen het prikkeldraad
                       naast de restanten van een hoogbejaarde godsdienstleraar schitteren gouden tanden
                        een knokige vinger wijst willekeurig iemand aan die bij aankomst nog bestond
                         ginds roept ze, ginds, en schraapt de laatste waan uit cementvoegen
                          met het vastknopen van de Walvisman aan een touw gaat alle hoop verloren
                           in het portaal van een verlaten wachtkamer zuigt geïnhaleerde honger zich vacuüm
                            daar waar je het gelaat van uitgedoofde zielen kan ruiken twijfelt ze
                             of een stap in hun richting volstaat om de ontbinding te laten stoppen
                              in de volgende kamer krabt een morbide kater het kruit van lege kogelhulzen
                               naast wat onbezoedelde helmen rust een klomp verse aarde
                                ze plant er de zaadjes van het nog groene gras dat in haar schoot verscholen lag
                                 de kiem van gesmokkeld verraad houdt stand
                                  lijn na lijn neemt een vijandelijk lichaam het loopgraaf in
                                   onder een brakende hemel groeit het verlangen
                                    kanonnenvlees danst tussen stukgeschoten mijnkraters
                                     aan de einder doemt dwaallicht op tot de glooiing overgaat,
                                      in graan
    velden breekt het stille glas van vermolmde maskers
                                       ze durft de Walvisman amper aan te staren wanneer haar laatste stukje
                                        bewustzijn overloopt in de littekens van het achterland

                                         weerstaat de houterige pas van het verzet, smoren de schoonheidsvlekjes
                                          in de plooien van haar lies, verstuift de bittere smaak van verderf
                                           over duizenden meters slachtafval doordrongen
                                            smeulen botten, branden huiden

                                             in alle waters
                                              vluchtend kind
  • 40
    2838

    In de Naam van de Vader

    Lonneke Welten
    1941                            1981    1981                   2021
    1942                            1982    1982
    1943                            1983    1983
    1944                            1984    1984
    1945                            1985    1985
    1946                            1986    1986
    1947                            1987    1987
    1948                            1988    1988
    1949                            1989    1989
    1950                            1990    1990
    1951                            1991    1991
    1952                            1992    1992
    1953                            1993    1993
    1954                            199   1994
    1955                                       1995
    1956                                       1996
    1957                                       1997
    1958                                       1998
    1959                                       1999
    1960                                       2000
    1961                                       2001
    1962                                       2002
    1963                                       2003
    1964                                       2004
    1965                                       2005
    1966                                       2006
    1967                                       2007
    1968                                       2008
    1969                                       2009
    1970                                       2010
    1971                                       2011
    1972                                       2012
    1973    1973                            2013
    1974    1974                            2014
    1975    1975                            2015
    1976    1976                            2016
    1977    1977                            2017
    1978    1978                            2018
    1979    1979                            2019
    1980    1980                            2020
  • 41
    1013

    in het echt

    Omdat hij over dood begint, ligt er ’s nachts een oude hond
    over mijn deken, half warm en half koud al,
     
    waaronder ik mijn voeten strek en me opkrul, een klein kind
    dat zich half een nieuwe knuffel verzint.
     
    Omdat hij over delen begint, denk ik aan de kadootjes die ik
    boven op de kast zette en waar ik eerst
     
    dagen naar keek alvorens ze uit te pakken, hij wil nu wel eens
    weten wat ik bezit en waarom ik het papier na
     
    afloop gladstrijk en in een lade leg. Omdat hij over intellect
    begint en hoe er bijna niemand meer is om mee
     
    te praten, denk ik aan het knopje ergens dat je kunt indrukken
    om alle gedachten te stoppen en eindelijk
     
    simpelweg gelukkig te worden. Ik streel de kop van het beest
    en vertel hem wat ik niet wil weten.
     
  • 42
    6441

    Inclusie

    David Nolens
    De vlucht duurt zijn volwassenheid en eindigt in het vertrek van de
    jongenskamer, naast de dood van de kamer van vader die hij niet kan
    betreden. Vader barst uit zijn kamer en lekt tot in de kamer van de
    zoon.

    Was de kamer in het geval van de dood van moeder een mooie, luchtige
    kamer, beredeneerd tot evenwicht, gegroeid in haar jeugd die op hoge
    leeftijd tot barstens toe voltooid was, dan was de dood van de kamer
    van vader onvolmaakt.

    In het eenpersoonsbed van zijn kinderjaren ligt hij te dromen van
    later. De volgende ochtend wordt hij oud en volwassen wakker, om dan
    weer gedurende de eindeloze lengte van de dag te groeien naar het kind
    dat zich te slapen legt.

    Zijn grootste wens is dat mensen kamerdeuren sluiten, ramen openen,
    als vogels op telefoondraden toekijken, nadat ze zich hebben bezonnen
    over hoogtezucht en dieptevrees.

    Hij kent geen verdriet, alleen maar verwonderde, klinkende leegte,
    heeft bijvoorbeeld weet van mensen die in hun kamer gestorven zijn,
    maar vergeet telkens weer hun dood. Wat hem betreft, is ieder
    heengegaan. Iedereen bestaat altijd.
  • 43
    2261

    je naaktfoto’s zijn gelekt

    een diepblauwe gloed, bloedrode signaallampjes, geen lichaam
    a body, chips in het kwadraat, in schaaltjes en serverkasten
     
    look at those lips, ze bewaren er de wegen
    van vingertoppen, weten waarom je alleen zwarte olijven eet
     
    met pit, nooit met de benen wijd zit, hoe
    de moedervlekken zijn verstrooid, het antwoord op de oerknal
     
    hebben ze gewist, very sexy
    ze zullen het niet eens ontkennen
     
    hongerige applicaties vreten hoogzwanger, bursting nipples
    een weg naar de velden, deze synthetische ‘Wolk’
     
    alles laat ze los over dorre lichamen, data stroomt zoet en kleverig
    over de schermen, de nulletjes lachen om de eentjes, so amazing, feestje
     
    in bureaustoel, omineuze kringloop, geen teken
    van bezwaar, such a great booty, een groot dankjewel
     
    ze hebben je getaxeerd, fuck je bent hot
    echt marvelous, een negen min
     
    er zijn schattingen hoeveel je weegt
    ongelijke borsten, rekkende kuiten
     
    het tastbare weggedacht, just the essence schatje
    nee niet je ziel, je essentie, die willen ze
     
    veilig voor je opbergen, opslaan
    in bytes en lagen zodat je voor altijd – ja, precies
     
    zoals je opkijkt, de kreukel in je linker wenkbrauw
    het trillen van de pupillen, wat daarachter schuilgaat

  • 44
    3412

    klankman slaat op holle vaten

    Gerard Scharn
    we lopen blootsvoets over hete zinken daken
    een curlingvrouw leunt zwijgend op haar bezem
    toeristen kijken zwetend toe hoe haar boezem
    zwoegt in overvol verlangen haar zog te delen

    we dansen blootsvoets op het ritme van een
    armeluis mazurka in blikkiesdorp en shantytown
    een orgelman draait aan het vliegwiel der verveling
    cela indachtig weten wij dat er doden zullen vallen

    we staan blootsvoets in de rij als flessen in een rek
    de nekken uitgestoken als hekkers rond een graf
    er wordt een hongerkunstenaar gevraagd en wij
    weten zeker dat wij zullen worden uitverkoren

     
  • 45
    365

    Late lavendel

    Janneke Jager
    Zoals het hier ruikt na onze lange afwezigheid:
    olie op de garagevloer
    langs de kapstok met
    zwijgzame sjaals die in hun vezels
    nog jou en mij verbergen:
    tonen van amber, kaneel, hout

    Ons bed met in de verte een hint van wasverzachter
    in zongedroogd katoen

    Hoe in elke hoek onverhoeds
    zich schuldbewust de geur van hond ontvouwt

    De koffiefabriek in de vroege herfst
    als we buiten zitten
    gehuld in late lavendel en natgeregend groen

    Het vuur nog in je haar
    die versleten ochtendjas
    je warmgeslapen huid
    wentelteefjes en gemaaid gras
  • 46
    7185

    Locker Room Talk (Open brief)

    Wat probeer je eigenlijk te zeggen
    als je op straat naar me roept
    dat ik een kankergeil wijf ben

    Wat probeer je eigenlijk te zeggen
    wanneer je mij de mond snoert
    en je eigen zin doordrukt
    Wat wil je doen dan

    Strip me tot op mijn ondergoed
    Neem me al mijn rechten af
    Kleineer me, voel je groots
    Sla me tot bloedens toe
    Negeer mijn intellect
    Misbruik mijn lijf
    Vermoord me
    Bezit me

    Doe dat alles en besef dat
    je me nooit zult breken
    want ik blijf

    Eva, Lilith, Kenau, Pippi, Hasse, Julie, Astrid, Lolita, Anna, Emily, Neelie,
    Elisabeth, Diana, Marilyn, Otje, Wilhelmina, Stella, Kesha, Aletta,
    Britney, Christina, Thelma, Louise, Oprah

    Ik ben Caroline (24) die in 1996 een lift kreeg
    en toen is verkracht, gewurgd en gedumpt
    langs de snelweg in haar eigen slaapzak

    Ik blijf haar moeder Wil die nog
    altijd strijdt voor gerechtigheid
    want de dader is nooit gepakt

    Ik ben een Dwaze Moeder, een Dolle Mina, Cleopatra, Maria, Teresa,
    Rosa, Maya, Medusa, Sylvie, Wiske, Malala, Margaret, Máxima,
    Tjitske, Aretha, Whitney, Marie Anoinette en al die anderen

    Ik blijf de moeder de vrouw de maagd de hoer 
    de oerkracht.
  • 47
    2609

    Matthäus Passion

    Rikkert Zuiderveld
    MATTHÄUS PASSION

    De stemmen van een honderdkoppig koor
    weerkaatsen langs de muren, rauw en teder.
    Vlak vóór mij een hoogwaardigheidsbekleder.
    Ik tel de haartjes aan zijn linkeroor

    en laat de mantel van zijn schouders glijden.
    Ik kleed hem in gedachten langzaam uit,
    kras al mijn angsten in zijn bleke huid
    en laat mijn woede in zijn rugvel snijden.

    Totdat hij bloedt, de vrome huichelaar,
    want hij is net als ik. Met huid en haar
    moet hij de dood in, dan pas zal ik leven.

    Meneer, u bent ten dode opgeschreven,
    een rotte en verdoemde eendagsvlieg.
    Totdat ik wakker schrik. Erbarme dich.
  • 48
    27

    MEESTER

    In de verte bij mijn klaslokaal
    zag ik mijn meester met bloed aan zijn handen
    hij stond zwijgzaam op de gang
    en waste zijn handen
    aan de rode brandslang

    Ik vroeg hem of mijn moeder hem mocht bellen
    hij schudde zijn hoofd en verdween
    alleen het bloed dat achterbleef
    scheen zoals het rode licht
    op het werk van moeder
    in de avonddienst

    In de wasbak op het toilet
    lag een dode raaf
    zijn uitgedroogde veren roken
    naar het uitgevallen haar op het kussen
    de conciërge keek mij zwijgend aan
    zijn zwabber droop
    van het geronnen bloed door
    het zoute water opgelost

    Ik vroeg hem wie hij was
    en wat hij deed en wat hij dacht
    Hij rook naar zware shag
    en verzuurde drank
    die als een eeuwenoude deken
    in zijn huid waren gebrand
    Ik zag zijn naam op bladzij twee van de krant
    Uit ons midden weggenomen tot as was hij verbrand

    Ik liep naar buiten en zag
    de meester en de raaf
    op weg naar ons huis
    het rode licht was uitgedoofd
    wat achterbleef was bloed
    dat kleefde aan zijn handen
    in zout water

                              opgelost
  • 49
    2305

    Mijmering van een vlieg

    Gwen Kamst
    Nu ik mijn plekje heb gevonden
    op een los randje behang, ik gewichtloos lijk
    tussen de slingers en jullie verhalen over het feest
    valt het me pas op;

    een baard van twee dagen oud, een ziel onder je arm.
    Ik blijf hier nog even zitten tot de deur je zo wegslaat
    en ik opstijg met de drie vlinders in het lijstje boven de piano.

    Een hoofd in de oven, plots wat handen in de lucht. Dan een slinger
    voor mijn ogen, het ‘tot later’ onaangeroerd.

    Ik vraag me af wat jullie nu gaan doen.
    Straks blijft er niet veel meer over, een olifant
    in de kamer. Luisteren jullie alleen nog naar verhalen van anderen,
    wikken en wegen naast een vaas met bloemen aan een tafel zonder stoelen.

    Om je leven te onthullen zul je moeten graven, wil ik je zeggen, maar
    er liggen teveel ballonnen in de woonkamer om nog fatsoenlijk op te kunnen ruimen.
    Ik zou graag zien hoe je het ijzer met je handen breekt,
    je niet verder kan denken omdat er steeds niets overblijft.
    Behalve ik dan, onze dagen geteld.
  • 50
    3466

    Mijn vader was nog nooit gestorven

    johanna pas
    Mijn vader was nog nooit gestorven

    Hij wist niet hoe dat moest
    zijn handen groeiden uit tot klauwen
    zijn ogen werden grijs en dof
    en in zijn ribben kwamen vogels wonen

    Zijn vel smolt weg over zijn broze benen
    zijn hoofd een zee van eb en vloed 
    die hem bekend

    En dan weer onherkenbaar maakte
    en dieren en demonen strooide 
    op zijn pad

    Mijn vader was nog nooit gestorven
    ik wist niet hoe dat moest
    om hem en dan zijn lichaam
    los te laten
  • 51
    927

    Mona Lisa

    Henrieke Herber
    Ik kocht een vis.
    Een bruinoranje, bolkoppig beestje dat
    hol happend
    naar me glimlachte.
    ‘Erwtjes lusten ze,’ zei de verkoper,
    ‘spinazie ook en broccoli, maar wel eerst even koken.
    En wortels nooit in z’n geheel!’
    Dartel deinde het met water gevulde zakje in mijn fietsmand,
    een zonnestraal streek langs de gouden vissenwang.
    ‘Mona Lisa wat ben je mooi,’ zei ik en thuis
    stond de met water gevulde kom al klaar.
    Terwijl de broccoli borrelde, ik de wortels knakte en mijn Mona
    vanachter het glas vrolijk knipoogde,
    kwam door het open keukenraam de buurman binnengestapt.
    ‘Hè bah, wat rot, zo’n vis alleen,’ zei hij.
    ‘Ik ga je redden, hoor, beessie, we stoppen jou lekker bij mijn
    kanjers van koi’s: Jaap, Joop en Jillis.’
    ‘Nou,’ antwoordde ik weifelend, ‘zij heet Mona, geen Jona.’
    ‘Ach, maakt ’t uit,’ riep de buurman en
    met mijn kom
    tegen zijn buik gedrukt
    liep hij zijn tuin in, naar de vijver.  

    ‘Hup, daar ga je,’ riep hij terwijl ik Mona Lisa zag verdwijnen
    in het drekkleurige water.
    ‘Gezellig naar de drie J’s – en nu koffie!’

    Vanachter buurmans raam keken we toe hoe tussen het riet
    drie reigers neerstreken.
    Vast Klaas, Koos en Knillis, dacht ik
    toen de vogels met één snelle kopbeweging elk

    een kolossale koi uit de vijver hapten.
    ‘Hup, daar gaan ze,’ zei ik terwijl K3 opvloog.
    Ik schepte mijn Mona uit de vijver en liep terug naar huis.
    Ik kocht een vis
    en hield mijn keukenraam
    potdicht.
  • 52
    6439

    Mooi niet


    De saxofonist aan de rand van de vijver
    Knielde en speelde 
    Met zijn hoofd in zijn nek

    Plakkende noten
    Aan de rand van de zomer

    Langzaam veranderde hij in bladgoud

    Toen het herfst werd
    Begon hij uit de bomen de vallen

    Het beeld stoorde me
    Zijn weerkaatsing veroorzaakte rimpelingen in het wateroppervlak

    Wie bent u eigenlijk?
    Vroeg ik
    Dat weet je toch? Ik ben je moeder 

    Mooi niet, dacht ik
  • 53
    5012

    Morgen

    Koen van Sparrentak

    De schaar in de geremdheid. Luchtgaten in de muffe lap.
    We hoeven niet meer te binnen en nooit meer te even of te keuken.
    We beginnen met samen om volop te negen.
    We stoppen met hersen en gaan rustig deken.
    Zonder te tentamen of te examen.
    Relaxed linnen zonder te kluwen.
     
    Op maandag lekker laken.
    We mogen ellenlang gisteren en na de koffie gewoon oosten.
    We kunnen dan eindelijk stoppen met amen. Op zondag heiden en rustig diaken.
    Probleemloos pasen zonder te pinksteren.
    Urenlang ongeremd wapen en westen.
     
    En wat dacht je van ’s-middags al gulden en vrolijk leugen bij de thee?
    Omen en teken op visite en enthousiast zegen zo lang als we koren.
    Elke dag noorden en plechtig buiten. En tussen de middag haven of tegen.
    Losjes kuiken en spontaan molen. Instinctief veulen, samen degen en heilzaam lantaren.
    Beurtelings varken en vrij baken met de Peugeot.
    Stevig regen zodat we soepel kunnen zuiden. En nooit meer bloedeloos morgen.
  • 54
    4045

    Nazorg

    Jan Bulsink
    Uw huidplooien zal ik schoon wassen
    van levensvet ontdoen, openingen vullen om
    het vloeien te stoppen, haar en nagels knippen
    en ik zal zorgvuldig een lach schilderen op uw gezicht,
     
    iedereen zal uw schoonheid zien
     
    Mijn werk doe ik in het donker,
    u maakt het niet meer mee,
    hebt geen idee van dag of nacht,
    geen haast meer, geen plaats, geen tijd
     
    alleen uw ogen blijven voortaan geloken,
    kijken op hun best naar binnen
    Mag ik vragen, wat ziet u daar,
    waar u, in die andere vorm van bewustzijn
     
    het meest van geniet
    Mijn werk doe ik op de tast,
    ik streel u zacht, strijk rimpels glad
    hoop dat mijn voelen u nog goed doet,
     
    dat het kwaad dat er ongetwijfeld was
    u niet wordt aangerekend
    en het goede dat u deed
    voor altijd zal blijven bestaan,
     
    dat u als herinnering zal blijven leven
    in de mensen die u straks dragen willen
    dat zij kunnen zeggen, het is goed zo
    en voor een laatste groet hun pas zullen vertragen misschien
     
    Hoe oud was uw dochter eigenlijk toen u stierf,
    ik vraag zo maar wat, verwacht geen antwoorden meer
    Nu u gewassen bent, kleed ik u in uw liefste kleuren,
    stift uw lippen, de dood is zo intiem
     
  • 55
    7254

    Niet vergeten dat je een ademend geheel bent

    Jo-An
    zegt een stem aan de andere kant van de

    A wereld
    B medaille
    C afgrond

    Je vraagt je af wat voor weer
    het daar is en hoeveel mensen
    stiekem hun ogen open houden.
    Nooit de controle loslaten.
    Dat is ook een geloof.

    Net als zweven op aandacht.
    Je vraagt je af hoe het kan
    dat drie minuten ademruimte
    negen en een halve minuut duurt.
    Je wacht af.

    Op sommige dagen
    leef je van wekker tot wekker.
    Op andere dagen weet je dat tijd
    niet bestaat en doe je alsof
    hetzelfde geldt voor grenzen.

    Geografisch durf je dat wel
    te beweren. Anatomisch
    blijkt dat een ander verhaal.
    Volgens sommigen is deze tijd
    chronisch.

    Je ziet een vallende diersoort
    en wenst dat je zogenaamd doof was.
  • 56
    3876

    Niets maakt mij banger voor de dood

    Okke Wisse
    Het is een kip met nasi dag. Het bos heeft lang op je gewacht.  
    Er is van alles aan de hand. Je bent van ver gekomen.

    Ik wandel aan de waterkant. En jij… het hapert weer in mij... 
    langs witte-basten-bomen.
    Ik ken ze goed. Ze staan het liefst in tuinen en moerassen.
    Er hingen vogelhuisjes in. En slingers toen ik jarig was. Je wilde mij verrassen. 
    Je droeg een sjaal uit India. De wind blies door je haren.
    De zonnebrand lag in de la. We gingen kanovaren. 

    En bij het veen stonden ze ook, de zelfde witte bomen…
    -Niets maakt mij banger voor de dood dan niet op namen komen-

    Ik wijs. Jij knikt. ‘Er hingen vogelhuisjes in en slingers toen je jarig was.
    We gingen kanovaren.’
    Je kruipt wat dieper in je vacht. De wind waait door je haren.   

    Het is een kip met nasi dag. We lopen aan de waterkant. En langs de witte bomen.
    Er was van alles aan de hand. We zijn van ver gekomen.
  • 57
    4890

    Nu het nog te laat is

    Saskia Johanna de Vries
    Nu het nog te laat is laat me
    je uitleggen dat ik niet te beminnen ben
    vanbinnen al ben aangeraakt
    ik houd het beter               vol
    in een leeg lichaam

    dit is het beste wat ik kon doen toen
    al het groen bevroor
    en de bushalte begon te schreeuwen
    zonder bloed met bessen of gescheurde kleren
    was het toch donkerder die nacht

    daar hangen rozijntjes, twee keer doormidden gesneden
    aan elkaar geregen met naald en draad en opgehangen in een boom

    we zijn op de vlucht, de lucht is ijzig
    ik moet kleiner worden, verdwijnen in het landschap
    kleiner en minder tot het water me optilt want dan weet ik
    ik weeg niets

    dat leek het minste wat ik kon doen toen
    al het groen bevroor
    en de bushalte begon te schreeuwen
    ik wilde me laten beminnen
    laten bezingen in woorden die ik zelf
    niet durf uit te spreken
    die ontbreken sinds ik thuiskwam in een lichaam dat niet van mij was

    nu het nog te laat is laten we
    voorzichtig gaan liggen en leegstromen
    dromen
    dat we op tijd waren
  • 58
    5320

    Nulpunt 17

    Yvonne van der Haven
    de vader ziet ze steeds vaker, de mensen in het zwart aan de overkant
    de klepel, het onregelmatige tikken, de klepel, de rioolbuis, de infrastructuur, de vleermuizen
    de versterker, de klepel, de platenspeler, het dubbele cassettedeck, het herkennen van de soort
    geluidsspecifiek, de klepel, twee draagbare cassetterecorders, de klok rechthangen op gehoor

    de videobanden, de kapotte videocamera, de watervleermuis die tjuuptjuuptjuup
    niet tjieptjieptjiep, de cassettebandjes in de schoenendozen, de geselecteerde verzameling
    voor in de auto naar Frankrijk, het getwinkelier van imiterende vogels
     
    de contouren van de betonblokken bij het afstomen van het behang, de trillende bovenlip van de
    buurvrouw op de gang, de stem die stokt, het bovenste knopje 
    van de lift dat al weken vertrapt op
    de grond ligt, de eerste tonen van de bonte 
    vliegenvanger die overgaan in die van de zwartkop, de
    gaai die tijdens de vlucht 
    miauwt als een buizerd, het beschermen van het nest, het handelen tegen
    beter weten in, de definitie van domheid, het levenswerk, 
    de gezeefde teruggestrooide aarde
    het wordt tijd dat we naar de overkant gaan zegt de vader
  • 59
    2252

    Omerta

    Paul Bellemans

    Mijn moedertaal is maffioos. Ze speelt aldoor Russische roulette 
     
    met teruggenomen woorden. 
    Eén kans op zes  
     
    dat wat ik ongezouten, messcherp zeg 
    mij daarna zelf doorboort, mijn hersens even 
    overhoop, tot gortepap vol klonters onrust.
     
    Ach, eens gezegd blijft toch  
    gezegd. Je kunt de pitbulls terugroepen maar niet  
    de beten door hen  
    veroorzaakt.        
     
    Zij is mijn gangstermatrone, mijn Nederlands, la mia mamma Camorra 
    die omerta eist over haar  
     
    vernietigingsvermogen (alleen dit vers is  
    al verraad). Zij kan eenieder doen verdwijnen 
    in een genoeg herhaald, als in een eindeloos opgerold tapijt 
     
    mooier dan jij toch’, ‘alweer nét niet, Bertje Bijna’, ‘illegalimargi- 
    naal’. Moesten wij maar sterker zijn? Of haar om genade vragen,  
    haar ‘zegelring’ kussen 
    in haar laatste deel van 80 grams crèmekleurig 
     
    papier? Probeer het maar eens zonder ook 
    zegelrecht’, ‘zegelstaart’, ‘zegellood’, ‘zegelpers’ 
    aan je lippen.  
  • 60
    4054

    Onder zeil

    dromen zijn boten waarop we
    door het duister varen
     
    zo ver we kijken kunnen: water
     
    het is te donker aan boord om
    de zeekaart te lezen, te licht
    om de sterren om richting te vragen
     
    maar hier zijn we samen, we
    weten: waar zee is zijn havens
    waar havens zijn kades
     
    en op kades staan mensen te
    wachten en zwaaien
     
    als jij van ons tweeën het eerst
    zult ontwaken, schrijf ik je
    brieven van zee
     
    ik weet dat wanneer je ze
    leest het heel even zachtjes
    zal waaien
  • 61
    6798

    Ongevraagd advies

    Ik wil niet vervelend zijn, maar je sterft verkeerd.

    Je aandacht zit er te veel bij, dat hoort niet
    Misschien voelde je ongepaste jaloezie toen je naar Undercover Boss keek
    en de werknemer vertelde 
    dat zijn vrouw maar kort te leven had.
    Het bericht van een pakketbezorger:
    ‘Wij zijn er dit jaar tussen mei en augustus.’

    Wat een geluk, zoveel duidelijkheid.

    Wat moet je met de wetenschap dat er in je agenda 
    niets te omcirkelen valt om naartoe te expireren?
    Hoe zorg je bovendien 
    dat je dit een beetje doseert?

    Wist je dat jouw gezicht nu al meer lijkt op dat van je oma, 
    dan op dat van de baby in je geboorteboek?

    Wat was het hoogtepunt van de avond:
    Het feest van de vrouw of dat ze na afloop euthanasie pleegde?
    Had het los van elkaar de krant gehaald?

    Hoe overwin je de dood als je doodgaat van angst?

    Je moet begrijpen dat er geen aanwijzingen zijn 
    zoals het McDonald's bord langs de A2 waardoor je weet
    dat je bijna thuis bent.

    Je hartslag is geen leger wordende pot pepermuntjes.
    Je hoeft niet te stoppen met bewegen
    om er vast aan te wennen, het overkomt je wel. 

    Er is niet genoeg eikenhout om het af te kloppen

    en kraaien zijn gewoon zwarte vogels.
  • 62
    3888

    Overwinteraar

    Herman Coenen

    laat de vierhonderdjarige
    moerbeiboom zieltogend spreken
    diatonisch in voorwerelds
    vibrato lentamente

    stemband van het meesje
    dat ondersteboven in zijn takken hangt
    om met flitsend oog te seinen
    ja ik zie je wel

    jij overwinteraar op de smalle reep
    tuin vol betraande oren
    zwaaiend naar mijn moeder
    die gehurkt op een wolk

    haar tere vingers uitsteekt
    mees roodborst gouden eekhoorn
    kinderschaar in stuifsneeuw
    jubelend op haar af.

  • 63
    3687

    Paprikaplanten

    De recyclebare tas van de apotheek zit tjokvol
    rust, blijdschap, realiteitszin. Uit mijn oortjes klinkt
    de akoestische versie van dat nummer van het songfestival
    en over mijn wangen worden zoute sporen

    getrokken als voren in het land, klaar voor het ontkiemen
    van bloemen of paprikaplanten. Ik lees boeken
    over middeleeuwse monniken, over hoe je hart
    vermorzeld moet worden zodat het kan rusten in God

    en bedenk dat ik liever pillen slik. Ik fiets
    over een drempel en ben bijna even los,
    zie het mondspoelwater door de gootsteen lopen
    en oogst de paprika’s zodra ze volledig uit één kleur
    bestaan.
  • 64
    2603

    perfecte timing

    Patrizia Vespa
    ze weet, de drang is het grootst als de middag sluit
    een park, een broer, 
    roze driewielers op hun zij
    het meisje 
    probeert zo hard mogelijk haar huid uit
    te schommelen

    ze zet haar hakken in de bomen
    schopt de tartend kijkende wolken blauw
    ze kan de wind net aan


    hij staart naar zijn wapperende lievelingsjurk
    telt de winegums in 
    zijn zak

    als hij iemand was, zou hij ermee stoppen
    en op zoek gaan 
    naar een weg die naar beneden
    afslaat, maar hij moet altijd eerst

    als de schommel tot rust is gekomen
    is zijn onrust het grootst

    het moet nu elk moment gebeuren
  • 65
    4721

    Politiek

    Alexis de Roode
    Ik ben blij dat ik de goede partij heb gekozen
    Die voor de juiste beslissingen is.
    Ik wist lange tijd niet voor wie ik moest stemmen
    Totdat ik ging stemmen.
    Toen bleek de partij waarop ik stem
    de juiste standpunten te hebben waar ik achter sta.
    Ik heb echt geluk dat ik op de goede partij stem.
     
    De standpunten van de partij waarvoor ik stem
    Zijn onveranderlijk
    Omdat ze altijd correct zijn.
    Daarom stem ik telkens opnieuw op ze
    En dat is een groot geluk
    Want ze zijn voor de juiste beslissingen.
    Zo kan er niks mis gaan.
     
    Soms is het een nieuwe partij waarvoor ik stem
    Maar wel altijd de juiste.
    In die zin is het altijd dezelfde partij.
    Als ik niet voor de juiste partij zou kiezen
    zou ik minder zeker van hun standpunten zijn
    omdat je eraan zou kunnen twijfelen.
    Maar ik twijfel niet omdat ik de juiste beslissing maak.
     
    Ik en de partij waar op ik stem passen bij elkaar.
    We nemen de juiste beslissingen
    En daardoor kunnen we zien dat we gelijk hebben.
    Als het misgaat ligt het dus niet aan ons.
    Mensen die twijfelen veroorzaken problemen.
    Wie twijfelt, maakt verkeerde keuzes.
    Gelukkig kunnen zulke mensen op ons vertrouwen.
  • 66
    10

    remise

    bij de buren bolt het geluk met helium
    gevuld begeleiden kreten ons gesprek dat
    beter loopt als ik zwijg je stem
    vliegt tegen de kartonnen muren op tast
    vouwnaden hoe gooi je een kamer weg

    waar hologrammen huizen de bramen
    op je lijf voeden zich met de nerven in het tafelblad 
    uit je armen pulk je dode vliegen legt
    ze te rusten in het raamkozijn het huis flatteert
    je niet je huid filmt vaseline 
    glanst op ongemakkelijke

    momenten dat de vuurkorf 
    van hout was droomde
    je ik zocht 
    natte takken vochtig mos metselde om en om
    als de ingrediënten in een lasagneschaal jouw vlees
    krimpt maten de trein stikt rechte naden op
    de rails bij elke steek vervaagt het patroon dat ik

    je gaf kijk dan daar een vogel een merel zie je hem ook
    dat is een kauw zeg je kauwen begeleiden
    stervende kauwen en ik begin te redderen gooi

    het verschoten fruit bij 
    het plasticafval en weet
    dat hoesten 
    in een film niet veel goeds belooft 
    vallen is actief en dwarrelen vrijwillig probeer ik nog 








  • 67
    173

    Rikki's verjaardagsfeestje

    het is zoals de Rottweiler op Rikki's brooddoos in de oude vaatwasmachine,
    sommige papa's zijn slechts waterverf op uitgelopen verjaardagsfeestjes

    in netjes onderhouden tuinen knikkend naar het ongehoorzame van dochterlief
    waar een verroest trampolinegeraamte de sprongen van jonge eksters dempt,

    bubbelwater en stroop zichzelf tot koningin van de vlindertuin slingeren
    er met speenkruit en klittenband menig schaafwond wordt gespalkt,

    een serpentine klieft zich door de poedersuikerlucht om de eenzaamheid
    van woensdagnamiddagen te vangen in blubberpudding met aardbeitraktaat 


    'kan het niet wat zachter met die gifgroene blik van moederskant?' 

    roept plots de buitenissige buurman met spraakgebrek en Argentijnse tongval
     
    achter een gevlochten balletboom tekent zich een plusmama in schors af
    glanzend en glitterstiftend doorheen geforceerde mallenmolens en wisseldagen
     
    'waarop lijk ik nu het meest,' vraagt Rikki 's avonds voldaan bij oma in bed
    'op mijn verwekker of die schildersezel in grootvaders schuilkelder?'
  • 68
    620

    sfeertje bij het fornuis

    Ik ben opgebrand in het hout dat je bracht uit de grote weerspiegeling van de zon.
    Nooit veel problemen gehad.
    Maar nu in een woud van ijzer. We zien ‘later’ als een plaats, een decor dat verdrinkt.
     
    Angst voor het huis is als duisternis in mijn wonde. Blote handpalm indien die buitenkwam
    in mijn ribben, heel Alien-like.
    De schemer een patrijspoort die niet lijkt te lukken in zijn opzet alles te verbergen.
     
    Je overgave om te genezen – al eeuwen bouwen aan een akelige wind. Ook in het grind
    waarin de oude auto, dat rood gezwel met laadbak.
    Het glipt in je borst
     
    als een vezel die je gevangen houdt, in een halfslaap, in evenwicht. Ik begrijp hoezeer je
    op dit ogenblik warmte zoekt  – raketkop, technologisch. Je laat bij die gedachte
    waar je hekel aan hebt, mij slapen in een zon
     
    om ons heen, een lichaam.
    Je komt terug op volle kracht, als een schroef van een schip dat een ijsberg gaat ontwijken.
    Radeloos de rug van je zee. Grondgebied van engel
     
    en je grijze gebalde linzen op een deinend laag vuurtje. Ogen als schoteltjes
    met melk voor je poes
    – schuw bij mensen die ze niet kent.
     
    Ik schommel in de winter. Niets verwijdert zich.
  • 69
    5063

    Sluitstuk

    je hangt bij binnenkomst
    je naam

    als een kledingstuk
    aan de kapstok

    je legt al je kaarten op een tafel
    schreeuwt
    in een geluiddichte kamer 

    je stem van je af je 

    laat je haren van je afglijden
    wrijft je huid los
    tegen de trapleuning
    wankelt
    naar boven
    op andermans voeten

    legt jezelf te weken 
    in een bad met zoutzuur

    als een leeg lichaam
    sta je op
    - hoe noem
    je jezelf

    als je
    tot op het bot

    ontmanteld bent -

    dan


    als klapperende leegte

    naar het open raam 
    kijken naar de zonsopgang
    boven de huizen
    totdat het licht
    opnieuw 
    nestelt 
    in de ruimte
    tussen je ribben
  • 70
    7166

    Smelt

    Vincent Kreugel
    een meerkoet op blauwe antivries slofjes
    schuifelt naar de rand van het ijs
     
    houdt verbaasd stil bij deze faseovergang
    een passerende toerist legt het op foto vast
     
    ik (twee blauwe broekspijpen
    boven de bakstenen kademuur) hier
     
    de toerist (v.) hurkt vertederd dichterbij  
    en mijn meerkoet blijft bevroren dan wel
     
    gewillig poserend dan wel existentieel
    besluiteloos staan, als Socrates in de sneeuw
     
    klik: twee denkende dieren in Holland
    het smelten begint aan de rand
  • 71
    4073

    Smeltwater

    Niels Vonberg
    de blauwe nacht die zich omdraait
    kraakt onder mijn schoenen

    er zijn geen bevroren dieren, alleen
    smeltwater dat gaat komen

    een uitgeklede man fluit op weg
    naar de slaapkamer door het donker
  • 72
    4064

    Somnambule in de polder

    De sloot wast de vissen
    De sloot is verliefd op de vissen
    De sloot is een wang met zilver erop
    En de wilgentakken die erboven hangen
    laten tranen op die wang
    De sloot is een zilveren slang
    die waakt over haar vissen

    En het riet sist naar de vissen
    En de vissen lispelen tegen het riet
    En de takken sluiten zich
    En de mist is licht
    En de maansikkel achter een wolk
    ziet een beer
    Een oude beer die de weg kwijt is
  • 73
    515

    Stilte

    Voor mij is het helder – droom
    droom, alsof je een antwoord bezit
    je wetenschap
     
    in onzichtbare steden die je als de jouwe ziet
    in mensenhaar
    in de bronnen en aard van mijn lichaam
     
    om me weg te nemen in suizend duisternis, waar je van
    door de gangen loopt
     
    naar vindplaats van kisten en pakketboten
     
    op een noorderbreedte
    vol frisse genen – ja, neem een hap
     
    uit de dingen die je scherp ziet, verander me
     
    in ridders die eindelijk terugkeren naar het slot
    op je dag
    na jaren in lome vergissingen
     
    waarin opwinding is (omdat woorden
    ontsnappen
     
    zoals in de tongen en talen
    waarvoor wij ooit open en gesloten waren –
     
    – de poes in mij legt als offer een dronken, dode muis op je
    drempel.)
  • 74
    6159

    Synesthesie

    NB
    De goddelijke groene geur van gemaaid gras op een warme dag!
    Ik stond stil, snoof diep
    'Ik ruik het schreeuwen van de grassprietjes,' zei mijn zoon van zeven
    Sindsdien verwildert mijn tuin en huil ik als ik een hovenier zie
  • 75
    5286

    Taxi de luxe

    Hanjo de Kuiper

    De gezichten strak van kou
    als het Raadhuis van graniet.
    Taxi krijgen lukt hier niet.
    Drie keer roepen, vier keer zwaaien, ijzig buiten staan.
    Eindelijk stopt een Srilankaan.
     
    Door gestold Oslo zweeft hij naar kantoor.
    De Raadhuistorens in vallend paarsblauw licht.
    Een meeuw die daarboven krijst,
    Munch lijkt hier dichtbij.
     
    De Srilankaan mompelt aan het stuur:
    Nee, geen familie dood in tsunami. Ja, leven hier erg duur.
    De radio praat over het statuut voor Noorse Sami.
     
    De Srilankaan spaart elke maand voor zijn kinderen
    die godzijdank niet aan zee wonen
    en niet met de ramp zijn weggespoeld.
    Hij luistert stil naar de chauffeur,
    die spreekt over zijn dochter,
    de vrolijkste thuis.
    Net als de mijne, vroeger, denkt hij.
     
    Oslo, min achttien graden, twee maart, een luxe taxi.
    Noorse meisjes, over hun korte jassen
    hangen tassen van Gucci.
    Hun lach rinkelt als scherven in de ijslucht.
    Zij zou hier moeten staan,
    lachen en stralen, als Madonna’s Ray of Light.
    Zonder haar vriendinnen lukt het niet.
     
    Een steen in zijn maag, koud graniet.
    Buiten krijst een meeuw.
    De Srilankaan is stil.
    Mijn dochter thuis is stil.
     
    Zwartpaars licht schijnt door taxiruiten.
  • 76
    983

    Tegendruk

    Telkens als ik mijn mond op een kiertje zet en wacht
    hoop ik dat jij eruit komt kruipen, dat ik woorden vind

    voor de vrouw die jij was en voor het gat dat mijn lichaam
    schreeuwt sinds ik geen schroevendraaiers meer wil gebruiken

    een kist dichten is niet hetzelfde als een wond hechten
    is niet hetzelfde als het naar rechts draaien van een stromende kraan 

    wat is nog de tegendruk van een huls die in het gras belandt, de tegendruk
    van een baarmoeder voor het allang geboren kind, als ik zaagsel ruik

    draag ik de werkmanstrui van mijn vader, als ik zaagsel ruik
    hoor ik zijn rolmaat het meten van je naam, hij bouwde je een huis om

    dicht te schroeven en ons een wensput om niet te hoeven huilen, maar hij vergat
    ons te vertellen hoe je een band plakt, hoe je buiten alles in de beits

    en hoe het is om alleen, zoals hij
  • 77
    5125

    Terug

    Emre Genç

     
     
     
    Iemand schreef iets op om het vast te houden en iemand schreef  
    iets op om het te kunnen vergeten. Twee kolommen.  
    Waak ervoor een woord verkeerd  
    te plaatsen. Het nagelt zich onbedoeld, of vervliegt.  
    Ik ben het kwijt en wil het terug.   
     
    Mijn zoon drukt zijn wang tegen de schoft van de ezel die wordt verkocht.  
    Hij hurkt in het gras.  
    Hij laat de lijn vieren.  
    Hij kijkt toe. Hij luistert.  
     
    Zijn handpalm stil, een gift, ik schrijf en zorg ervoor dat ik vacht en gezicht  
    in dezelfde kolom opneem – die waarin het veilig is en klopt.    
     
     
  • 78
    4554

    Tongbrekers

    Caty Moerman
    Wat als je tong jeukt en krabben niet meer helpt. Als de randen van je nagels vol
    schraapsel zitten en elke kras zo hard gloeit dat de wrevel alleen maar groeit.

    Je zou zweren dat bijten zoveel 
    beter is dan zalven. Dat de riem strakker spant
    als je tanden dieper kerven en het schuim 
    in lange slierten langs je kin druipt.

    Alsof de nijd zo alle weerzin smoort, ze langzaam verstikt 
    in de hoeken van je
    mond tot slikken het enige is wat nog hoort. En dat je strot steeds meer zwelt.

    Dat de rafels blijven haken achter elke plooi en de krop enkel zakt met je ogen
    dicht. 
    Alsof schimmen altijd schuilen waar het donker is. Waar de waan niet meer

    kraakt en je niet hoeft te veinzen of je wel of niet en of het eigenlijk ooit heelt.
    Hoe je adem telkens stokt 
    als de avond breekt, omdat dromen nu eenmaal

    pulken als je liever vergeet. Waarom de pus vaker walmt als de stilte prikt
    en je zelf niet eens proeft hoe wrang je speeksel smaakt.
  • 79
    7094

    Troost

    Paul Jannes
    In de tuin kruipt een egel en aan de 
    horizon brandt een ster en over het

    kanaal vaart een boot en op de brug
    staart een fietser naar de zwarte bomen

    en ergens ver weg klinkt een kermismolen
    en uit de nachtwinkel komt een dame

    de armen vol bier terwijl de pastoor
    de kerk zoekt en de nachtmussen

    fladderen voor ze aan stukken
    worden gereten door een verloren

    gegaloppeerde ridder uit de 
    middeleeuwen die een sprookje

    verkende waarin de prinses
    een huilkrans weghing

    rond de ogen van een kasteelheer
    die op TV foeterde dat hij

    nooit had geweten hoe iets te 
    verzinnen of te beëindigen 

    en god molesteerde uiteindelijk zijn 
    ganse kroost als troost.
     
  • 80
    6709

    Uit zicht

    Lukas Graff
    Voordat je vastloopt
    en alles overhoop gooit,
    wil ik dat ik heb gezegd
    hoe mooi je hier toch staat.
     
    Hier met je hoofd zo uit het raam
    op minstens twaalf hoog. Kijk niet om,
    weg van het stadsskelet, maar sta hier
    in de avondzon, verstild.
     
    Dit heb je maar mooi bereikt
    een schepping die zichzelf bestrijkt
    die aan het eigen lichaam wrijft
    en bijna van geluk bezwijkt,
     
    die uit het petrischaaltje groeit
    en overal de kop opsteekt,
    zich met de broncode bemoeit
    en aan de eigen wortels vreet.
     
    Ze zijn nu bijna uitgeput
    en liggen futloos te vergaan.
    Straks wordt het zwart achter het raam
    en dan zal je weer naamloos zijn.
     
    Maar mooi, hoe je hier staat
    voor alles gaat zoals het gaat,
    niemand meer de wind verstaat
    of in de herfst je blaadjes raapt.
     
    Ik zal niet rouwig zijn.
    Niemand zal rouwig zijn.
    Daarin schuilt juist
    die onschrijfbare pijn,
     
    wanneer je omdraait en verdwijnt,
    omdat er niemand naar je kijkt.
  • 81
    5347

    Veren

    Nanny Luijsterburg
    Sinds het laatste vliegtuig is vertrokken, raap ik
    veren. Grijze van de duif, zwarte van kraaien.
    Ik plak ze op mijn huid.

    Vogels zwaarder dan 18 kilo kunnen niet vliegen. 
    Vervloekt zijn onze botten. Ik train
    mijn spieren en ik vast.

    Struisvogels wegen 125 kilo. Mijn moeder
    eet steeds meer. Moet ik haar achterlaten?
    Het is een fabel dat vogels mensen dragen.

    Dagelijks klaagt ze luid dat vrouwen elke toegang
    is ontzegd. Er zijn geen deuren meer, ik zeg het je,
    we moeten vensters zoeken.

    Ik zweef gesluierd over straat, verzamel veren.
    Ze liggen overal. Zijn vogels in de rui
    of rouwen ze? 



  • 82
    6246

    Verre Mist

    Sadiqa de Meijer
    Een meisje werd vermist. Dat woord een struikelsteen
    in mijn gedachtengang. Was ze dan opgelost in grauwe
    motregen, in koude damp? Ik wachtte op de lift.
    Twee grote mensen met bewolkte voorhoofden
    keken peilend van het prikbord terug naar mij. Achterdocht
    was geen verwarde dochter toch? Ze zoeken naar jou,
    zei de vrouw een beetje kwaad en greep me
    bij de schouder. Vermist was dus je eigen schuld.
    Dat ben ik niet! Eén bruin meisje met een staartje leek
    zo op de ander in die stad. Ze liet me gaan.
     
    Ik trilde nog toen ik bij oma boven kwam. Ik wil
    niet meer naar buiten, nee, je mag niet meer alleen,
    zeiden we door elkaar heen. ‘s Nachts het plafond, daar zag ik
    soms figuurtjes in de kalk. Lag het meisje in een winterslaap,
    met andere vermisten, op een plek die nergens was?
    En ook dat woord ontvoerd—werd ze dan
    weggelokt met voedsel als een spoor? Bij daglicht stond
    haar foto in de plaatselijke krant. Ik heb gestaard;
    zo eindeloos dat ik nu moeder ben.
     
    Heel even was ik op die dag de mogelijke
    thuiskomst, redding van haar ouders. Als het kon
    dan had ik het misschien gedaan. Dan was ik
    ook van hen geweest. Opluchting,
    is dat de ruimte om weer te bestaan? Maar zo zijn
    we niet, zelfs onder miljarden mensen niet, de een is nooit
    de ander, en ik werd door mijn eigen oma strak omhelsd,
    ademloos, alsof ik zelf verdwenen was.
  • 83
    3045

    verwachting

    ik hoor van een kind met een vis in haar buik.
    toen ze een bad nam in het rode water had hij
    zich in haar vastgezwommen. een echo 
    toonde haar vader twee ogen en een grote bek
    het gezwel moest weg, het kind ook
     
    op mijn rug lig ik in het gras. uit mijn buik ontluikt
    een eik, ik zie hem groeien, hij beperkt me het zicht
    takken bollen op als droeg ik de boom als het kind
    in mij. iedere herfst groeit hij verder uit me weg
     
    elke schreeuw heeft geen schijn van kans, craqueleert
    vergaat in het ijle. ik vraag me af hoe hij in me kwam
    zijn bladeren prikkelen de keel en nee, ik hoef niet te eten
     
    bijna sterf ik als de bomen om me heen. precies op tijd
    bloeien ze weer en ook de eik uit mijn buik mag gered
     
    stil blijf ik liggen
  • 84
    6627

    Verwachtingen

    Willem Tjebbe Oostenbrink
    De levensverwachting ligt bij mannen lager
    vrouwen leven rustig door als hun man gestorven is.
    Mannen hebben structuur en gezelschap
    nodig en minder grip op het leven.
     
    Mijn vrouw heb ik gevraagd of we toch kinderen
    konden krijgen, om te voorkomen dat bij het ouder
    worden berichten van familie en vrienden alleen
    maar gaan over ziektes en overlijdens.
     
    Mijn verwachtingen zijn groter geworden en anders
    dan die van het weer. Met regelmaat vraag ik
    me af hoe de kinderen terecht zullen komen.
     
    Mijn leven ben ik efficiënter gaan inrichten.
    Ik doe nu ik 's morgens eerst alle nutteloze dingen,
    zodoende ben ik al om half twaalf klaar.
  • 85
    4443

    Verzonken

    Monica Boschman
    Vannacht heb ik mijn vader begraven.
    Ik zei niets, hield de woorden
    in mijn binnenzak, alsof ik mezelf
    op het hart drukte dat zwijgen
    het enige was dat paste.
     
    Zijn mancave heette gewoon de schuur.
    Elk uur werd besteed aan maken
    met de hand. Eerst zagen, dan verbinden
    pen-en-gat of in verstek.
     
    Met reden mocht ik binnen. Een lekke band,
    de losse leuning van een stoel. Zijn oog
    wist waar, voorzag in maten en materie.
    Daar had hij de sleutel tot alles.
     
    Als het echt zover is, zal ik spreken
    - verraad plegen. Nu kom ik weg
    met warme thee. Ik drink
    tot de bodem van de dageraad.
    Het is te vroeg om hem te bellen.
  • 86
    6086

    Veters

    Paul Bellemans

    Ode aan de laatste toegelaten
     
    openbare broosheid: veters strikken, gehurkt of zelfs geknield 
     
    midden op een stoep. Het ego even neergelegd  
    naast het regenscherm. En alles, eindelijk alles 
     
    dat vertelt, verraadt: de graad  
    van vingervlugheid, haast machinaal of dromerig 
    traag, de rugkromming en hoe het hoofd 
     
    overhangt. Er zijn grofweg drie categorieën: 
     
    - burgers die met lussen van geduld/ konijnenorenmethode 
    schoenen leerden strikken 
    - zij die oefenden op kille treden, stiekem haast, zonder hoera’s 
    - en grote mensen die nog steeds op niet gekregen  
    veterapplaus wachten 
     
    aan een tafel vol aartsmoeilijke  
    zelfgemaakte macarons 
    of in een tent in een huis opgesteld omdat de koude kamer  
    errond past. 
     
    Dan wacht ik liever op een nieuwe Messias 
    die geknield op straat fluo veters en  
     
    ooit’ aan ‘nu’ en ‘grauw’ aan ‘hoop’ bindt 
    in de hoofden van de 
    omstaanders die daverend – Veterapplaus 
     
    klinkt dat zo? Is het dat, is het 
    dat maar? 
    Oh. 
     
  • 87
    5385

    Voor dood

    David Cornille

    toen wij klein waren speelde je
    soms plots voor dood

    je ogen wijd open
    geen adem te horen

    heeft ze weer aandacht nodig
    zei mijn vader en liep door

    wij probeerden onze paniek te verdringen
    je te kussen, je wakker te praten

    te kriebelen achter je oren

    dat haalde je altijd terug

    nu wij groot worden
    genoemd, doe je het opnieuw

    rochelend, snuivend
    daarna verstild

    het zal zo erg wel niet zijn
    zegt mijn vader en leest verder

    wij proberen ons verdriet te verbijten
    je te kussen, je in slaap te praten

    aan kriebelen denkt niemand meer
    nu jij weer voor dood speelt

    en ons hier voor levend
    spelend achterlaat

  • 88
    1893

    Voor het laatst

    Zoals er in elk weids landschap waar we doorheen fietsen telkens weer schapen
    opdoemen, komt het vrije altijd in vaste vormen.

    We tellen billen met verfvlekken en woelen met onze handen door een vaag
    gebied tussen onvoorwaardelijk en niet alleen willen zijn.

    In de pauze leg jij diepgevroren boterhammen op mijn beurse knieën en je
    verontschuldigt je voor alle keren dat je er niet was.

    Steden met vertrouwde gezichten in de vensterbanken slaan we over omdat
    herkenning het landschap van ons samenzijn uitstrekt.

    We willen slechts onszelf nog eenmaal over het stuur heen vouwen, het brood
    en water delen, en het dan voor het laatst oneens worden

    over de juiste weg naar huis.
  • 89
    3944

    Vreemd

    Dwars door mijn naam dondert een vrachtwagen
    de parlofoon in. De klik laat ik niet voorbij gaan.

    Boven de trap tasten naakte tenen naar warmte 
    in de hall. Wat volgt zet de eerste stap,
    tot de blauwe rand van een hemd verschijnt.

    Zij houdt niet vast, maar aait bij afdalen 
    het zwart gelakte hout van de balustrade,
    ontknoopt met trage vingers blauw van blauw.
    Vanuit de schaduw verschijnt de man in mij.

    We draaien de nacht om. Lakens zweten ons uit.
    Zij aait mijn ochtend wakker en prevelt 
    iets over half negen, over haar man en straks.

    Hem dwars ik op straat. Mijn groet struikelt.
    Alsof hij hier vreemd is, staar ik hem na.

  • 90
    1954

    vrouw

    Rosa Willemijn Vlogman
    ik ben hier al eerder geweest. we zijn wat onwennig begonnen,
    omdat ik mijn eigen lichaam nog niet op deze manier had herkend.
    ik herkende het water wel, hoe het opstijgt, verdampt, bevriest,
    neerdaalt, stroomt, stijgt, daalt, golft, kolkt, wentelt, krimpt, slaat.
    ik herinner me het slaande water wel. en ik herinner me de vrouw.
     
    in mijn onderbewustzijn neemt mijn goeroe vele vormen aan:
    een kale gehavende leeuw, met brandvlekken op het stuitbeen,
    een machinist, een jutter die me trots zijn vondsten toont, vannacht
    vist hij een slang onder een bevroren wateroppervlak vandaan
    en toont me die. dit hier, zegt hij, is al je vrouwelijkheid.
     
    ik neem de slang van hem over, we staan op een wankel vlot.
    mijn moeder is daar – nee. ik weet zeker dat dat betekent – nee.
    je kunt achterna gezeten worden door een slang, je laten volgen,
    je kunt gebeten worden door een slang, de slang zelf iets aandoen.
    ik ben niet meer bang, er zit iets zachts en ondefinieerbaars in mij.
     
    ik herinner me het vrouwenvlees, maar ik herinner me niet er zelf één
    te zijn geweest. ik herinner me een zout, gekrompen geslacht.
    ik herinner me het mannenvel. het was de vrouw die tegen me zei:
    als je ergens bang voor bent, dan draag je het het best dichtbij,
    zodat je af en toe kunt kijken of datgene je nog angst aanjaagt.
     
    ik draag een neon-verlicht ‘hier-ben-ik’ om mijn nek, alleen zichtbaar
    voor handlezers, zwendelaars, tasjesdieven, goede-doelen-verkopers,
    sekteleiders, huisartsen, helderzienden en slangenbezweerders.
    mijn goeroe toont me de slang, zegt: dit hier is al je vrouwelijkheid.
    ik open mijn mond en slik de slang als haring door.
  • 91
    341

    We spraken

    Karin Dée
     
    over een stad waarin handen heel
    en af en toe niet thuis wilden zijn.
     
    Over de plek waar jij en ik onze vingers
    opnieuw probeerden te benoemen. Om ze
     
    weer aan de praat te krijgen, zoals bijvoorbeeld
    door te applaudisseren voor wie van ons
     
    de beste Bondfilm uitkoos. Of welke
    vrouw het meest weerbarstig terugsloeg.
     
    Soms verlokten we elkaar, een kraaien
    over wie het hardst op strepen kon staan.
     
    Later kwamen er bakens bij, de andere helft
    van het heelal was voor mij.
     
    We werden baas over onze handen,
    haakten ze krakend in eigen vlees.
     
    Op een morgen gingen onze monden
    aan het schrapen, we scharrelden
     
    als kip en haan. We begroeven ons.
     
     
  • 92
    988

    Weerbericht 

    het galopperende geraamte van een paard
    was op het tweede gezicht zo'n vliegendeken
    en op het derde gezicht mijn totemdier

    een uitgebeende soort met ongeremde kracht
    roffelend over het vel van een trommel
    gespannen tussen de wolken

    soms zie ik hun hoeven als ik omhoog kijk
    als schaduwijzers in het blauw
  • 93
    3753

    weg

    ik denk aan de dag dat jij wegrende
    wegrende de weg op rende heel hard rende
    rende weg, de weg op rende jij de grote
    gevaarlijke, de onoverstekelijke weg
    rende jij op rende jij rende tot stop
     
    tot de sirene tot de sirenes kwamen tot de sirenes stopten, stopte jij niet je bent niet gestopt niet toen zij stopten niet toen ik stop riep, stop stop STOP, stopte jij niet stopte mijn hart stopte jij niet met rennen, stopte de auto niet, de auto stopte niet, stopte niet, kon niet stoppen, niet stop, hoorde mij niet STOP, jij stopte niet, ik stopte
     
    net toen jij niet stopte met rennen, niet stopte toen ik riep, stopten we met ademhalen, wij stopten samen met ademhalen, stopte de auto niet, jij ook niet, ik stopte met leven jij stopte ook met leven jij stopte met leven op die straat, ik stopte levend met het leven, ik stopte met ademhalen voor even want jij stopte niet en de auto net zo goed niet
  • 94
    3392

    Willekeurig Moment

    Ralph Dassen
    Boris nog gezien op BBC, dat feestje na die vergadering, kwartiertje maar, wonderlijk toch drie Guinness en een glas port, ik geloof hem wel, sorry dat ik zo hijg, wil net het Reina Sofia in, wacht even, gracias, temperatuur 37.6 graden, ik mag naar binnen, kijk daar hangt hij al, ik draai de camera effe om, zie je de Guernica, die Pablo wat een visionair, 2G gaat niet gebeuren, het Forum geeft Gates de schuld, iemand uitsluiten met die achternaam haha, ben benieuwd met die nieuwe coalitie, geen hond is te vertrouwen en daarover gesproken er zit geen hond in ons nieuwe kantoorgebouw, sommigen zijn eenzaam nu, ben die afkorting van je trouwens weer vergeten, o ja, UNHCR ingewikkeld, wat doen al die lakens op die stoffige grond, te weinig vaccins in Kabul, ach veel jonge mensen toch en sowieso te weinig IC's, en anders regelt die nieuwe, die Akhund dat wel, hou op die Amerikanen komen vast weer terug, hier is het een stuk saaier, ma mag niet komen, net boven de zeventig, de kids zijn nog niet gevaccineerd, nu wil ze afspreken net over de grens zit trouwens een prima tweesterren restaurant, heb het even gegoogled zit in de buurt van een vuurwerkhal, begrijp je waar ik heen wil, maar weet je ma mist niets aan die twee, zitten de godganse dag op een scherm, sporten dat mag echt niet, leef je in de woestijn of zo, sorry fout grapje, thuisonderwijs, tja familieleed alom had ik maar een cruciale baan moeten hebben, we hebben een coronapup genomen, ja een Labradoodle, nee die wordt nu doordeweeks opgehaald door uitlaatdienst Beauchien, belachelijke naam en dat in de Achterhoek, in het weekend? nee werken ze niet, het allerlaatste plekje hadden we nog, nee ik lieg, ook een wachtlijst, maar we betalen een tientje meer, tijd voor elkaar door het thuiswerken, nee hoor of bedoel je seks of zo, je lijkt onze relatietherapeut wel, mijn hoofd staat er niet naar, medemenselijkheid kan het woord niet meer horen, ja sorry heb je die twee goochemerds niet gezien, kan onderhand gebarentaal lezen, niet gezien!! wéér alles dicht, verlengde steunmaatregelen, tuurlijk onze achterkleinkinderen dat zien we dan wel weer, ik ben het spoor bijster, nee we blijven in eigen land een huisje met een houtkachel, fijnstof ja daag, ik heb trouwens eindelijk een goede coach, die GZ-psycholoog hou op, heeft een burnout gekregen teveel PTTS patiënten, wat ik dan wel geestig vond, wacht even mijn glazen zijn beslagen, nee we gaan naar Bali, infectiecijfers? nee niet gezien, oh inflatiecijfers, KLM een beetje spekken, ja een paar miljard aan nieuwe toestellen, de economie moet blijven draaien, dan kan er ook wat extra geld naar Kabul toch?, nou ik ga een glas Cava drinken in de museumtuin, het is hier 24 graden en dat in december ik zie je wel weer, en geen vuurwerk afsteken daar, sorry grapje, tot volgend jaar Zoom, Facetime? Whatever
  • 95
    6015

    Woensdag

    Hanneke Middelburg
    Ik ben niet naar de slager geweest
    hij is dik en kaal zijn handen harig
    vandaag heb ik besloten vegetariër te worden
     
    vleselijke lusten bezorgen mij ongemak
    de postbode brengt een brief van mijn zusje
    ze heeft dun zijn tot kunst verheven
     
    de hemel laat een doorweekte engel vallen
    ik vang hem bij de vleugels en hang hem aan de waslijn
    naast een konijn met rode ogen en obstipatie
     
    kringspieren zijn de ogen van het heelal
    kort na sluitingstijd arriveer ik thuis
    zonder sleutel laat mijn man me er niet in
     
    op de mat ligt een slaapzak met defecte rits
    ik pas niet meer in een meisjeslijf
    ontgroeien kun je alles wat niet stilstaat.

     
  • 96
    2614

    Ze zeggen

    dat de oerknal het heelal heeft doen ontstaan
    dat de dagen van weleer ver in het verschiet liggen
    dat de smaak van moedermelk aan walnoten doet denken
    dat bijna alle joden brildragend zijn en ook virtuoos vioolspelen
    dat de overheid complotdenkers met een vaccin de mond wil snoeren
    dat je niet moet ruiken aan een kabeljauw die lang in de zon heeft gelegen

    dat God toch zeer beslist een vrouw zal zijn
    dat flessenkinderen kans lopen verslaafd te raken
    dat mannen niet per se nodig zijn voor de voortplanting
    dat allerhande voedselallergieën veelal tussen de oren zitten
    dat hagelslagkorreltjes tellen op het syndroom van Asperger wijst
    dat honderddrieduizendvijfhonderdzevenenzeventig een priemgetal is

    dat ieder nadeel evenwel z'n voordeel heeft
    dat natuurvolkeren het meest oorspronkelijk zijn
    dat een broodje kroket net zo gezond is als een met kaas
    dat kunstmatige intelligentie zich absoluut tegen ons zal keren
    dat twee kuiltjes onderaan de rug te danken zijn aan een kort ligament
    dat Jezus van Nazareth een Palestijnse illusionist was die over het water liep

    dat onze toekomst inmiddels verleden tijd is 
    dat sprinkhanen boordevol gezonde proteïnen zitten
    dat een oerwoud onder de oksels de vrije vrouw symboliseert
    dat het Gooise Matras een ranzig broeinest van venerische ziektes is
    dat politieke macht blijvende schade aan het actieve geheugen toebrengt
    dat op grote hoogte wonen tot het welbekende wolkenkrabbersyndroom leidt 

    dat autorijden desastreus is voor de eierstokken
    dat je het pas echt kunt begrijpen wanneer je het ziet
    dat befaamde landgenoten ronddolende reclamezuilen zijn
    dat je van masturberen de vliegende ruggemergtering kan krijgen
    dat donkere mensen een uitzonderlijk goed gevoel voor ritme hebben
    dat wat met de oerknal is begonnen onherroepelijk tot niets zal reduceren
  • 97
    1170

    zeg aan de laaglanders van het heden

    Nelson Morus
    dat we onze wegen blijvend moeten blijven berijden
    dat onze treinen de dwarsliggers in hun sporen moeten blijven smoren
    dat onze fietsbanden hun microparticuliere rubber moeten blijven uitrollen
    over onze fietspaden en dat de motordekschuiten het wateropper van onze
    kanalen vlak moeten blijven vegen
     
    want anders, want anders, want
    anders zal onze infrastructuur, die nu nog (nu nog) als een slordige
    carré confituur over ons landschap ligt, onwillekeurig beginnen rijzen
    zal ons gewestwegelijk asfalt van onderuit beginnen bollen – beginnen hollen
    dus eigenlijk
             (zal je de verkeers- zien knipperlichten, want
             de kabels zullen knappen o ja ze zullen
             knappen de kabels)
    zullen de koppeltekens van onze fietspaden als tildes beginnen snipperlinten
    zal de watermassa van onze kanalen als een landsbreed lekkend rooster ten
    hemel opstijgen om, een gezeefd wolkendek achterlatend, uitspanselend te
    versmelten met het altijddurende azuur daar ver boven (*Heilig Heilig*)
     
    de arme algoritmes van onze
    werkloze navigatiesoftware zullen
    eenzaam achterblijven op aarde
     
    en wij, de laaglanders, zal je dan zien bengelen
    zie ons daar toch bengelen in godsnaam
    onderaan die opstijgende carré confituur
    een cluster vleeskinderen
    die beter hadden moeten weten
    ik herhaal
     
    we hadden maar wat vaker moeten rijden, hard en regelmatig
    onze voetzolen hadden de granulariteit van onze voetpaden maar wat vaker
    moeten bevoelen, we hadden onze haast maar wat vaker moeten uitvegen op
    de knisperende grintpaden van het stadspark
     
    dus kom uit uw kot
    en benutsvoorziening
    uw buurtinfrastructuur
    voor het te laat is
  • 98
    2760

    Zelftest

    ze namen onverhoeds hun intrek in die overspoelde dagen,
    de zwaarte van de wolken duwde het licht de grond in,
    het werd zompig en onbegaanbaar
     
    als reddingsboei kregen we het geluid van helikopters,
    het trillen van de overheid op de bodem van de vluchttas,
    er brak iets, evacueer
     
    sindsdien hoor ik ze hongerig tegen het muizenluikje glijden,
    ook angsten willen gestreeld, het gevoel hebben dat ze niet
    alleen gelaten worden
     
    dan plak ik een lepel tegen mijn voorhoofd, het is een truc,
    maar zolang de lepel tegen mijn huid plakt, kan ik de angsten
    niet voeren.
  • 99
    4283

    Zo weinig

    Annelies Van Dyck
    Kan je het leren, vraag ik me af.

    Hoe je je vingers vouwt, ze zorgzaam schikt
    onder je remmende hart, hoe je je zenuwen
    één voor één opbergt, je synapsen
    het zwijgen oplegt.

    Kan je oefenen hoe je rimpels strijkt
    uit je gedachten, hen zacht neerlegt
    tussen je eerste schoentjes en de portretfoto
    die je alvast hebt uitgekozen.

    Ik stel me voor dat ik het kan: mijn dagen inpakken
    in lijntjespapier, een strik maken, verder
    niets meenemen.
  • 100
    5891

    Zondags kleed

    johan clarysse
    voor haar is bestaan een werkwoord
    dat niet langer werkt.

    zaterdag heeft haar een hak gezet.
    hoe het afliep weet ze niet, dan maar
    een nieuwe dag gezocht en bij nader
    inzien goed bevonden.

    mist is haar zondagse kleed. het hangt
    over de leuning van haar fauteuil,
    de mouwen loshangend zodat ze
    de wereld kunnen omhelzen.

    in haar onschuld vraagt zij of vandaag
    de hele dag wil blijven, de wacht
    houdt aan haar raam,
    verte bewaart voor later.

    ze vindt het maar niets dat alles
    op zijn plaats moet vallen, speelt kat
    en muis met orde en getallen.
    zoekt manieren van overleven

    in de uitgestrektheid van haar kamer.
    's maandags jeukt haar grijze ziel.
    doortastend verzorgt ze de schrammen
    en krabt die dan weer open.