Biografie van Jaako Jannowitz

Nog geen profiel opgegeven.
2018
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    8792

    Waarom de Wereld

    1e ronde
    Waarom de wereld? vroeg ik, terwijl ik de aarde van mijn schoenen veegde.
    Waartoe dient zij nog, waarom zouden we er om geven?
    Wat heeft zij van waarde zonder het idee er ooit vanaf te kunnen donderen?
    Waarom angst om niets dat nog verloren gaat, de wetenschap dat dat alles al eens is gedaan,
    zeg me: waaruit spruit de noodzaak nu ons bestaan niet langer om iets gaat?

    We zwegen terwijl we naar elkaar keken. 
    Hij boven,
    Ik beneden.

    Hij sprak: je hebt gelijk, de eeuwigheid is rond en alles komt in golven,
    wij staan niet maar wij zweven, delven grond, ploegen graven,
    stellen ons dezelfde vragen. Maar kijk en zie: in die staat en dat besef
    was je nietig en alleen gebleven en had je nooit echt iets geschreven.
    Het is in wat je achterlaat waarom de wereld écht bestaat.
2017
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    8692

    Dikke Man

    1e ronde
    In mijn bibliotheek komt een man die louter pillen leest.
    Hij zet zijn linnen tas steeds naast hem op dezelfde stoel
    en vertrouwt zich dan wat teksten toe.
     
    Zo zit hij daar dan: uren – dagen  maanden achtereen
    en lijkt sindsdien nooit weggeweest. 
     
    Pas toen ik laatst na jaren eens de stilte en verbazing brak,
    hem aansprak met de vraag “waar láát u alles dat u leest?”
    trok ik plots de stop eruit
     
    en
            liep
                     hij
                             langzaam
                                                   leeg.
  • 2
    8959

    Uit monden

    Top 100
    Mond - jij sponzende spraakkrater, jij pratende,
    jij onverbiddelijke in het ogenblik, je knijpt
    zo nat en zinnenminnend je zieleklanken klaar
    tot woorden, uitgesproken naar het oppervlak

    Maar het geeft niet, liefste, wat je diepste binnen
    daar ooit van mij toch dacht, of hoe ze tal
    van onvoltooide dingen zo waarachtig af naar
    buiten bracht; zolang je mooie mond voor nu
    maar even zacht, nietszeggend, naar mij lacht

    En zou een zoen van binnenzin nog ooit
    bij onze lippen mogen uitmonden, toe,
    laat ons dan voor altijd, zielbezegeld
    aan elkaar verbonden, voltooid bemind
    verzoenend blijven, als aanelkaargeplaktelijven.