Biografie van José Raaijmakers

Poëzie van mij is misschien een soort flessenpost die ik soms ergens achterlaat aan een branding van zingeving en waarde. Onderweg in mijn gedichten kom ik vaak langs 'vrijheid in gevangenschap'. Hoe bewegen we binnen verwachtingen, normen, regels, gewoonten en patronen, binnen beeldvorming? Hoe knellend maar ook verrijkend kunnen verbanden tussen mensen zijn? De (schrikbarende) voorspelbaarheid en het kuddegedrag van ons mensen (volgers), het moeizame verzet ertegen, intrigeren en inspireren mij. Levensvragen ... wat is (on)macht, een geweten? Heeft de ziel een geschiedenis? Waarom voelen we kwetsbaarheid vaak als een negatieve waarde en niet als een mooi, kostbaar menselijk gegeven, een uitgangspunt voor nieuwsgierigheid, voor moed, mededogen, kracht en acceptatie? Hoe waardevol/relatief is al het aards gemier in het perspectief van het kosmische en de eindigheid? Wat biedt het leven in al die kleine hoekjes van het alledaagse, misschien herbergen zij juist het grote avontuur en verdienen ze nadere verkenning. Hoe bijzonder is eigenlijk de eindeloze herhaling die in al haar stroperigheid, het leven de indruk van een eeuwigheidsketting geeft. Geeft die indruk naast troost ook verdoving, verlamming? Al deze vragen en thema's vormen met elkaar een spannende 'graasweide'. Poëzie mag zeker ook schuren en in de aanval. In de ratrace, wanen van de dagen, voel ik mij een soort spookrijder ... op welke plekken meebewegen? Ik schrijf al vele jaren maar ben er slechts mondjesmaat mee 'naar buiten getreden'. Gedichten van mij zijn door de jaren heen o.a. gepubliceerd in 'Nijmeegse Inkt', in voormalig tijdschrift 'Literama' (NCRV-Hilversum), in 'Meander' (tevens nominatie/eervolle vermelding 'Rob de Vosprijs' 2020), in de bundel 'En dan dansend in de schaduw blijven' (Literatuurprijs Zeist 2018). Er was een eervolle vermelding in Schiedam en o.a. een voordracht in voormalig theater ' Rasa' Utrecht op 'Landelijke Vrouwendag.' Ik heb vier keer deelgenomen aan de Turingwedstrijd/Prijs de Poëzie waarbij zes gedichten in de top 1000 en onlangs een gedicht in de top 100. Tot slot: de getoonde gedichten hebben inmiddels wel een facelift ondergaan ... en oh ja .. ik haal al jaren het meest adem in Nijmegen.
2020
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    6048

    Consultatiebureau

    Top 100
    Ben ik wel echt DE BEDOELING
    krijste ik toen ik bungyjumpend aan
    een glibberige draad
    en met wiebelige schedelplaten
    uit een vrouw stortte die zelf al bijna
    een hele was maar toch
    twee mensen opnieuw
    in een kleinere holte van drie
    wilde persen
    vraag dat maar aan de wisselende
    seizoenen schamperde een kraanvogel
    op een paal in de natte uiterwaarden
    de lepeltjes met rugdekking in de lade
    namen de vraag nogal persoonlijk en
    draaiden zich en masse om
    maar de zwerver en de dief aarzelden
    even wachten ... kom straks
    nog eens terug klonk het haastig
    halfvolle glazen lispelden wat
    tegen een ziel van een lege fles
    alleen als de maan ook ja zegt
    zei de zon het aardappelveld wuifde
    weg
    vond de vraag maar niks zo
    zonder de Hongerwinter in
    Las Vegas lachten ze me zonder
    omwegen uit, ik waaide
    mee met de winden langs zoutkorrels
    uit de rotsen lieten het zoet in rivieren
    voor bruisende zeeën rolden hun
    ogen van het water naar
    het zand en weer terug
    liet ik mij
    de vrije loop in een vrouw welden
    kraamtranen als twee druppels als
    – wat denk je zelf –
    streelde een aardige wisselautomaat
    in een kamer met airco en doekjes.
  • 2
    6233

    zwarte bloedlichaampjes

    Top 1000
    Je loopt op haar kleine tenen in haar huid,
    die draagt ze oversized over opgeworpen hobbels.
    Toch blijft het meeste aan haar maar zo weinig mogelijk;
    uit paspoppen kruipen enkel motjes voor tegen
    kunstlicht achter dichte gordijnen.

        op haar tenen krijt ze kronkelende
        zwarte bloedlichaampjes op een schoolbord,
        dat zijn geen moeilijke woorden

        dat is wit op zwart

        en schreeuw je anders uit
        dan hinkelende straattaal, dan namen
        bijeen geklapt door vrouwenhanden
        onder aanfloepende lantaarns,

        ze gumt haar wangen met een tandenborstel, reikt
        naar handschoenen van haar vader op de kapstok,
        slaat haar moeders lange sjaal over
        het ondiepe knikkerkuiltje tussen haar sleutelbenen;

        als je jezelf moet passen in hoe groot je later wordt,
        moet je op de allerkleinste plaats beginnen.

    Ze wijst het je, ver weg in het schemergebied waar groei
    te vreemd is geworden voor iets herkenbaars in een spiegel.

    Ook huisdieren hebben wel eens een trage roepnaam en
    er zijn plekken waar alles hoger staat dan een kraagje,
    vliegen kun je zelfs plat op de grond in de kruipruimte
    van een jasje en brandende rode striemen branden
    ook onder asfalt van wolken.

    Je eierstokken kweekt ze zelf, om kunstjes mee te doen,
    ze kan ermee verkleven op je evenwicht, ze kan er jong rijshout
    dat onder een navel is gespleten mee spalken,

    voeten groeien er niet aan om kleine tenen
    weer een lichaam te geven.
2019
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5807

    Onder mest van rotte taal

    Top 1000
    Geen zachte heelmeesters hier, liever stikken van het lachen;
    het isoleert de wanden van hartkamers ruw
    als structuurbehang van gevriesdroogde tranen,
    grotpapier,

    al het teder laten
    of zachtjes blazen in een doofpot
    vat vlam;
    vuur is maar een van de elementen,

    de stuitligging in nabijheid is onomkeerbaar
    en het zijn de werelden van verschil
    die zonder verlossing steeds terugglijden
    achter een huig in kelen,
    aan kapstokhaken weer langs elkaar.

    Het controleren op stafkaarten van al het aards reliëf,
    herschept de weerbarstige orde stelselmatig
    en het verwoed tikken met vingers zet de klok gedwee
    naar de hand; grip in het groot
    strijkt de kans dat verdriet of een mens zich stoot gladder,
    gemiddeld genomen dan.

    Mijn ploegen, nieuwe hoopjes lucht en licht zaaien,
    het aanwakkeren van vonkje voor vonkje afleggen
    en weer opgraven uit de voren
    waar nog dierbaren liggen,
    maakt van mijn handen omzichtige misdadigers;

    ik laat me languit naast ze vallen, als een feit haast
    in mijn eigen mest van rotte taal,
    leg mijn ogen als boekenleggers rustig neer in de tijd,

    mijn adem blaast kans een ruimte in met jong, amper leven
    tussen zijn duizelingwekkende scorelijsten
    met virtuele tegenstanders,
    de staatjes van inwoneraantallen per grote stad,
    geboorte- en sterfdata van bewierookte sterren,
    hun lengte.
2018
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    6804

    briefje van vijf

    Top 1000
    het ligt er maar wat verloren bij op een stoep,
    heel anders dan een verfrommeld papieren zakdoekje
    of een geplet handschoentje, dingen
    waar je niet gauw iets achter zoekt,
    een huilbui, een vermist kind of zo;
    bij een vijfje ben je eerder geneigd tot bemoeizucht,
    oorzaken en gevolgen lijken de weg te vragen,

    een bibliotheek op reikwijdte
    kan zomaar een twijfelgeval worden,
    iets tussen een plaats delict en een meldpost in
    als een vrouw zich bukt,

    als ze aarzelend blijft staan terwijl ze in haar handen kijkt,
    kan er van alles voorbijsnellen:

    een zwemkaartje, een daklozenkrant,

    een roze spaarvarken
    waar een akelige oom iets ongemakkelijks in had gestopt,
    of twee bossen oranje-geel gestreepte tulpen
    in de bonus van Albert Heijn;
    betaalbare antwoorden op levensvragen als hoe je dingen
    eenvoudigweg een andere kleur kan geven,

    plotselinge zuigkracht van maagdelijk frituurvet,
    vloeiend van geilheid,
    kan zomaar uit een doofpot opborrelen, of een
    ongekend verlangen, enorm reukloos en kleurloos
    als koolmonoxide,

    zelfs een spagaat tussen beurse vingertjes
    achter naaimachines in India
    en de snelle rush van een nieuw T-shirt,
    spreidt in een split second het trottoir in benen;

    er liggen zoveel dingen op straten
    voor het grijpen,
    mensen zijn net kraaien als het om onschuld gaat.
  • 2
    6811

    lego en wind

    Top 1000
    wat iemand al niet stapelen kan van lego:
    hele geheugensteunen
    in kasten van huizen, met ramen, wijd open
    als doorgeefluiken,
    doorgeefluiken naar luisterrijke straten, waar bewoners
    en honden wel op zullen kijken van keiharde eikels
    die als ferme soldaten uit bomen vallen
    om op luciferbenen de wacht te houden,

    iemand stuurde vliegtuigen op vleugels van vouwblaadjes
    ronkend over de daken, ontsnapt gezoem uit een keel
    als een isoleercel,
    rond een haven van bedplassen, patrouilleerden ’s nachts
    schepen, witte watten verborgen zwarte rooksignalen
    uit kartonnen schoorstenen van een wc,

    dinky toys verkenden kriskrassend, zwaaiend met lichten,
    klikspanen wanden,
    op zoek naar wegen, naar wegen maar eerst een deur,

    een deur, die iemand ooit achter zich dichttrekken kan
    mocht hij eens een blokje om gaan,
    het binnenvet op de waakvlam gezet,
    om luchtjes te scheppen en stapjes te zetten,
    of stappen te zetten
    voor een half woord zich ergens aan waagt,

    naast zo iemand loop ik, leunend
    op teleteksten weersvoorspelling en
    friemelend aan fluwelen handschoenen
    die te grove tangen zijn,
    het gruis in de richels van zijn stembanden knarst
    als grind dat onder fietsbanden wegspat,

    ‘moet je zien’, wijst hij kuchend, lachend opeens
    als de wind een bocht in mijn haren neemt en
    in een mum van tijd een hele revolutie pleegt
    in zoiets als een kapsel.
2017
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    7744

    afvoerputje

    Top 1000
    hoe vogels in een lucht
    benijdenswaardig kunnen zijn
    en obesitas en hongeroedeem
    zelfs van dichtbij
    onherkenbaar
    als eeneiige tweeling,

    waarom het diepe bukken
    voor afgeprijsde chocolade
    die na paasvuren
    en suikerfeesten
    op onderste schappen slingert,
    niet van schaamte is

    en een schat aan woorden
    geen zwakke monden vult
    maar wel een taalriool
    voor gouddelvers,

    waarom de zon nog steeds
    op gezette tijden opkomt
    en amper ergens
    de vraag

    waar licht eigenlijk heen wil
    als kil schoonspoelen
    in een afvoerputje
    zo aan alles raakt
    dat het warme aandacht
    verdient,

    en hoe water stroomt
    en rimpelt
    van wind mee.
  • 2
    7730

    stuitleven

    Top 1000
    opeens word je mensvrij verklaard
    door een sluis geperst,
    lig je … welkom,
    al tekstueel misbruikt,
    in je cadeauverpakking te grabbel
    onder een walm gestampte muisjesadem

    lange vingers knijpen je wangetjes
    je spartelt tegen
    je mollige knietjes knikken op slot
    je knuistjes ballen zich schrap
    AF
    schreeuwt heel je instinct
    uit je gesperde longen

    maar er wonen al lang krakers in je leven,
    ze hebben zich al in je kiem genesteld
    toen onvrede uitbreiding zocht
    ontreddering een strohalm
    en liefde een kluis

    voorlopig begrijp je nog niet
    wie je bent
    dat is alleen voor grote mensen

    misschien heb je geluk,
    mag je er langzaam in groeien
    in het later als je
    anders gewenst wordt.