Biografie van Natasja Kraijer

Nog geen profiel opgegeven.
2018
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    2620

    Lagen

    1e ronde
    Slijtageplekken ontstaan doorgaans langzaam, maar eenmaal daar is het einde al in zicht.
     
    Een oppervlakte is opgebouwd uit een laag van opgestapelde dieptes,


    de scheidslijn ertussenin is broos en vaag.
     
    De kern zit niet persé in het midden,
    maar meestal ergens in een tussenlaag.
  • 2
    2628

    Het laat zich influisteren

    1e ronde
    Het laat zich influisteren als een dringend bericht.
    Er wordt me iets verteld over tsunami’s en verschuivende aardplaten.
    Dat die er vroeger al waren,
    nog voor het baren
    van mensen
    en zorgen
    over de continuïteit van de aarde.
     
    Al dat gedraai.
     
    Ik zie een boot plastic voorttrekken.
    Voorwerpen met open monden,
    zich verbazend,
    of misschien wel gapend.
    Moe van dit alles.
     
    Rechttrekken. Waarom is er zoveel krom.
     
    Gedreven.
    Samensmeltende ideeën over voorruit.
    Volle kracht.
    Streven.
     
    Alsof de wereld op maar één jongen wacht.
  • 3
    2629

    Heliumbalonnen

    1e ronde
    De ruimte tussen ons is met helium volgelopen.
    Er is geen echte stem meer te horen,
    veel te hoog
    of laag.
    Alles staat sowieso op knappen.
     
    De hele boel kan wel in het luchtledige worden opgelaten.
     
    Soms zie je ze wel, die ballonnen,
    een beetje trillend tussen de takken.
    Met zo’n doelloos papiertje eraan Voor wie mij gevonden heeft…
    Niks gewonnen.
    Nooit echt verder gekomen.
  • 4
    2630

    De Z

    Top 1000
    Zo gek is dat, de behoefte om zinnen te beginnen met een Z,
    alsof ik het einde meteen wil hebben.
    In ieder geval in zicht.
     
    Inzicht dat ik het begin van het einde al wil zien,
    of een eindigend begin.
    Het allemaal voor willen zijn
    en gaan.
    Vooraan staan, zodat ik zo ver mogelijk vooruit kan kijken
    tot het niets er is.
     
    Dat als ik met de A zou beginnen dat vanzelf leidt tot de Z,
    maar misschien gepaard met meer lijden.
    En misschien sla ik dan ook wel te veel over.
    Of ga ik te snel.
     
    Zo frappant dat mijn kruidenpotjes altijd wat vettig in het rekje staan, ook al heb ik ze met een natte doek schoongemaakt en gedroogd met een droge.
    Zo bijzonder dat er altijd sporen van dingen achterblijven,
    en te verdienen zijn.
     
    Zee. Vroeger wilde ik er altijd aan wonen,
    maar dat idee ebde al snel weg.
     
    En nu heb ik ook nog de behoefte om te eindigen met de Z.
  • 5
    2632

    Mijn hoofd verwinterd

    1e ronde
     
    Ze stond als een uitgeschakelde robot in de kamer,
    keek alsof ze bepaalde codes moest zien te kraken.
    Vervolgens haar hersenen krakend over wat ze ook alweer aan het doen was.
    Zoveel vergeten vragen.
    Zij die mij als vrucht had gedragen.
     
    En ik? Moet ik dan nu al iets gaan doen aan de kou, en aan het niet weten?
     
    Mijn hoofd verwinterd.
    Laten we gaan liggen in een bed dat tjilpt,
    bij elke beweging verder wegzakkend,
    afvragend of het nou vogelgeluiden zijn
    of het resultaat van een hoop gebonk.
     
    Mijn hoofd verwinterd.
    Er zitten vlokken in mijn hoofd die me wollig maken.
    Ik hoef geen schapen te tellen om eindeloos lang te kunnen slapen.
     
    Schaduw werpende,
    steeds meer bedekkende sneeuw
    dat van alles en mezelf zoek maakt.
    Vanaf hier beneden vervagen nuances tussen licht en donker.
    Ik zou kunnen verzuipen,
    maar blijf nuchter.
     
    In mijn teruggetrokken hol doe ik niet zoveel aan eten,
    meer aan gedachten verteren. 
    En harde noten kraken.
    Ik zal het einde bewaken.
  • 6
    4500

    De winkel van de Kunst

    Top 100
    Op de hoek van mijn straat is een uiterst klein winkeltje
    waar bijna nooit iemand naar binnengaat.
    Het heet De winkel van de Kunst.
     
    Voor een keer stap ik over de drempel.
    Ik zie een man die achter de balie staat.
    Hij draagt een ooglapje,
    ik weet niet waarvoor.
    Er zal vast sprake zijn van een bepaald gemis.
    Met mensen met een ooglapje is er doorgaans wel iets bijzonders aan de hand.
    Aan de andere kant weet je vanaf je eigen stand nooit precies wat de ander ziet.
     
    Een aantal mensen waaien aan,
    echt storm loopt het niet.
    Eenmaal alleen met de halfziener, tovert hij een glazen pot met stuiterballen tevoorschijn.
    Hij kiepert de inhoud leeg. Al die ballen stuiteren in het rond.
    'Zie,' spreekt hij. 'Alles valt uiteindelijk samen en stuitert op de grond, da’s geen kunst.
    Wel om jezelf voortdurend op te rapen, en jezelf bij elkaar.'
     
    Ik wil graag hier vandaan,
    toch vraag ik wat het kost.
    Hij antwoord: 'Ik kan het niet minder maken dan het is.'
     
  • 7
    4501

    Je ogen staan altijd schever vlak voordat je gaat

    1e ronde
    Je ogen staan altijd schever vlak voordat je gaat.
    Ik wil weer zeggen dat het oké is om terug te willen,
    ook naar mij.
    Die oogstand zag ik voor het eerst toen ik me wel een
    keer uitsprak,
    toen mijn hart brak over al die uit pulverende pijn
    Over wel en niet bij me zijn.
     
    Roest begint ook bij aanhoudendheid,
    de geraakte plekken raak je niet zomaar kwijt.
    Je kunt er een mooi glimmend laagje overeen strijken,
    maar het is iets dat soort van inslijt: materiaalverlies
    veroorzaakt door aanhoudende wrijving over dezelfde
    plaats.
    Op een gegeven moment komt er van alles verpulverd
    uit,
    met het gevaar van definitief loslaten.
    Je zal dieper moeten gaan om echt weg te poetsen,
    en dan nog schuurt het.
     
    In de deuropening blijkt de drempel telkens hoog te
    zijn.
    Het is wiebelig zoals je nu staat,
    alle kanten opgaat, maar je valt nooit.
    Je bent mijn mooie tuimelaar.
     
    Als je weg bent, ruik ik aan je pyjama, eerder gooide ik
    alles meteen in de was.
    Nu blijft het eerst nog zoals het net was.
    Er staan dingen van jou op het tafeltje naast mijn bed.
    Ik laat het,
    steeds maar dat opgeruimde gevoel nastreven.
    Ik voel me soms een beetje op.
     
    Jouw tandenborstel leunt tegen die van mij in de plastic beker,
    je hebt je eigen tandpasta.
    Ik vind jouw verdwaalde sok in mij la.
    Ook als je weg bent maak je me weker.
     
    Er glijdt van alles door mijn vingers, en de wasmand in.
    Ik heb wat dingen rechtgezet,
    verander soms een beetje, maar zet na al die tijd niet
    meer alles op zijn kop.
     
     
2017
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5270

    Omranden

    1e ronde
    Ik geloof dat ik het toen al wilde omranden,
    dat fotosische moment tussen jou en mij.
    Een toverpen tekent de wanden
    en streept door wat je niet zei.
     
    Stippellijntjes die kunnen verbinden.
    S
      l
         i
    n
       g
    e
    r
       e
    n
    de lichte woorden
    tussen bloesemende linden,
    die geurend terugwaaien,
    wat we al eerder hoorden.
     
    Ik geloof dat ik vanaf onze eerste zin
    voor het laatst
    afscheid wilde nemen
    van het begin.

    Natasja Kraijer
  • 2
    8749

    Ik had niet gedacht

    1e ronde
    Ik had niet gedacht
     
    Ik had niet gedacht, dat het pad zo zou vertakken.
    Dat je me na die eerdere kou, zo onverwacht,
    een zetje zou geven,
    in plaats van een duwtje in de rug.
    Richting een meer dat eenzaam en bevroren lag te liggen,
    waarin mijn voeten zo zouden bevriezen dat ik nooit meer,
    echt, in beweging zou kunnen komen.
     
    Na de hele wereld op zijn kop
    en zoveel onstuimig weer,
    kwam het juist weer wat op.
    In de gevangen warmte, in de bewaakte kassen
    waar bloesems van vergeten fruit voorzichtig begonnen te bloeien
    aan groene takken,
    dun als sprieten zich dapper hadden vastgeklampt aan de ruiten.
    De wil van het leven naar het licht toe.
     
    Ik had niet gedacht,
    dat de afspraken die we maakten
    over zaken die ons zo raakten
    zo… zouden worden ontkracht.
    Dat we de weg zouden bewandelen naar de banken van mahonie.
    Honende opmerkingen,
    waar ze eerder zo zoet als honing
    werden ingesmeerd.
    Nee, nu het zout,
    in de wonden nog niet zo oud,
    maar verser dan ik dacht.
     
    Natasja Kraijer
     
     
2015
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    2009

    Wat is waar

    1e ronde

    Ik zwijg nu en daarmee lijkt alles deels verloren.

    Tegelijkertijd doorbreek ik juist een patroon.

    Van moeder op dochter, van vader op zoon.

    Scheiden,

    ben ik het kaf of het koren.

    Altijd het verdedigen, het (op komen) draven.

    Het graven,

    zoeken naar excuses.

    Conclusies die worden getrokken.

    De stelligheid maakt me doof, verdovend moe.

    Confuus.

    Diffuus.

    Wirwar.

    Wat doet er nou echt toe.

     

    Knopen en draden, gerafelde lijnen.

    Besparen van woorden, balanceren op koorden.

    Wat is waar.

    Garen, sudderen als een stooflap.

    Straks val ik nog uit elkaar.

    Vermijden van het onvermijdelijke.

    Zwemmen in een plas, waarvan je niet nat kunt worden.

    Dronken zijn zonder te lallen.

    Het ophouden van talloze borden, klaar om te pletter te vallen.

    Rondjes draaien. Mijn eigen staart achterna.

    Tollen, door die aanhoudende stilte tussen ons.

    Ik kan er niet meer tegen,

    de afkeuring, die in je hoofd gekerfde frons.

     

    Deze rotonde kwamen we tegen.

    Ik ga naar hier, en jij naar daar.

    Wat is recht, wat is krom.

    Wat wijs, wat dom.

    Wat is waar.

    Ik ga naar hier, en jij naar daar.

    Teveel om alles te omcirkelen en uit te leggen, het is teveel.

    Het is de reden waarom ik nu even niets meer met je deel.

     

  • 2
    2010

    Er is hier geen vriendschap

    1e ronde

    Pleisters en lijsters,

    ze delen lucht.

    Het vliegen,

    de gebakken.

    De klucht.

    Er is hier geen vriendschap,

    we hebben elkaar straks niets meer te zeggen,

    niets meer uit te leggen,

    zodra die poort opengaat.

    Dan zien we de lijsters,

    en je gaat en staat,

    waar je maar wilt,

    met het verlangen dat zo lang in je heeft gegild.

    Een heel luchtruim,

    de hele aarde,

    om je in te begeven.

    En de pleisters?

    Die trekken we gewoon van ons af.

    Daar zit geen vriendschap onder verscholen,

    alleen maar littekens.

    We kruipen simpelweg terug naar onze holen.

    Het was de pleisterlijm die ons verbond.

    Een plaksel van verschrikkingen,

    en rechten die je schond.

    Het bedekte alleen een gezamenlijke wond.

     

     

  • 3
    5011

    Het geluid

    1e ronde

    Herken je dit geluid, sms dan WEET naar ons nummer, je weet toch... Of stuur een appje via onze apperdepep die je via onze site kunt downloaden.

     

    Nee, het is niet het geluid van:

     

    - spontaan reiskofferpakken

    - pannenkoeken bakken

    - iemand een high five geven

    - een ballon in de lucht laten zweven

     

    Ai, de jury meent dat er even een aanwijzing moet worden gegeven.

    Hier komt ie dan: “Onderwaterdansen is een vak apart.”

    Nou, we gaan weer fris en fruitig van start.

     

    Het is niet:

     

    - iemand in het gezicht slaan

    - op iemands lichaam staan

    - een granaat op de grond gooien

    - het ijsberen van dieren in circuskooien

    - in een kast duiken als de schutter binnenkomt

    - het dichtsnoeren van een mond

     

    Helaas, het geluid is niet geraden. We bevriezen het geld voor een volgende keer.

    Hopelijk doe je dan weer leuk mee, we waarderen je inzet zeer!

  • 4
    5012

    Niets

    1e ronde

    In dit pak van neopreen dringt weinig door,

    alles glijdt lekker van me af.

    Het onderwatergeluid dat ik hoor,

    pingt een kalmtefrequentie naar me toe.

    De zuurstofslang bungelt uit mijn mond,

    af en toe neem ik een raspende hijs.

    Mijn duikbril klemt,

    ik zie spleetjes van de werkelijkheid.

    Niets in het bijzonder wordt uitgelicht,

    niemand heeft een gezicht.

     

    Door deze modder waarin mijn flippers zich hebben vastgezogen,

    hebben zich massa’s voortbewogen.

    Er ontspringt een kind uit de rij,

    het gaat voor me staan.

    Ik sluit mijn ogen,

    en het maakt toch niet uit wat ik zeg.

    Als ik ze weer open, is het verder gelopen.

    Het achtergelaten spoor zal worden uitgewist.

    De aanhoudende regen spoelt ook dit weer weg.

    Thuis is er nog chips en volgens mij zelfs nog wat port.

    Ik ga maar weer eens, de tijd is alweer genoeg opgeschort.

     

  • 5
    5013

    Wazig

    1e ronde

    Wazige blik,

    mistige herinneringen.

    Irissen waarvan de randen zijn uitgevaagd.

    Soort van bezinningen

    in de tijd die hier wordt uitgedaagd.

    Ze zit in haar stoel

    en strijkt haar rok glad.

    Op de schouw tikt de klok,

    in het ritme van haar hart.

    De schemer zet in.

    Is dit het einde van de dag,

    of juist het begin.

  • 6
    5014

    Weg

    1e ronde

    Knisperend zand onder mijn voetzolen,

    bij elke stap beschadigt er meer.

    Een verderfelijke stank van open riolen,

    hangt zwaar,

    over deze plek waar ik jou als laatste zag.

     

    Ergens rent iets weg,

    het geluid van krassende nagels echoot in de steeg.

    De klamme lucht beneemt me bijna mijn adem,

    het omklemt me, maakt mijn lichaam zwaar.

    Elke keer,

    kom ik hier weer.

    Ik kan je niet laten gaan.

     

    Op de zwarte muren parelen druppels,

    ze klampen zich net als ik tevergeefs vast.

    Over het water dansen feeërieke vlaagjes van licht.

    Het voelt hier zo donker,

    nog steeds zoek ik je gezicht.

  • 7
    5015

    Mossel

    1e ronde

    Als een mossel die je weggooit,

    omdat hij maar niet opengaat.

    Te gesloten. Tik tik tik tik.

    Openen doe ik nooit.

     

    Breek je mijn schelp,

    dan zal je je snijden.

    Eet mij,

    en ik zal je vergiftigen.

    In mijn schuilt geen parel,

    er is geen trofee na het lijden.

     

    Een weekdier,

    dat zou ik moeten zijn,

    maar ik ben niets van dien aard,

    jouw zoute vocht ben ik niet waard.

    Mijn sluitspier

    trekt alles samen.

    Ik knijp je tastende vingers fijn.

     

    Je huilt,

    tranen als water naar de zee.

    Uiteindelijk ga je niet met me mee.

    Dus ik verdwijn weer onder de grond,

    er is niets dat ons echt verbond.

     

  • 8
    5016

    Verbond

    1e ronde

    De roodgele zon,

    trekt strepen over het water

    en verwarmt mijn gezicht.

    Onuitgesproken woorden

    zweven in een tegenlicht.

     

    De zon gaat onder,

    de glans in jouw ogen verdwijnt.

    Ik brand mijn vingers,

    aan iets dat langzaam wegkwijnt.

    Onze gloeiende kern,

    gaat uitgeblust ten onder.

    Zonder jou,

    zonder.

     

    De zee rolt woeste schuimtongen naar ons uit,

    eist op en trekt mee.

    Boktorren zullen ons wrakhout tot stuifsel opvreten.

    Het is onmogelijk om ons te vergeten,

    voor altijd zal ik bij elkaar vegen,

    wat ons verbond en verslond.

     

    Ik verstond,

    dacht ik,

    al die tijd.

    Toch ben ik je kwijt.

2014
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    1577

    Tastende stenen

    1e ronde

     

    Nee, zei ze met haar armen over stijf elkaar.

    Maar er lagen al te veel keien in het water.

    Te hard in het zicht en te zwak om te negeren.

    Licht, dat erop weerkaatste.

    Ze zijn komen aanwaaien, vertelde ze.

    Haar vinger krulde haar haren.

    Maar dat is niet waar,

    die zijn te zwaar.

    Geworpen door het verleden en het heden.

    Tastende stenen,

    Eerder lagen er niet zoveel.

    Nu een pad.

    Glad,

    maar ook als zingend koraal dat je open kan halen.

    Je ziel barst open als je hierop zal lopen.

    Dat mag ik hopen, en ze lachte. Liet haar haren los.

    Beide armen uitgestrekt langs haar lichaam.

    Goed, ik zal wel leiden, zei ze,

    Maar was dat met een ie of een ij.

    Koordansend op het water.

    Daarna verdween ze uit zicht.

     

    Natasja Kraijer

  • 2
    1578

    Flitsend voorbij

    1e ronde

    Flitsend voorbij.

    Voorbije flitsen.

    Recht voor me uit,

    achter mijn ogen.

    Links en rechts van mij.

    Voorbij, jij.

    Je zoefde in mijn leven.

    Zoef zoef, door me heen

    en voorbij.

    De schrik, en eindeloze perikelen achter ons.

    Flitsend voorbij.

    Als een stotende trein,

    de toekomst door.

    Geen spoor dat me zal leiden,

    Alleen stof achterna, in mijn ogen

    was ik verblind.

    Geen weg meer vooruit te branden.

    Vlammen die in me opgaan en doven.

    Voorbij,

    in een flits.

     

    Natasja Kraijer

2013
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    1391

    Gezogen

    1e ronde

    Gezogen

    Beelden koppen tegen mijn hoofd.

    Ik wend mij af,

    maar de woorden blijven tikken op mijn kop.

    Men praat en haakt in.

    Tikt mij aan.

    Tik tik tik op mijn kop.

    Een wekker gaat af, een licht dooft.

    Ergens klinkt een bom.

    Ik wil het niet horen, wil het niet zien.

    Voorbij loopt zij,

    zwevend maakt zij versiersels op de grond.

    Ik staar ernaar.

    De mensen buigen naar voren, kijken niet naar haar. Heb je het al gehoord.

    Maar ik hoorde het erger.

    Weg met die gebroederlijke kring, en toch sta ik er ineens middenin.

    Gezogen naar het zwarte gat,

    omdat ik even de vergetelheid vergat.

    Nu maar zakken in de grond, er dwars door heen.

    Dwars door het gegoten zwarte steen.

    Als eerste met mijn aangetikte kop,

    de brokstukken ruim ik zelf wel weer op.

    Advena

  • 2
    1392

    Gevallen

    1e ronde

    Gevallen

    Draad, strak om mijn nek gespannen.

    Rafelende koorden.

    Ik pakte het van je af.

    Jij zoekt nu in warrige dromen,

    met klauwen zonder nagels.

    Handen zonder vingers.

    Klei in de grond, waar het had moeten blijven.

    Beklijven, doet het nu te veel.

    Het beeld viel en ik wilde het maken.

    Maar jij ving en herstelde wat hersteld moest worden.

    Zo kan ik het niet.

    Bang dat je mijn rimpels in het aardewerk zou terugvinden,

    als bewezen zorgen voorgoed in mijn voorhoofd gekerfd.

    Voor eeuwig uit de lichtvoetigheid onterft.

    Advena