Biografie van Leen Pil

Leen Pil (1961) is pedagogisch adviseur, dichter en één van de zes schrijvers van Talent op Tilt 2016. Ze vertaalt ook gedichten uit het Duits en eigen gedichten naar het Duits. Ze heeft een passie voor taal, literatuur en kunst en houdt van literaire uitdagingen die tijdschriften en beeldende kunstenaars haar geven. Zeer goede herinneringen heeft ze aan de opleiding van de Antwerpse SchrijversAcademie. Pil’s vreemd-tedere en eigenzinnige gedichten verschijnen in Vlaanderen, Nederland en Duitsland, in verzamelbundels en in literaire tijdschriften waaronder DW B, Het Liegend Konijn, Deus ex Machina, Gierik & NVT, Kluger Hans, Het Gezeefde Gedicht, Dichtkunstkrant, Mest, tau – Zeitschrift für Literatur en in het eerste themanummer van Folio. Ze schreef daarnaast in opdracht gedichten bij het werk van enkele kunstenaars. Ook zijn er webpublicaties bij o.a. deBuren en Tilburg Festival en heeft ze een eigen poëzieblog en facebookpagina. Straatpublicaties op weerbestendig doek vind je in Leeuwarden. In september 2018 is haar debuutbundel ‘Niet alles is orewoet & waarheid’ bij uitgeverij P verschenen. Eind 2020 verschijnt haar tweede dichtbundel. Geregeld treedt ze op vraag van organisaties op of is ze gastdichter op poëzie-evenementen en literaire salons. In juni 2019 trad ze samen met enkele Duitstalige dichters in Hamburg op. Meerdere prijzen, nominaties en eervolle vermeldingen staan op haar naam. In 2019 was ze een van de vier eervolle vermeldingen in de C. Buddingh’-prijs 2019 voor het beste Nederlandstalige debuut. Vanaf 2013 is ze een vaste waarde in de top 100 van de Turing Gedichtenwedstrijd (vanaf 2019 Prijs De Poëzie-De Gedichtenwedstrijd).
2018
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    2871

    De punch van nezo keukenzout

    Top 1000
    Ik heb ze na een stroomuitval ontdekt, de ooghuizen 
    op mijn gezicht, de blik die voluit aan de buitenkant
    wordt geboren. De kopjes in de heuvels

    zijn het brein. Ze volgen het licht op de jukbeenderen.
    Licht is reliëfloos en lang, slijpen is niet nodig,
    licht kan worden bijgevuld. 

    De neus heb ik omgekeerd, een vorm van
    terughoudendheid of was het plaatsgebrek.
    Ik draag hem niet langer als ereteken.

    De ógen rek ik uit, ik schuif ze 's morgens 
    naar een doos zwarte potloden, niet alle potloden
    zijn eender. Ik kijk naar het grafiet, het laat glinster na

    en sporen, een kind in deze kamer - er wordt geen voet
    verkeerd gezet -, ziet tussen wit en blauw een hypernet
    dat blinkt in alle knopen. En springt in spin de bocht gaat in.



  • 2
    3701

    Loco

    Top 1000

    Mijn huis steekt helder af bij vallend licht,
    een watermerk in mijn gezicht, een schaduw
    in dezelfde koude wind maar zoveel dunner

    dan de ijzeren staven naar het zuiden, de nachtelijke
    dromen van een dorpsgenoot, de kleur van jonge
    graanjenever. De verwerkte maïs smaakt naar goud.

    Ik zwaai en sla de korrels uit de aren, de vogels
    zijn plots stom en ik ontdek een gladgemaaide stad,
    nog buiten adem. De vrouwen zijn er uitgelaten,

    komen aan je huid. Het zijn mijn vrouwen niet,
    mijn vrouwen huizen in het linnen, kleden
    de nomaden uit gewoonte. Een oneigenlijk gebruik.
  • 3
    3774

    Chindogu of de aard van risicopoëzie

    Top 100
    Mislukte foto’s zijn een uiterst verwarrend fenomeen, haast nutteloos, 
    ze doen je denken aan Japanse prenten die wat verschoven zijn,
    aan bijgekleurde zomers op de rugzijde van vergeeld dik papier.

    Het zijn niet noodzakelijk de bergen die het mooist zijn, de lucht
    neemt een deel van het zicht over, zeker nu er nergens nog sneeuw ligt,
    nu de arend baadt terwijl het regent, hij water door de einder strooit.

    Als de regen stopt, ontstaat er nevel. Niemand die ziet dat ik een gat prik
    in het blad. Een koelie verliest zijn lading papier, de wind waait het weg,
    op een berg een klein figuurtje dat loodrecht naar beneden springt.
  • 4
    8608

    Spoiler alarm

    1e ronde
    Ik heb mezelf als kleine overwinteraar op een stenen
    bed gelegd voor het station. Op mijn voorhoofd wipt
    een vogel zonder vluchtgedrag, hij weigert hoog
    te zingen. Behoorlijk moeilijk voor een selfie.

    Ik spreek alleen als ik word aangesproken, verberg me
    onder rommel en gestommel. Lichaamstaal kruipt tussen
    koude bladen, het nieuws is oud, maakt moe. Ik val in slaap.

    Dieren komen ‘s nachts op gang. Een besmette mier
    wordt niet verstoten, maar verwelkomd en verzorgd.
    De infectie wordt verdeeld, elke mier neemt de bacterie
    in, bouwt weerstand op. Bij mensen is het andersom.

  • 5
    8614

    Niets staat nog vast

    Top 1000
    Nu de Noordpool smelt, ben ik wat verderop gaan staan,
    havenwerkers volgen me, de hele buurt gaat op de schop.
    Mochten de dijken breken: de muur is back.

    Vraag aan honderd landgenoten hun grootste geheim
    en ze verzwijgen dat ze uit heimwee sneeuw meeslepen,
    er zit vlekkeloze lucht in, een bovenaards geraas.

    We zijn niet in de ban van het witte kabaal.
    Diep verdoken geld verdwijnt. Miljarden lekken weg
    en niemand die het weet. Grote jongens dus.  

    Castro en Manuel zijn heen, de mythes zijn geweken.
    Er zou een land zijn losgebroken al is dat mogelijk fake,
    hier en daar is er een schijnbeweging.

    We kiezen onze helden niet, wie wegdrijft
    zit op botsingkoers, wie blijft wordt president,
    balanceert met een vinger en een grote mond.


2017
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    896

    Was opa een fennik?

    1e ronde
     
    Tegen 2030 stoppen we met luisteren. Voorbij
    de voorspelbaarheid, huiveringwekkend intiem
    klinkt dan het woord heel ver van huis, de laatste
    ijle sporen van het zonnestelsel achter zich gelaten.

    Wie even buitenloopt, blijft meestal staan, vermoedt
    de stapeling van woorden in de driedimentionele ruimte,
    woorden die losstaan van wat ze aanduiden, verre
    tegenstrijdige geruchten van een atonaal verhaal.

    Elke verbinding kan fataal zijn, ook online. Wie gaat
    liggen bij een sterrenhemel of een vrouwennavel, komt
    nooit thuis aan. Hij verdwijnt. Woorden die benevelen,
    moet je durven weg te slaan, wat volgt is te gevaarlijk.

    Een woordennevel hecht zich aan een vrieskern, een
    roetdeeltje, vulkanische as, zelfs een bacterie. Zo kan
    een vonk gaan gloeien. Het brandt. Soms is het andersom
    en snijdt het dieper.
  • 2
    897

    Het geluid van een verplaatsing

    Top 100
    Het begon in een vorige kamer: met twee lepels spelen, een kom-
    metje grijpen, in een onnauwkeurig ritme op de rand tikken, een geluid
    horen dat naast een vochtige ochtend een signaal doorgeeft –

    of is het de vervorming van een wenk die anders verborgen
    zou blijven, de trilling van een huid zo menselijk als ons eigen vel.

    Hij bewoog zijn handen weer, de lepels bedekten nu het geluid
    in een kort ogenblik, voor ze de storm volop naar buiten brachten.
    De wind duwde in de richting van een clandestiene oversteek,

    van ongewisse stappen in het water, niet zoals het hoort, maar ook
    niet echt verboden. Het lukte nog de handen in de lucht te houden

    toen de stilte als een overloper viel. Zwart is het aantal grammen
    van één vierkante meter mens. Doornat voelt hij het gewicht
    pas achteraf. Hij hoeft er geeneens dubbel voor te betalen.

     
  • 3
    4132

    Verhullen

    Top 1000
    Camouflage begint aan verwondingen
    waarvoor we gevlucht zijn, bij het slapen
    gepantserd met beddegoed. Dat slapen
    is trouwens maar schijn.

    Ik denk dat ik, toen ik de ogen sloot,
    het heelal opnieuw heb zien ontstaan,
    ook toen we doodstil op het ijs lagen.
    Ijs schuift alle regels weg,

    wat smelt begeert geen schaduw. Schaduw
    begint bij aardetinten, bij vleugels als gevlekte
    bladeren. Probeer me maar te vinden
    aan de binnenkant

    van bolwerk en zomerse ruches. Komen dan
    de kinderen die hun haar afknippen.
    Een jongenskop hoeft niet fataal te zijn. Funest
    is de kuif die rechtop blijft staan.

    Camouflage begint bij porseleinen helmen,
    bij een onthoofding. Wie zich verkleedt
    als ontdekkingsreiziger, komt dicht in de buurt.
    Wat rest is zonder schade.
  • 4
    4133

    Stoer

    Top 1000
    Er is duizelingwekkend lang, en er is
    het stukje kauwgom tussen de hoofden van de kinderen,
    met wat geluk een luchtige bel
    die vooralsnog niet de top van de spankracht heeft bereikt.
    Een zelfverkozen vorm van uitputting.
    Handen op elkaar, ruggen gebogen terwijl het voorhoofd drukt,
    de spanning tegen de vingers tikt.

    Niet dat kinderen niet kunnen standhouden.
    Ze zochten maandenlang tussen chemo en flesjes aan de hand
    van aanbevelingen en gesprekken
    tot ze een plek bij elkaar vonden tussen de bedden. Ze droegen
    hun kale krullen rechtop voordat ze
    zich stralend stoer om elkaar heen vouwden. Maar wie zegt hen:
    het nazicht duurt langer dan tijd?
  • 5
    4155

    De doorsnee mythe

    1e ronde
    De lucht heeft de vorm van een honingraat,
    we vormen wolkjes met onze bovenkaak
    en schuim, onderhouden ze zorgvuldig,
    ruggensteunen ze met een wattenstaafje

    zoals ook wij ons staande houden in de bus.
    We kopen oorstokjes die honderden jaren
    meegaan om drie tellen lang een wolk
    te stutten. Met precisie injecteren we een

    koelte. Soms ligt een wolkje op ons hoofd
    alsof het naar onder wordt geduwd.
    Dan heeft het moeite om zich om te draaien,
    het wit wordt monotoner, het water slikt het

    nauwelijks door. Met gesloten ogen weten we
    wanneer het boven dood is. Dan leggen we
    ons voorhoofd tegen het beregende vensterglas,
    verlangen we weer naar bikkelharde stress.
2016
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    2854

    Ooit raken we ze kwijt

    Top 1000
    Geen huisnummers in deze straat. Dat ene beeld, een weg
    die doorloopt zonder tegenligger. De honden die zwijgen

    als we in bed liggen, als we draaien en keren zonder diepe
    slaap. Alsof ze iets van mensen kennen.

    We staren, balanceren op de rand tussen rede en dwalen:
    om beurten houden ze elkaar gevangen, om beurten

    grijpen ze hun kans om te ontsnappen aan het gareel
    van de nacht die schrapt en slaat. Vreemd                            

    hoe de honden zwijgen. Hun stilte is genadig. Daarom strelen we
    hen, verzamelen we op de dekens zoveel mogelijk hondenharen.


  • 2
    2855

    De biografie van je lichaam

    1e ronde
    Je krijgt je g-kracht niet zomaar. Dat iemand                        
    al enkele decennia vooruit is gelopen, maakt
    het vallen nog niet spannend. Zo is het kind                       
    dat zichzelf als man projecteert, nog niet dood

    gegaan onderweg. Het begint als jongenskoning,
    zet de gps op zwart. Radio is geen obstakel,
    de viscerale songs doen het argeloze uitzicht
    in een nevenhoek verdwijnen.

    Dit zal nog een tijd doorgaan. In je darmen zit
    een tweede brein. Het dedecteert wat iemand
    onderweg is kwijtgeraakt, stoot onvermijdelijk
    op de tentakels van een huiselijk samenzijn.

    Twee mannen in een kamer, een tiensecondentest.
    Ze tekenen een boom, trekken lijnen door elkaar,
    kijken of het werkt. Als ze denken, is het af,
    het is nooit alleen maar dit of alleen maar dat.

  • 3
    2993

    De biotoop van een postorderinpakker

    1e ronde
    Zo gaat het nou altijd als hij in de kelder zit:
    hij scheurt een blad uit de gazet, de catalogus
    houdt hij ongeschonden, leest een zoekertje,
    hoe vind je een lief en rolt er een vrouw in, alles
    moet in dit leven gebeuren, dit zijn inspannende tijden.

    Hij voert uit - meestal gaat het bij de betaling mis -
    haalt zijn verrekijker uit zijn tas, werpt lange schaduwen
    van drie keer zijn eigen lengte, op afstand hoort hij
    de plof op de mat, het is alsof ook hij gaat samenwonen
    maar hij is niet geregistreerd, tot niets verplicht.
    Hij moet niet eens een huis bewonen.
  • 4
    3949

    Praktisch planeetonderzoek voor de zaterdagochtend

    1e ronde
    Angst veroorzaakt aarzeling. Je weet nooit wanneer
    het ijs onder je voeten beweegt, al plaats je een drankfles
    midden op de gletsjer, je neemt geen genoegen
    met wat stilstaat in een tergend trage stroming,
    je verandert kleine dingen aan de startpositie, stoot
    brokstukken weg.

    Je komt buiten de comfortzone terecht door een gebrek
    aan steen. Maar ook ijs is een gesteente, wisselt van plek.
    Een verschil van een paar meter stapelt zich op. Je telt en
    telt. Dan worden de uitkomsten chaotisch. Blijkt
    dat je de heuvel al had ingenomen.


  • 5
    4266

    Minimalistisch bevallen

    Top 1000
    Op een berghelling in Badachsjan staat een zwangere vrouw:
    de lucht heeft geen alleenrecht op het blauw.
    Op een boogscheut van de pracht van het dal
    hoeft niemand te weten hoe vrouw en kind elkaar vonden.
    Even niet gevangen in het hoofd.

    Ze baart het kind op eigen kracht, laat alles achter zich
    behalve doeken en een doula, een warme vrouw
    die luistert als geen ander, het licht met wolken
    dimt, het kind een weg naar onder zingt. Op deze hoogte
    trekken zangvogels zelden in de zomer over

    omdat de zon recht op de aarde staat en ze de schaduw
    zoeken. Naakte zaden drogen bij grote hitte uit,
    zij die nog in bessen zitten niet. Binnen een venster  
    van gaas dragen vrouw en vogel het zaad
    dat niet verloren gaat en het prevelen van gebeden.


  • 6
    4268

    Arabische lente

    1e ronde
    Sacrosante, vloekt de koning, er ligt weer iemand
    in het zand te verdwijnen. Wie de onrust op mijn
    pleinen zoekt, leeft als een dode.
    De kroon blijft staan, al broedt een dwaas met
    scherpe blik, de lente aarzelt zoals zo vaak tevoren.

    De macht is als een sluier die geen voorjaarswind,
    geen jonge vogels openhalen, ook al zijn hun buik
    en schouders zuiver wit. Ongewijzigd blijft de druk,
    de waarheid van de koning.

    Vroege vogels zijn een dwaas bijproduct van de
    later uit het ei gekomen vogels. Ze rennen rond, vallen
    uit het nest. Vroege vogels veranderen de lucht niet,
    het kale licht op hun onvermogen is genadeloos.
    Nooit rood wordt het, nooit echt.


  • 7
    9065

    Een jongen van acht

    1e ronde
    Doorzichtig reizen in een koffer doe je met gemak.
    Je bent eenvoudig te verplaatsen, je lijkt nog meer
    op wie je was, een embryo met hoek en sluitingen

    op weg naar het beloofde land, tien tenen in het
    slimme opbergvak en altijd in beweging. Je neemt
    niet meer mee dan is toegestaan, een licht skelet

    dat de impact van het reizen absorbeert, vier wielen
    om te manoeuvreren. Je valt niet op, het voorvak
    voor paspoort en pen is met een uur vertraging

    aan de buitenkant gescheurd en controlevriendelijk
    leeg.


  • 8
    9156

    Blootstellingseffect

    1e ronde
    We waren nooit nerveus in maart, nooit
    voelden we ons gestoord. We stonden
    schaamteloos te kijken in de opening.

    De lente was beloftevol maar nog niet secuur:
    een hagelbui joeg vogels tegen stenen,
    keiharde korrels tegen onverlichte streken.

    Er werd een blinde god als dader voorgeleid.    
    Meer wilden we niet weten. Duidelijkheid
    is dodelijk, virussen zijn amper tegen te houden

    in noodlijdende lijven. De koude die maar niet verdwijnt.   
    We aarzelden om consonante deuntjes mooi te vinden,
    stelden liever de receptuur van neerslag bij.

    In een kamer naast ons speelde iemand 
    dag in, dag uit dezelfde song. Hij telde af,
    tikte mee. Begon dit jaargetijde toch nog
    door ons hoofd te spoken.


2015
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    5133

    Verregaand nu

    Top 100

     

    Er is iets met ons. We gebruiken je als paspop voor onze
    vermommingen, we kopiëren je wandelstijl, daarna kruipen
    we het podium op. We leggen het matje klaar dat zo meteen
    onder het hoofd gaat. Onze specialiteit is op het hoofd rond-
    draaien. Een spel met energie.

    Je moet in vorm zijn. Wie niet in vorm is, wordt gebroken.
    We werken tot we het ritme vinden en in dat ritme denken 
    we na. Wanneer we stoppen, staan we geen meter verder  
    maar we zijn even helemaal alleen geweest.

     

     

  • 2
    5134

    Adams val

    1e ronde

    Al eerder zagen we de lucht tussen het skateboard en de voeten
    vrijkomen, oprispingen die lucht geven aan (de vluchtigheid van)
    springers. Ook het grootste vliegende reptiel zagen we taxiën om
    van de grond te komen, een helling vinden, op vier poten lopen, dan
    op twee en met kracht het luchtruim kiezen om erin weg te vliegen.

    Wij schieten onszelf de lucht in, wij zijn lichter, maar onze botten
    zijn niet hol, wij ruiken het land en bijten ons in vragen vast.
    Wij raken telkens weer de grond en glippen een commentaarcabine
    binnen waar we met licht vooruitgestoken onderlijf aan het dromen
    slaan. Achter de deur zoeken we naar lucht in rokken en schorten.
    Dat mag je letterlijk nemen.

  • 3
    5136

    We lijken enkel in uitersten te bestaan

    1e ronde

    Dat we zelfs de oorlog dansten
    op het koord tussen grap en gruwel
    op alles wat we vonden schreven
    op cementzakken, op de handdoek op de vloer
    het deed hen wat, maar bewoog hen niet.

    Ze keken langer naar de lege huizen, naar de schutter
    op zijn staart gezet achter lijnbussen als kruittorens
    alsof het zo hoort. Ze zongen snel en lichtjes gek
    als we van moeheid ijdel streden, onderhuids
    bedwongen we alsnog de binnenkomer.

  • 4
    5138

    Buitengesloten

    1e ronde

                                                                           aloud en magnetisch het gras van augustus
                                                                                                                   dat zijn vruchten naar zich toetrekt
                                                                                                                                                                    
    Eva Runefelt

     

    Hoe de plek eigen is
    merk ik aan het wachtwoord, aloud en magnetisch 
    het gras van augustus dat zijn vruchten naar zich toetrekt.

    De jaloezie verschuif ik enkele milimeters, net genoeg
    om te kunnen zien. In het midden zoek ik een weg tussen
    de draaiende bordjes, ze steken wat uit, de lucht komt

    schuin naar binnen. Verbonden met de tuimelstang mijn oog
    op halve hoogte een handgreep. Alles schuift met een beetje
    wind, sluit zich niet langer van de wereld af.

    Ook haar rokje, breekbaar licht doorlatend. Een glazen variant.

    Het is niet de bedoeling dat de regen of vogels deze toegang 
    gebruiken. Zij worden afgevoerd, zij laten sporen na.
    Zoals het kettinkje dat natrilt aan de binnenzijde van een raam.

  • 5
    5140

    Indianenverhaal

    Top 100

     

     

                                                                      Onze grootmoeder heeft slechte ogen en het zou 
                                                                                                  onfair zijn haar in het donker uit te dagen.
                                                                                                             
    Sherman Alexie

     

     

    Overdag jagen we piepschuimbekers na.
    Onze grootmoeder heeft slechte ogen 
    en het zou onfair zijn haar in het donker 
    uit te dagen.

     

    We zetten hinderlagen rond de tafel op
    lokken met koffie en parels, drukken de
    ondergrond aan. Het is niet de bedoeling 
    dat er gewonden vallen.

     

    We zoeken met een onschuld die ons vrijpleit 
    met een schuivende hand rond de beker
    geluid dat door de tafel gaat tot stenen lagen
    de echo’s weerkaatsen. Wij achterhalen

     

    hoe dieper onze voeten, hoe uitgestrekter 
    de tijd. Een geconcentreerde geluidsgolf 
    kan een vis verdoven. We proberen tussen 
    sluwheid en waas de zinnen van een vrouw
    terug te halen. We weten: hier komt ze mooier uit.

     

     

     

  • 6
    5141

    Er zijn geen zekerheden meer

    1e ronde

    Ons brein is dol
    op voorspelbare verhalen.
    In een jaar vliegen miljoenen
    handtassen de deur uit, elke seconde

    een slag om de arm, een okseltasje
    of een bankzitter. Mensenstromen buiten.
    Soms blijven ze hangen
    voor een uitstalraam, een middenberm.

    Dan houden we onze ogen open
    voor wat er in hen omgaat
    waar ze nog aan twijfelen
    en halen de bedrading op.

    Tot ze zich ontrafeld voelen
    zich bedekken met een tweede huid
    wegrennen in groepjes
    van maximaal vier.

  • 7
    6415

    Langedijker Herfst

    Top 1000

    Op zoek naar de oorsprong van ons rodekoolcomplex
    gaan we tussen voeten en kleigrond verwilderd in elkaar over.

    Je volgt me onder alles door, gedwongen in de wirwar aan kleren
    rond de benen. Geologen gebruiken liever het woord ‘systeem’

    voor helling en strekking en schuivende standjes, ze tekenen lagen op
    een kaart. Ik druk je lichaam ook zo tegen me aan. Met drie vingers

    en lippen gevoeld en geteld: je pols, de regelmaat waarmee hij zich
    herhaalt, benadrukt, onbenadrukt, doet vogels roepend overvliegen.

    Een steenrode streep op de keel, een uur voordat de zon ondergaat.
    Bij regen kan het eerder zijn, dan zoeken we het rood in het hout

    verderop en achtervolg ik je, ik draai je in de bladeren. Tot je je verzet.

    Als we uit elkaar rollen, kunnen we niet met zekerheid zeggen wanneer
    de regen was beginnen vallen.

  • 8
    8537

    Welput

    Top 1000

     

                                                                                                                                                                           Op de tafel liggen
                                                                                                                                          borden als schotelantennes. Elke avond
                                                                                                                                                       wordt gezocht naar ontvangst_

                                                                                                                                                                                  Maud Vanhauwaert

     

    Ik kan je niet leren wennen aan het alleen zijn op het land. Dat leer je
    zelf. Op de tafel liggen borden als schotelantennes. Elke avond
    wordt gezocht naar ontvangst_ een verlangen naar potas en paarlenmoer
    bij plattelandsvrouwen die zichzelf insmeren, stroperig of juist teer tot een
    wit gekuifde zee in een stille bui verandert, verraderlijker dan grondwater

    dat wordt doorgeslikt.
    Neem het over,

    ga de welput in, loop naakt door de stal. Tussen je tenen stroomt
    het water, bij de minste beroering dwarrelen er druppels op, vogels
    onder het dak dichten met veren de losliggende bakstenen die dienst doen
    als filter, een poreuze rooster, een simpele vorm. Verlaat de stal en stap
    de kamer weer binnen alsof je herboren bent. Als dat niet lukt, leg dan 

    je hoofd onder een stevig bord.

2014
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    3140

    Verloren maandag

    1e ronde

    Op korte dagen houden we de kinderen in de keuken,
    we tellen de borden in het trage licht
    en komen niet aan werken toe.

    De katernen van de krant schuiven we
    onder dikke sneden brood, we maken een kuiltje.
    De kinderen leggen we er als dooiers in.

    Ze leren hoe we appels kraken, het vlees
    aandrukken, pitten slikken. En hoe de wereld
    afgeeft op je handen. Af en toe

    bollen we een blad op voor een vlieg.
    We leggen haar opzij. Fucking job.

    In een fractie van een minuut
    worden de kinderen zwaarder, kiezen ze
    een plaats aan tafel. Dat voel je

    aan de stoelen die beklommen worden
    als je in hun haren woelt.

  • 2
    3141

    Pit

    1e ronde

    Ons zwak voor vuur is in de buik ontstaan.
    We hebben ons goed gelegd en met de tenen

    het wachten weggekrast, de kou in de wand getrappeld.

    We hebben dons op de streng gelegd,
    de voeten lang en langzaam over de vlecht gewreven
    tot de vonk zich vastgreep.

    Onze rug opnieuw gekromd
    hebben we de mond geopend, geblazen. 

    Meer was niet nodig.

    We spraken.

    Voor het slapengaan beloofden we:
    we leggen een natte vinger op het vuur.

  • 3
    3142

    Duizend plek

    1e ronde

    Is het geen lijn, maar een punt
    waar de wind van hun voeten glijdt
    en onderloopt in het blad van
    een stoel een boek een mes

    de koppen ingekort de handen
    een bed tussen twee voren
    ondiep en langgerekt

  • 4
    3143

    RE:RE:PAINTED

    1e ronde

    Een man in een bistro krabt aan het kleed op tafel,
    de zaken gaan niet goed. Zijn vrouw eet met de handen,
    veegt ze aan het doek en drinkt de wijn versneden.
    Het regent weer in de verkeerde hoek.

    De man kijkt zonder toebehoren. Hij ziet een lichaam
    op een lege achtergrond. Zegt niet wat hij verwacht.
    Zij wrijft haar vingers warm, denkt aan de lolly op het glas.
    Het uur is hard

    voor elke kunst. En toch. Laag over laag is alles mogelijk.
    Misdaad in een wit hemd. Oude kleren. Snapshots.
    Rantsoenbonnen.
    Poolse vrouwen smelten niet.

  • 5
    3144

    Embedded

    1e ronde

    In mijn werk laat ik de honden toe, ik val ze lastig.

    Onder hun vel leef ik in een kraamkamer.
    Ik heb hun hele lichaam nodig
    en het been dat voor hen ligt. Ik dood hen niet.

    Maar het wordt moeilijk als je eerst de ogen ziet
    en dan hun lage voorpoten, als ze hard gaan lopen
    of in een kennel staan.

    Hun janken is bij vlagen slim, dan stort
    de regen in en drinken ze als gekken,
    pikken uit de pan. Ik voel het

    aan mijn huid. Hun speeksel is dan schuim
    en vloed, het huis te klein. Ze willen bijten
    maar ik doe ze niets. Of toch: ik lik mijn neus,

    ga voor één keer naar een vreemde.

  • 6
    3145

    Of zijn we de controle kwijt?

    1e ronde

    Niets is rauw, ook niet het rookmeel van de haring.
    Elke oorlog wordt gesneden, vastgehouden aan de staart.
    We beginnen aan de kant waar de kop zit en blijven happen.
    Een rok kost achttien zegels. In de zomer valt er regen.
    Enkel blote knieën blijken draagbaar.

    Vermagerd en gehavend kleuren we onze benen,
    lengen boter aan. De linnenkast is leeg,
    het vee verplaatst. We gaan naar buiten, 
    maken van de vlaggen lakens.
    We trouwen en slachten maar één keer.

  • 7
    3146

    Het land past in een cijfer

    Top 1000

    De kinderen zitten verloren in een vismijn
    op een weegschaal en knippen de krullen
    uit het haar. De nageboorte valt hen zwaar.

    Ze hebben bevroren scampi weggegooid,
    houden de streepjescode voor het raam.
    Dat geeft hen tijd. Vandaag komt niemand binnen.

    Op de plaats van een armband tatoeëren ze
    een moedervlek. Die is ongeschonden. En kijkt
    nu door hen heen. Ze zullen eraan wennen.

     

    Het licht hebben ze aan een kaart
    vastgebonden. Geen alcohol blijft hangen,
    enkel infrarood en maagdelijk stof dat loodrecht

     

    op een vader valt. Ze noteren de vindplaats.
    Een grote stad krijgt een kort nummer.
    Cesarica krijgt het nummer 1 000 mee.

  • 8
    3148

    Deze methode werkt perfect

    Top 100

    Ach, oversteken is doodsimpel. Je komt legaal
    het strijdperk binnen en speelt met kaarten,

    kaaien en trucks. Je scheurt een pakje lucifers
    en schroeit de vingertoppen, stopt de lichamen

     

    onder ijs en omzeilt de deuren. Het duurt
    niet lang voor je een jongen in je handen krijgt.

     

    Angst is waterdicht. Een reisformule werkt nog beter;
    verzekert schade bij het lekken van een schip.

     

    Vernoem een vader, staar naar een zus, kom
    met de namen van het fatum, hang een foto op.

     

    Geen mens die het verschil merkt tussen een
    kuststad in het noorden en een bak regenwater.

     

  • 9
    3149

    Cryptic Coloration

    1e ronde

    Er loopt al eens een licht door het beeld,
    we knipperen onder water, eten suikerrijke
    broodjes, we spelen, dansen op en neer.

    Nietsvermoedend bijten we en nemen geuren
    aan. We zoeken trucjes voor ons lijf, vervagen
    vleugelloos, we spelen, draaien onze rug in namaak.

    We kweken huid. Kartonnen strepen. Vlekken.
    We lijken vis en achtergrond, we schrikken,
    springen weg met felgekleurde dijen. We spelen

    vuurbuik. Eten uit de mond van plunderaars.


     

  • 10
    3151

    Onder water

    Top 1000

    Wat rest er van ons lijf als we in het water vallen?
    Gloeien we nog na als de zon laag staat?

     

    Rugpijn kan je signaleren, een T-shirt rol je op
    en volle borsten plooi je open, er loopt water op de buik.

    Maar zwellen onze armen op en kleeft er olie in de huid?
    Eén ding staat vast: we hebben niet de hele avond

     

    voor we in de diepte dalen, voor we liggen op de rug
    van het koraal. Rode bloedlichamen leven echt maar 120 dagen.

     

    Eerst een infuus en dan een god? Of omgekeerd?
    Ja, er is behuizing onder water, een eiland, een oorlogswrak,

    een barst. Gastvrij en veilig.
    Maar raak, als je verstandig bent, het rif niet aan.

  • 11
    3152

    Dark Side of the Moon

    1e ronde

    Ergens moet er een plek zijn waar we in elkaars handen
    kunnen komen en jij je lange haren oprekt, rondjes draait
    en aan de korsten van de manen trekt. Waar het water stijgt
    en botst en lekt als vette vloeistof.


    Of het gevaarlijk is?

    Het wordt er warm. Klippen smelten, vulkanen barsten open
    en je zou wel eens dingen kunnen zien, die je niet wist.

    Lukraak haalt iemand een bank leeg of wordt een hond stilgelegd,
    een meeuw verschoven. Of je vlucht voor de stormen in het zoutmoeras,

     

    legt bijvoet op je voeten, jaagt de muggen weg die als gele dekens
    de honden bedelven. Misschien heb je je aangepast.

    Maar nooit zullen we dit zien vanop het land.
    Want we draaien statisch aan dezelfde kant.

     

  • 12
    3153

    Ze zoekt een nieuwe toon voor haar gesloten dromen

    1e ronde

    Ze is op de muur gaan zitten, kijkt op de hoofden neer.
    Handen, sluier, stenen, niets rolt met de golven mee.

    Ze had de zee niet mogen binnenlaten, de vis niet mogen
    openpikken om de maag te vullen. Nog voelt ze haar vingers.
    Nog voelt ze het zout dat ze slikt, het stof tussen de steigers.

    Onder de bruggen hoort ze het ijzer kloppen onder het slijten in de zon.

    Ze klimt omlaag in het dok, van de huid in haar vingers.
    Het water kan niet weg. Ook de bodem sluit zich als een bekken.

     

    Aan het marmer van de poorten hoort ze dat het stiekem wegdrijft
    naar de kust, dat het snijdt, ook onder water in haar lijf dat als een kraambed
    scheurt en onbewoond in scheerlicht eindigt.

     

  • 13
    3158

    Over de kop gaan

    1e ronde

     

    Niets is eenvoudig op het einde van de zomer.
    Die ligt zo goed als helemaal uiteen
    wanneer de eierdooiers bleker zijn
    omdat de maïs er niet staat,
    de kinderen zich volleerd verstoppen
    in een doolhof van kelders en binnenplaatsen.

    Ze wachten tot de nieuwe oorlog over is,
    al zal er moed voor nodig zijn,
    de voorste tand niet meer ontbreekt.
    Omringd door baasjes kijken ze omhoog,
    laten harde knikkers naar beneden rollen,
    zonder oog voor het gevaar.

    Ze jengelen, spannen samen,
    overdonderen met een looping.
    Geef hen eens ongelijk.

  • 14
    5827

    Bezwering

    1e ronde

    We duwen onszelf in hokjes, in schoenen,
    we lopen in een lijn tussen een tafel en een bed
    naar een man toe, passen op een huis,
    op een vergeten kindertrui, op tovertijd samen.

    We tekenen veldslagen op het pad, vergeten
    de vetvlekken na een regenbui, voelen
    de angel in de voet. We trekken een stukje
    uit de wereld. Heel even toont de afloop zich.

    Moeders liggen ondergesneeuwd, vallen weg.
    Het laatste stuk vullen we zelf in, een hardop
    einde, een sterfplek of meer dan één leven.
    Ook dat is zelfbedrog.

  • 15
    7654

    de kunst van het vergrijp

    Top 1000

    op het erf lag de hond achterstevoren
    in de vlakte kreeg het gras de mooiste kleur
    de motten speelden de lamp kwijt en vergaten
    de slaap. Vrouwen maakten neuriënd kinderen


    tot de man met een reden, een schoen
    vol beloften of ranzig bloed
    doet wat een dier doet

    de huid van de tafel grissen

     

    en in één adem
    aan de binnenkant van het gebeente zuigen
    zonder het heelal te zien

    witter dan een rookpluim marsepein

    witter dan het huis en de schimmel
    en de ziekten die hij achterlaat
    en niet begrijpt

2013
  • Nr.
    Titel
    Tekst
  • 1
    980

    Ticker-tape parade

    1e ronde
    wat ik me ontzeg dat zijn de kinderen
    die op centimeters van elkaar
    en met amandelen in suiker
    de bruiloft als snippers over het bed uitstrooien
    en met linten door de straten
    een brief ophalen die naar boter smaakt

    ik proef het feest en laat het smelten
    op de tong die in lagen glanst
    en op hete lippen zuigt
    en aan geen einde denkt
    maar ook hechtingen kruipen in mijn hoofd
    en tellen het bestek dat steken zet
    als zwarte muizen
  • 2
    981

    Omdat vertrekken altijd moeilijk is

    1e ronde
    maakt hij een lijst van korte woorden die hij ophangt
    aan de deur en tekent er gebaren bij
    in een taal die moet verzinnen
    hoe een man alleen vertrekt

    hij zet de knopen vast van zijn kraag
    en sluit zijn jas, gaat rechtop zitten
    langs het klepje van zijn borstzak
    kijkt hij nog even bij zichzelf naar binnen
  • 3
    982

    Kilometers verder

    Top 1000
    De kruier spant een vel over de kofferbak.
    En trommelt. Vanuit de heup. Holt handen uit.
    En noten. In de diepte van zijn keel. En hoger
    dan de oren. Het hout warmt op.
    En ook het touw. Hij speelt het scherp. Heel even.
    Met een metalen tip.

    Dan wrijft hij zacht. Met de vingers uit elkaar.
    Over zijn buik. Hij raakt knopen aan. En patronen.
    Verplaatst zijn vinger. De tijd ertussen. Kleeft.
    Maakt alles vlakker. Dunner. Maakt gaten.
    Hij legt zijn duim in de opening. De vinger breekt.
    Op straat wordt niets gehoord.

    Als het te luid wordt, gaat hij lopen.
  • 4
    4060

    Een uil op een kluit

    1e ronde

    Voor mijn ogen lost de haven schepen en containers.
    Stapels op de kade zonder maat.
    Na het hijsen geen verschil, alles is alleen
    verplaatst. Zoals je met een molshoop knoeit
    en er gehavend uitkomt.

    Ik geraak er niet. Er is geen veer. Er is geen net.
    Ik zie geen helden en geen schurken. Geen schatten.
    Enkel kranen en metalen kisten.
    Waar zitten de duiven? Waar zit de aap?
    Waar gaat het leven stuk? 

  • 5
    4063

    Ingetuind

    Top 1000

    er is nog meer van mij

    het veevoer naast de kersen en de takken
    die rechtop de nachtvorst dragen zijn geschoren

    ik slaap niet op de plaats waar jij me legt

    ik stop losse haren in en laat de telgen staan
    ik ben geboren op een maandag

    er is meer naam van mij dan woord

    het eelt groeit op de tenen

    ik blijf hard knippen tot het stoort

    X

  • 6
    4064

    Op de rug

    1e ronde

    Je hoort een noot tikken. Onze armen worden dunner.

    We draaien gelatine in vinyl en maken de randen nat.
    In de groeven is het glad en loopt een manke versie
    van het nummer. Het maakt niet uit
    dat karpers naakt zijn en naalden naar het midden
    trekken tot de bel wordt afgezet en de hond gaat
    janken.

  • 7
    4065

    Slipway

    Top 100

    Het kan alle kanten op, zegt hij en duwt de koffers
    in de auto. Nog is de voordeur open;
    nog is het wachten op zijn vrouw.

    De krant plooit hij tot een boot, versterkt
    de bodem met de sleutel. De berichten trekt hij
    uit elkaar want de inkt is vet.

    Hij had ook kunnen stoppen. Met een hoed op zijn hoofd.
    Maar hij begint alvast te vissen, trekt de vinnen los,
    gebruikt zijn vingers om de mond te openen.

    Een kus die aan een touwtje hangt.
    De overtocht die lang zal duren. Hij draait
    de wagen om.

  • 8
    4066

    Verdichting

    Top 1000

    Ons bed is een situatie. Met planken. Met elke hond erbij
    vergroot het bed. Verlichting.
    We slapen kort en trouw.

    Ik naai lakens aan elkaar en laat de deuren open maar
    de honden wachten,
    lopen niet alleen uit bed.

    Ze likken en hoesten. Trekken aan de dag. En bewaren
    mijn geur, oude gevaren
    en adem in hun vacht.

    X