Biografie van Joanne van Beek

Nog geen profiel opgegeven.
2019
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    6989

    Stoel

    Top 100
    Ik leg mijn vinger in een nerf op mijn huid, voel dat ik 
    verword tot lijnen op de knoestige buik van een walvis 
    die grof als dynamiet de oppervlakte breekt en 
    zucht voor ze zich de schittering in werpt, opgeslokt in 
    kolkend grijs. Hoe ik hierin oplos, samenval, 
    het water word. Het was zalig, zalig 
    dat zout in mijn wervels! Inslinken en uitzetten over 
    dammen, dijken, ruwe stranden, in rivieren en stromen 
    langs dorpen waar jonge meisjes met kleien potten en droge lippen 
    delen uit mijn massa scheppen, me druppel voor druppel 
    drinken. Dat ik ze word, van weinig waarde want ik 
    draag zeevruchten tussen mijn benen, de gebroken schelpen 
    snijden in vingers van een man die ik niet kan worden. Ik word wel 
    een besneeuwde bergtop, een lawine die vijf kinderen meeneemt, 
    een bosbrand, een scheermes, de kliffen van Moher, een 
    rode Fiat Panda, de krant van morgen, geen man. Ik ben 
    een meisje, en voor even, een seconde of drie 
    word ik een stoel.

    Antwoord op het gedicht ‘STOEL’ van Marije Langelaar