Biografie van martine van der reijden

In Amsterdam geboren.
2019
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    20

    indruk

    Top 1000
    wat als de wind geen haren waait mijn
    huid niet raakt niet wiegt kleergoed loodrecht langs
    benee waar storm en regen dwars door mijn
    ingewanden jaagt wat als ik niemand ben

    niet vechtend of voortgeduwd blijf zitten met
    de vraag is er iemand die mij mist of
    desnoods diep haat?
    jouw schaduw nooit pal achter mij bij

    benadering niet uitrekt of krimpt souffleer ik
    meermalen mijn naam maar
    op de vraag is daar iemand? blijf ik stil krik
    nek en schouders op recht mijn

    ruggegraat uitvluchten malen mijn kop en
    wie ik ben bouwt mij een frame met
    beenderen kruis de borsten bungelen 
    vleugellam het vlees is zwak

    dat ik om mijn moeder roep het kind dat
    blindelings de onrust ving mijn strot droog en
    schraal drinkt uit de zee tot de vloedlijn verdwijnt toont
    het natte zand mijn silhouet
  • 2
    21

    nestgeur

    Top 1000
    hoe kreeg zij dat voor elkaar? dat
    wij toch langzaam op temperatuur kwamen
    klaarstoomden wezens werden los van haar
     
    staken onze stampers onwennig uit
    klokkende baaien lappen schone
    onderbroeken gingen retour in de was als
    de dood onze stempel erop te drukken 

    wij roken gewond de rode geuren van
    bloedworst en gekookte kroten
    wapperden onze witte wieven met
    flanellen vleugels bakenden territoria
    af verloren lauw bloed
     
    het maaien van onze haren waar
    korenbloemen sneuvelden belette de
    groei niet trokken wij schichtig de eerste
    bleke schaamharen uit blonde duinen 

    treurde zij dat wij tepels albino hadden
    gezogen haar schoot doen
    uitlubberen uitgeputte dijen sloten de weg terug
    in haar boezem groeide het wilde vlees als
    een ondankbaar kind
     
    terwijl wij wulpse wijven werden
    niet te stuiten gedijden heupen als
    zachte gele kazen wij bevochten onze plek dronken
    gulzig haar bloed verzamelde de hulzen
  • 3
    22

    roadkill

    Top 1000
    blikten wij met afschuw naar de felgele dooiers in
    een warm bad van bloed en veren de verongelukte eierstokken als
    een apart druivenras rijp voor het glaasje zwarte kip het
    happen naar lucht het janken… daar achterin de
    roomwitte klutsende eend op weg naar petten of putten braakten wij

    gortepap het zure vocht drong jaarringen diep in de kartonnen
    koffers kleefden zwembanden aan zomerjurken
    later de verbijstering dat verse perziken ook de goudgele
    conservenvruchten waren de plakkerige halve bollen in
    dik siroop die op hoogtijdagen als glanzende

    eierdooiers rond de karmijnrode gelatinepudding trilden
    dat pertinent weigeren de sfeer niet ten goede kwam ook
    al misten wij de bliksmaak het snerpen van de roestige opener
    het kreunen van de gekartelde bek wie zegt dat ijzer niet
    kan treuren? wij verwierpen de zoete glazige embryo's

    plakte ik jaren later het luchtkasteel met rubbercement de
    toren hield ik kokhalzend bij mijn lippen om het lek te lokaliseren
    vermeed het ventiel als een oude tepel alhoewel
    de borst zou gedijen bij wat tegenwind hoe kon jij dood zijn als je huid
    nog leefde? de schil hield inhoud vast vruchtvlees hing de eerste maanden nog

    standvastig aan de kern maar waarom liet de pel los? slingerde het
    beenderlijm als een lavastroom mijn schaamstreek uit eierstokken simultaan
    werkeloos is het te laat om tegen de stroom in te zwemmen?
    in het water valt mijn zweten minder op vervaagt de
    stank van roadkill
  • 4
    29

    zeekat

    Top 1000
    wat weet de zandloper over grof zand dat het
    mijn pas vertraagt? uren biedt voor rek en glans waar
    spankracht mist het lubberen vervaagt? 

    de koude kleren kippenvellen op het strand tussen
    plastic en wrakhout vind ik jou op de schelpenbank grijs
    garen droedelt ons silhouet trekt de zee zich langzaam 
    terug ontbloot het zeeschuimen gebit rustend
    op geribbeld vlees 

    rugschild van een zeekat! apen wij moeder na
    en zuchten simultaan… betrapt nu zullen oude
    sporen volgen de benen loopgraven zwaar
    totdat jij salomo roept en uit een wervelwind 

    ontstaat een vriendelijke hond die vastzit 
    aan een kleine hand ik stamp het zand op de mat sus de
    onrust in mijn hoofd dat het tegenviel het kind onnoemlijk
    schriel de hond onvriendelijk onfris… en raar dat jij het
    woord sepia niet meer wist 
     
  • 5
    32

    was

    Top 1000
    er is geen stamboom die in nadagen
    zijn rotte namen verliest achter
    gesloten deuren waar kinderen schuilden het
    leven kromp zweerden tijd alle wonden de

    meegenomen vuile was gespiest aan
    ijzeren rekken stijf als palingen in het
    rookhok hangt al jaren binnenkamers boven gesloten
    ramen groeien donkere schimmelsporen op het

    behang tocht een bedompte storm met
    vochtig hout is het moeilijk vuur stoken je te warmen ogen
    ontwaterden in de baaien winkeldochters die
    drenzend aan het zweefrek het roepen

    in graffiti verstomden als vreemden lopen
    wij ruggelings om de
    eindstreep niet te halen bang
    eenzaam te sterven na de dood 


     
  • 6
    35

    beenvis

    Top 1000
    sleets haar naam voor wie luistert met
    een half oor roept zij mij bij de les wijst
    boomwortels aan in het hemelsblauw trekken
    zij graten in condens?
     
    takken struikelen de aarde waar boomklevers
    zuchtend aardsterren ademen plukt
    zij tuimelkruid in het luchtledige gaat gebukt onder
    wolken zal het gaan waaien als je storm
    roept? fluistert zij
     
    ik beaam het en dat ondersteboven het nieuwe rechtop
    is duw haar huiswaarts de warmte van de versleten kat schudt
    zij in haar haren de dode hond praat ons bij hij
    ziet mij graag 
     
    in de oude schoenendoos hengelt zij naar de 
    beenvis zoekt zijn afdruk op het dressoir schikt schubsgewijs de
    vergeelde groeten van kop tot staart 
2018
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    44

    zij hijsen de kousen

    Top 1000
    dan laven wij ons aan batterijen 
    likken verdoofd plussen en minnen 
    vanuit de engelenbak 
    schijnen onze zaklampen
    totdat jij in het voetlicht staat 
    het schaduwspel kan beginnen

    de lange gang slingert welkomsmatten
    vinkt naambordjes af 
    figuranten lopen af en aan
    druppelen pleisters op open deuren 
    hijsen de kousen zij hijsen de kousen
    hier repeteert men
    bijna doodervaringen 

    na de try-outs kabbelt applaus
    het publiek van afwezige oude dochters en zonen
    bestelt ruikers twittert zoete woorden
    zwarte auto’s verlaten de coulissen 
    bis bis zeurt het schellinkje 
    zorgvuldig verzamel ik de rekwisieten
    de houten bank de jeneverstruik de eenzaamheid

    het tafellinnen de maan de narcissen 
    klopt de mise en scène?
    ik souffleer je slachtofferrol klaar voor het publiek
    in het donker deinen onze lampen 
    wij zijn niet snel misselijk
    maar spugen toch gal naakt wacht je de lap af
    die moet natter concluderen wij het moet harder vriezen
  • 2
    53

    minnebrand

    Top 1000
    vuurrood lijnenpatroon op het wijnglas
    vertelt loslippig over samen zijn verloren kussen
    blozen de kristallen kelk
    onze lakens ruiken lavendelfris
    onder druk geeft traagschuim lichamen prijs

    naakt keren slakken huiswaarts 
    in de warmte bind ik de schermbloemen op
    versiert het zevenblad de tuin

    schwalbende zwaluwen knippen de lucht 
    strak om mijn strot de akkerwinde 
    wij hebben gedanst liegen neukende mieren 
    gewoon gedanst

    gifgroen korrelt het gras
    ik kijk of de vuurrode afdruk mij past
    bij de buren borrelt gelach
    een hard gelag

    schwalbende zwaluwen knippen de lucht
    vliegeren zonder koord
    bij tegenwind verdwijnt de fopduik in de doofpot
     
     
  • 3
    624

    latent

    Top 1000
    dat ik niet mee mocht eten droomde ik
    geen boze gezichten of zo 
    gewoon de tafel was niet voor mij gedekt
    ook leek het dat ik uitgelachen werd niet
    per se gemeen eerder een soort onderonsje

    jullie zagen mij wijzen naar de lege plek
    maar niemand wilde een extra bord pakken 
    het kijken was niet direct onvriendelijk er
    was ook een kind of iets vleeskleurigs 
    iets peuterigs en kwetsbaars om te aaien

    hoewel ik het graag wilde klom
    het niet op mijn schoot
    een klein lijf in verwassen maisgeel
    katoen met kippenvel en witte haartjes

    ik zou het willen toedekken met een geborduurd lakentje
    en wollen dekentje

    er voor zorgen
    zodat ik weer warm werd


    het verhitten van een blik knakworsten gewoon op jouw gaspit
    gaf iets omhanden scheelde weer een pan de kou trok uit mijn lijf
    wel eerst het deksel open trekken en
    een eventueel etiket verwijderen maalde het door mijn hoofd ik zag de vleesbom al hangen
    en prikte zachtjes in de botloze blote beentjes

    het eten is bijna klaar riep
    ik te luid iets met babyvet en lange vingers of tenen het

    was niet waar van dat babyvet het waren de ogen in het vleesnat
    het ontvellen het snijden van de worsten in kootjes het
    schikken van de porties op kleurige papieren borden bleek onnodig 


    gouden schaaltjes met wit vlees en lettervermicelli
    stonden al klaar op tafel

    en ik telde weer een kommetje te weinig
    ook het kleine wezen schoof niet aan maar
    dat was niet mijn schuld


  • 4
    675

    weg van labia

    Top 1000
    zoals de uienman uien scoort lukraak en
    hebberig het goedkope bolgewas in grote tassen propt

    zo anders zoekt de kastanjevrouw tamme
    kastanjes nieuwsgierig en geduldig 


    het openen van de borstelige bolsters de verrassing
    hoeveel noten...
    de harige schillen laat zij achter als broodkruimels
    een weg van labia
    stekelig en toch ook gevoelig

    ik wist best dat jij haar rokken pelde haar

    heupen die jouw handen zochten
    uiteindelijk zoeken sommige kastanjevrouwen
    tamme kastanjes 

    zoals de uienman uien scoort... lukraak

    haar ronde achterhoofd schurkte jouw nek 
    vermoedde zij dat hoofden niet meer op schouders rusten?
    sleutelde jij daarom aan beenderen ontcijferde haar 
    code kwam jij daardoor moeiteloos binnen?

    ronde schedels roepen bescherming op zaak van

    levensbelang voor pasgeborene 
    met stevig touperen bereik ik een
    aandoenlijke bolling het moederen blijft uit

    draai de baby daarom tijdig opdat de schedel niet afvlakt 

    dat vergt energie een kastanjevrouw hoort dan geen
    tamme kastanjes te zoeken een uienman geen uien


    ik snap uiteindelijk die uienman wel

    het vuil onder zijn nagels de tranen die hij achterlaat
    de zware leren tassen de vettige schilfers zijn
    gedachte dat elkaar kwijt raken de afstand betreft
    het leven is eindig maar

    morgen komt er weer een dag
  • 5
    777

    sneeuwglobe

    Top 1000
    skeletten uit zee verzamel ik kalken huisjes als oude schimmelnagels
    losgeweekt van dode tenen de zeehoorn zwerft over mijn schelpenpad
    kerkhof uit zee aangespoeld in de middelpolder langs
    weilanden met dikbillen en witte reigers slingert het verse pad ik
    kijk van links omhoog naar rechts 180 graden nietig in mijn bol zonder
    sneeuw mijn schulp

    langs het bord verboden voor honden daar
    staat toch duidelijk een huppelend hert op de rood witte plaat
    is het daarom dat honden hier lopen?
    fazanten geagiteerd wegstuiven

    geen ree in de polder streng verboden zie bord!

    ik knik naar het hondenuitlaatmeisje zij opent een blik hysterisch geblaf stuurt
    het samengestelde dier op honderd poten door het hek naar het veldje waar
    de herten los mogen lopen en verzamelt stront in zakjes
    bij het bruggetje aangekomen kijk ik uit naar de kreeften hoe mooi rood glom hun pantser
    toen de zon nog scheen
    zij stonden vaak klaar om mij te grazen te nemen knipten agressief de lucht
    wisten nog dat ik ze de plomp in joeg oog om oog tand om tand moeten zij gedacht hebben

    zoek jij die moordenaars? roept de man in kunststof trap die krengen toch
    gewoon dood die vreten mijn sloot leeg 
    en werpt geroutineerd zijn hengel uit

    fietsers renners en voetreizigers 
    gebruiken op zon- en feestdagen brutaal mijn weggetje
    in neon huiden verdwaalde tropische reptielen
    verplaatsen zich in het laagland vervellen plastic aan de lopende band 
    onderaan de pikorde wandel ik soms rechts soms links van het pad
    negeer gevloek en verstoorde blikken
    buk en vergaar zwerfvuil als een volleerde plogger


    dan denderen de paarden voorbij op hun eigen ruiterpad
    en schudt de polder op zijn grondvesten het begint zacht te sneeuwen
    bij gladheid wordt er niet gestrooid
    mijn mooie route als ik omkijk vergruisde nagelresten en
    van de zeehoorn alleen nog de wenteltrap 

  • 6
    1572

    bagage

    Top 1000
    er is die ijzeren trap die bij elke verkeerde beweging in de
    verdediging schiet mij lanceert mij weert
    trapeze in het zoldergat
    stof daalt neer glanst begeleidt de weg naar...

    boven vind ik keutels niet door mij verzameld bij verpulveren fladderen onverteerde
    glimmende insectenschildjes ontlast door gevleugelde zoogdieren
    kleine bezoekers in de schemering noch licht
    noch donker de twilight zone
    vonden hun weg naar ons verleden voegden iets toe
     
    de zolder slaat hardnekkig op laat moeilijk los een ware plaag aan toetsenborden en muizen
    de oude videobanden speel ik bij gebrek aan passende apparatuur af in mijn hoofd
    geen idee meer waar ik de holle cassettes in kan steken 
    kluwen veterdrop van snoeren stekkers veelkleurige pluggen koptelefoons en trotse 
    medailles troostprijzen bij vergeten activiteiten groeit met de jaren alleen snijden biedt uitkomst

    de verdroogde aarde rust als gebroken kleine broze eierdozen naast de noppen van
    voetbalschoenen in vele maten
    tussen de munten uit verre landen vind ik toch weer een rijksdaalder 
    het blijft eeuwig zonde

    honderden poppen sleepte ik naar de bovenkamer zij staren mij welwillend aan maar 
    lijken nog steeds niet op mijn oude schildpadpop
    ik zoek dierbaren die niet meer ouder worden op
    foto’s die vervagen steeds fletser richting de werkeloze polaroid camera glijden
    reizigers op retour verdwijnen met hun belegen bagage

    via citotoetsen tafels en dictees naar de berg plastic strandsandaaltjes
    ruik ik teer bevoel oude grijze schelpresten adem nat zand diepe kuilen luchtkastelen
    kleren krimpen jaren speelgoed zwelt op in primaire kleuren 
    de knalgele muziekeend het trekkoordje beduimeld speelt nog steeds brahms lullaby 
    ondersteunde ruzies en kraamtranen 
    alsof ik ook die momenten nog wil koesteren niet los kan laten

    mijn hoofd rust in de kinderwagen tussen
    stapels kopvoeters de eerste plukjes haar verdroogde beige babyschoenen
    de lucht van aangevreten zure slabbetjes en zwitsal zeep
    bevoel vergeelde plastic navelklemmen dan kan ik weer afdalen 
    beseffend dat wij anderen waren
  • 7
    5689

    let maar niet op de rommel

    Top 1000
    dat jij de metro uitstapt en ik jouw plek inneem zo dichtbij zo
    intiem ik ken je niet eens...

    jouw nog warme zitplaats het stoort niet biedt troost
    waar ging je reis heen wie ben jij? 


    in de nacht slaapt het traagschuim in de ochtend ontbijten
    jamvlekken met koffie samen vormen zij op het tijk een
    hardnekkig patroon niet makkelijk weg te poetsen ik
    zou er patent op willen aanvragen meters stof van fabriceren

    zoals ik tubes lijm ga vervaardigen grauw plaksel
    van volhardend opgedroogde vogelpoep 
    vooral duivenkak bezit een standvastig component

    waar... maar vooral hoe brengen wij ons oude matras naar het grofvuil?

    de ondefinieerbare schaamvlekken
    zou het gek staan er een hoeslaken over heen te draperen?
    alsof het flannel toevallig ook rijp voor de afvalbak is
    buren vermoedden vast dat ons bed niet fris was lakens
    niet elke week verschoond werden

    uit de damasten kuil springt een veer de frisse lucht tegemoet
    doorboort het oude vlekkenpatroon

    vlinderachtig dessin à la rorschach 
    is het verontrustend dat ik er vooral vrouwelijke
    geslachtsdelen in zie?

    hoe scheid ik een matras?
    de plastic soep is van ons allemaal beschaamd bemerk ik dat de ingrediënten
    voor de chemische bouillon ruimschoots in mijn keukenkast aanwezig zijn

    let maar niet op de rommel verontschuldigt de zee zich sleurt
    slierten kunststof weg tussen het zeebanket stimuleert surfende slippers en flessen
    bevoorraadt ruimschoots tientallen ploggers de nieuwe
    zeemeeuwen op het strand waar de wadpieren in rietjes huizen en


    de heremietkrabben plastic wasmiddelbollen bewonen
     het weke achterlijf veilig opgeborgen
    het feit dat een krab zich in een kraakheldere krappe kunststof kinkhoorn krabt 
    onze nieuwe moderne tongbreker houdt mij bezig maakt angstig
    terwijl ik mijn stoel opwarm voor de volgende reiziger
    die ik wil troosten wil zeggen dat het
    misschien nog goed komt...
2017
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    241

    Knipoog

    Top 1000
    je krijtte witte wolken daar waar de vloer de zolder nooit raakte
    zag je daarom in een nest van vlees en kalk het kleine glimmende ei bij
    de wortels van het roze rode kind
    waar de roestige schaar ternauwernood haar tenen misten de
    luizen zilvervisjes speelden
    daar in het huis, omdat je moeder haar tanden en botten op de stenen brak
    en je vergat mee te nemen

    daar raapte jij het broze ei op en sloot snel je hand 
    trots haar zo dichtbij te voelen hoog boven 
    rees het schreeuwende roze vochtige gat een oude wond
    zij slokte het kleinood op en jij zag het
    was een glanzend oog honderden
    jaren hoorde ik het kind huilen en ving jij haar blik en lachte ik
    om een cycloop die kunsttranen weende

    daar in het huis als het donkerde
    het zwart uit de hoek kroop tussen de 
    zusters wrede hoge borsten 
    waar je niet op mocht rusten niet mocht schuilen
    lauwwarme urine ging stromen tussen je benen uit
    alle roze gaten ander vocht lekte dat stonk dan
    zocht je het ei om de gaten te dichten

    je doffe grijsblauwe ogen krijten
    wolken op je arm je rijgt de oude glazen kralen
    honderden jaren geleden toen je hand nog
    kleine vingers had die 
    het oog van het roze rode meisje een knipoog gaven
    plakkerig vies en toch licht glanzend
    daar weent een glazen oog kunsttranen
  • 2
    246

    ik wilde

    Top 100
    en de gordijnen denderen over de rails trekken schaduwen binnenstebuiten
    kleiner kleiner slist je tong en verdwijnt in
    de blauwe inkt likt kokhalzend ijzer 
    spinnenpoten zuigen de kroontjespen met moeite tussen de webdraden
    nagels krassen nerven op rode kool blauwe bladeren houterig verschijnt mijn 
    naam in een maagdelijk wit kader

    waarom ik het schrift tussen mijn dijen klem?
    ik verwacht het gevoel van mijn petticoat
    hoe tule als fijn schuurpapier raspt daar waar zacht wit vlees
    bleekroze lippen doen fluisteren zoals
    de jurk van de spaanse danseres kijk hoe trots zij danst roept mijn moeder en ik zie
    voel dat ik mijzelf knijp tot op het bot onverwachts
    verlies ik rode korsten weeïge geuren

    de wind laat zich niet makkelijk vangen in mijn schepnet en zij roept
    buk niet zo je lijkt wel een hoer 
    de zon grijpt naar mijn schaduwbenen beroert warm 
    mijn onderbroek
    is het een snik of een geeuw die mij ontsnapt de 
    hoer tikt verleidelijk tegen de ramen ik 
    ben onmiddellijk verkocht

    als na jaren de aandacht dreint
    ik aan mijn wonden blijf likken vingers naar ijzer ruiken
    kom ik tot bezinnen zoek ik
    angstvallig mijn naam op het web 
    ik wilde dat jij keek toen ik danste als kind trots
  • 3
    411

    telgang

    Top 1000
    woest schuimend de cafeïnedouche 
    explosieve rendez-vous tussen 
    een fles cola en een mentos eerder
    een ménage à trois
    de mierzoete geiser spuit tollend je springt en lacht hysterisch

    plastic bij plastic je vaders mantra dreint 
    in mijn brein terwijl
    ik de plakkerige limonadefles krakend tussen de papieren 
    snoepwikkels prop en denk 
    aan je tandglazuur

    water of thee water of thee maalt het door 
    mijn hoofd de zoete spetters observerend 
    een vlieg in een
    goudbruine druppel heeft nog
    miljoenen jaren te gaan en wij? mijn vraag

    hoe ver zijn wij van de rand hoor je niet
    wij de looppoppetjes 
    sjokken in telgang als een 
    samengesteld dier naar de afgrond
    touwtje met kraal achterna

    waarom aaien wij alleen nog met woorden de poes?
    wanneer schoor ik mijn oksels niet meer
    en trok jouw haargrens zich terug
    aan je voeten de colawikkel plakkerig condoom
    voer voor de blauwe of de grijze bak?
2016
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    935

    onder moeders vleugels

    Top 1000
    dat wij naar zeep van melkmeisjes roken
    met wie belde je uren, als papa er niet was 
    als wij vroegen wie het was zei je, oh tante lies
    met wie je op verjaardagen nooit een woord sprak

    snuffelen in je spullen verborgen in je kast
    zwaar geurende maja zeep, een ring
    rare nylon slips lichtgroen en roze
    aan de waslijn grote onderbroeken

    na school opgewonden voor de lingeriewinkel staan
    nog geen internet om te gluren
    broekjes met open kruisen
    strikjes donsjes 

    is dat voor hoeren vroeg ik je nog
    nee dat dragen ook gewone vrouwen zei je stellig
    zag ik je moeder instappen in een wagen?
    zonder knipperen zei ik ja, dat was bij mijn oom

    kapotjes kapotjes, schreeuwend in de deuropening  
    de drogist woedend zwaaiend achter ons aan
    rennen genieten vage angst
    zal bij het kruidvat tegenwoordig niet vaak gebeuren

    en in de vreemde wagen voeten van de bank
    liet moeder zien hoe wij ons moesten gedragen
    met een blik monddood gemaakt
    wij waren slechts figuranten