Biografie van Luna Ortigosa

Nog geen profiel opgegeven.
2018
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    8945

    Met de schrik vrij

    1e ronde
    De trein – die wegreed, met de ouders erin, nadat de vader de moeder met haar koffers had geholpen, en het fluitje niet had gehoord. Het moment, tussen het wegrijden van de trein en het trekken aan de noodrem door de vader, huilde de zus. Jij had je alleen een beetje wagenziek gevoeld, terwijl je gewoon vaste grond onder je voeten had. En geregistreerd dat er iets niet klopte, en eigenlijk niet kon, maar toch gebeurde.

    De schuur – waar de oudere jongen zijn hand op je kruis legde en vroeg of je de konijntjes kwam aaien. Het moment, tussen de hand op je kruis en het aan de arm mee naar huis trekken van het jongere zusje – toen je begreep dat je het donker achter de schuifdeur niet in moest – had je je weer een beetje wagenziek gevoeld, terwijl je gewoon vaste grond onder je voeten had. En geregistreerd dat er iets niet klopte, en eigenlijk niet kon, maar toch gebeurde.

    Het houten huis in het bos – met de slaapkamers die uitkwamen op een hal zonder ramen, waar je je met de zusjes verstopte als het bliksemde – waarover iemand je later fijntjes uitlegde dat de bliksemafleiders al die jaren de verkeerde kant op hadden gestaan en de bliksem juist hadden aangetrokken. Tussen het moment dat je dat hoorde en de conclusie dat de bliksem nooit ingeslagen was, had je je weer een beetje wagenziek gevoeld, terwijl je gewoon vaste grond onder je voeten had. En geregistreerd dat er iets niet klopte, en eigenlijk niet kon, maar toch gebeurde.

    Het bed  – waar  je in wilde kruipen nadat je eng gedroomd had en waarin de moeder wakker schrok en bleef schrikken, schreeuwen op het bed en de vader tegen het schreeuwen in suste dat het maar een nare droom was. Tussen het moment dat de moeder begon met schreeuwen en de vader haar gesust had, had je je weer een beetje wagenziek gevoeld, terwijl je gewoon vaste grond onder je voeten had. En geregistreerd dat er iets niet klopte, en eigenlijk niet kon, maar toch gebeurde.

    De boot – waarop  de geliefde zei: als je nu niet bij me weggaat ga ik met een ander.
2017
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    10071

    Kistkalf

    Top 100
    De kieteldood kwam onverwachts.

    Een donker gat gaapte achter de schuifdeur. Voor de rand deinsde ik terug, maar je nam me bij de hand
    en even later voelde ik zoals beloofd de zachte neus van het kalf. Een ruwe haal van zijn tong over mijn wang.
    We lachten lang, je kietelde me tot ik slap werd.
    ‘Sneeuwwitje, met je huid zo wit als sneeuw, haren zwart als ebbenhout en lippen rood als bloed,
    nu moet ik je wel wakker kussen.’
    In het stro schoof je mijn voeten naast elkaar en ving mijn hoofd op in je handen alsof het een kommetje was.
    Daarna likte je mijn gezicht eruit: romig en vloeibaar als melk.

    Ik voelde me luchtig als een wolkentoetje.

    Maar nu mijn hoofd leeg was schraapte een langere tong, stuggere tong over mijn bodem.

    Hij bewoog, zoals ik de poot van het ongeboren kalf door het vlies had zien breken, in tegengestelde richting, schoks-
    gewijs over de stramme rand. Het doffe stoten kende ik ook, van de botte, beknotte stierenhoorns, die –
    omdat er nu wel leven, maar nog steeds geen licht was – tevergeefs op de omheining inbeukten.  
    Niet meegeven, niet meegeven, Een hoorn, scherpe hoorn priemt zich in mijn binnenkant, maar ik heb houten wanden,
    als een kist. Ik lijk dood, maar ik slaap en niets of niemand dringt nog tot mij door.

    Tot je je afzette tegen mijn ribben. Een spaander knapte. Ik schreeuwde.
    Jij verloor je geduld. ‘Waar moest je je dan vasthouden?’

    Ik had werkelijk geen idee; waarom ik zo onhandig in elkaar zat.
    Nu ik dan toch een kist was, waarom zat er dan ter hoogte van mijn midden geen handvat? 

    In plaats daarvan spreidden mijn ribben zich als een vermolmde tak onder jouw handen, die tevergeefs
    naar houvast zochten, in de leegte erachter.