Biografie van René Guljé

René Guljé werd in 1949 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Nederlands aan de UvA, was o.a. docent aan de HvU en schreef als journalist voor de Avro, NRC Handelsblad en voor diverse vakbladen. Thans is hij werkzaam als trouwambtenaar in de gemeente Utrecht en columnist op de site van die gemeente. Hij was winnaar van de poëziewedstrijd van de bibliotheek Utrecht en won de tweede prijs in de verhalenwedstrijd Overvecht 50 jaar. Hij trad op in het Stadhuis van Utrecht, nam een aantal keren deel aan Park Picknick Poëzie en las voor op de Boekenmarkt in Amsterdam en in de Woudkapel te Bilthoven. Hij verzorgt poëzie-avonden in huiskamer of tuin. René Guljé woont in Utrecht.
2015
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    7351

    OUDER WORDEN

    Top 1000

    De waanzin is verkleed in zinnen

    Het water is verpakt in vuur

    Het eindeloze herbeginnen

    Van geboortedag en stervensuur

     

    Leven is leren te verliezen

    Buigen naar de aarde toe

    Haren, streken, melkkiezen

    Ineens is men aan dingen toe

     

    En plotseling zijn ze verdwenen

    Het spiegelbeeld ziet er zo anders uit

    Er staat een man met spillebenen

    Een vogelkop een landkaart op zijn huid

2012
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    3995

    TRAJECTUM LUMEN

    Top 1000
    In Utrecht branden soms de straten
    Rood licht en stoom en sissend vuur.
    De muren vol literatuur
    En stegen dichtgeslibd met vuilnisvaten.
     
    Hermkens plaatste er de scheve huizen
    En bomen die tot tranen roeren.
    Achter ramen chocoladehoeren
    Op zoek naar grijze mannenmuizen.

    Utrecht stad vol blonde hockeymeiden
    En blaaskaken met haar dat plakt.
    Het barst er van de hogeropgeleiden
    Die door haar zijn ingepakt.

    Utrecht verlost mij van mijn zorgen:
    Nieuwegracht op zondagmorgen.
2011
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    1684

    HARTOG'S VOLKOREN

    Top 1000

    De mensen staan te wachten op hun broden.
    De Ruyschstraat is een desolate plek.
    Haar huizen dragen zwijgende hun loden
    Last want schande is hier groter dan een vlek.

    Wat zal daarbinnen allemaal gebeuren?
    Ze komen er toch wel weer uit?
    Er gaat gevaar schuil achter al die deuren.
    De oude nummers jeuken in mijn huid.

    Een man danst met een plank vol broden.
    Zijn haar is wit, zijn huid is grauw.
    Ik vraag me af of hij het weten zou
    Van Marga Minco en die doden.

    Hij ruilt met mij een halfje volkoren.
    Ik denk het niet: hij is te laat geboren.
2009
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    1887

    MIRANDABAD 1954

    2e prijs
    ( voor M.Th.) Vannacht liet ik mij weer beklemmen door zuurjood, Vana, Riedel en bus E. Het pijpenkrullenmeisje nam me mee om heel ver weg te leren zwemmen. De baders staan als slachtvee in de rij - op woensdag is het stuiverdag - te wachten tot zij door de beugel kunnen. Hier doet men alles wat niet mag. Het vleesmes van de angst steekt in mijn badtas. In dit spookhuis met wel honderd deuren kan weet ik wat en nog veel meer gebeuren: er liggen nu al dode mensen in het gras. Dus wijk ik geen seconde van haar zij: ik hoor bij haar, zij past op mij.